Elrond probeerde de stof van zijn gewaad glad te strijken, maar er zaten kreukels in die zich hevig verzetten. Ze zaten niet alleen in zijn kledij. Hij had ze ook in zijn brein zitten, alwaar ze fluisteringen doorstuurden dat dit te vroeg was, dat hij hier nog niet aan toe was.
      Hij wilde er niet naar luisteren. De herinneringen aan Jayne had hij weggeborgen. Heel af en toe trok hij dat kastje open en stond hij zichzelf toe zich erdoor te laten meesleuren, zodat ze niet helemaal zou verdwijnen. Dat gebeurde pas wanneer er geen enkele herinnering meer van haar was. En dat mocht hij niet laten gebeuren. Niet zo snel.
      Toch had dat er ook voor gezorgd dat hij zich wilde verloven. Hij had geaccepteerd dat hij zielsveel van Jayne hield en dat hij het gemis altijd in zijn hart zou meedragen, maar dat betekende niet dat hij kansen op nieuw geluk moest vergooien. Celebrían kende zijn verdriet, hij hoefde er nooit een woord over te zeggen. Hij kon zich geen betere vrouw wensen.
      Er klonk een klop op de deur en Elrond richtte zijn hoofd op.
‘De eerste gasten zijn gearriveerd.’
      Elrond probeerde bemoedigend naar zichzelf te glimlachen, maar het zag er gemaakt uit. Hij slaakte een zucht. ‘Ik kom eraan.’

Elrond deed zijn best om te genieten van deze dag. Hij keek zo veel mogelijk naar zijn aanstaande vrouw, want de vreugde die zij uitstraalde was echt. Ze veinsde geen enkele glimlach. Het maanlicht scheen op haar gezicht neer en gaf haar een feeërieke uitstraling met haar prachtige witte haren. Ze was een ware schoonheid, dat kon hij niet ontkennen.
      Hij liep naar de hapjestafel toe en pakte een appelgebakje. Bij de hoek van de tafel bleef hij een tijdje staan, kijkend naar de genietende menigte. Plotseling botste er iemand tegen hem. Hij keek verdwaasd op en verontschuldigde zich toen het een oude vrouw bleek te zijn. Ze leunde zwaar op een stok en haar gezicht was het meest gerimpelde dat hij ooit had gezien. Het was een wonder dat de vrouw nog op haar benen kon staan.
      De vrouw ging niet op zijn excuses in. Ze staarde hem aan, haar ogen onstuimig. Veel levendiger dan je van zo’n oude dame zou verwachten. Haar lip zakte een stukje naar beneden en beefde een beetje. Vergeelde, scheve tanden werden ontbloot.
      ‘Kan ik, eh, kan ik u iets aanbieden?’ Hij gebaarde naar de hapjes aan zijn linkerzijde. Er waren genoeg bedienden die dit konden doen, maar hij voelde de aandrang om iets tegen haar te zeggen.
      Nog steeds zei ze geen woord. Als haar ogen niet zo fel hadden geschitterd, had hij gedacht dat ze niet meer zo goed bij haar verstand was. Haar lippen bewogen, maar hij verstond haar woorden niet en boog zich iets dichter naar haar toe.
      Opeens greep ze zijn bovenarm vast. Het was een stevige greep, alsof hij degene was met broze botten. ‘Ik ben het, Elrond. Annatar heeft me betoverd.’
      Hij kon haar raspende woorden nauwelijks onderscheiden. Toch sloegen ze in als een salvo pijlen. Steken voelde hij, over zijn hele lichaam. Iets in hem werd woest. Dit was het werk van Annatar. Die probeerde de lichtelijke feeststemming die hij voelde helemaal te doven.
      Hij wilde een boos antwoord geven, maar het eerste woord bleef in zijn keel steken toen hij haar betraande ogen zag. Hij wist dat het tovenarij was, dat Annatar met zijn verbeelding probeerde te spelen. Hoewel hij zich wilde omdraaien en dit rare mens wilde vergeten, kon hij zich niet verroeren.
      ‘Ik begrijp het als je me niet gelooft. Maar ik ben het echt. Weet je nog…’ Onverwacht deed de oude vrouw er het zwijgen toe. Haar schouders bogen naar voren en ze tastte naar haar borst. Zweetdruppels parelden op haar voorhoofd en haar gezichtstrekken verkrampten.
      Plots zakte ze door haar knieën, Elrond kon haar ternauwernood opvangen.
      ‘Help!’ riep hij. ‘Iemand krijgt een hartaanval!’

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen