Foto bij Hoofdstuk 1

De herfst is in volle aantocht en heeft de zomer allang ingehaald. De bladeren hebben hun frisgroene kleuren ingeruild voor warme tinten en de zon laat zich steeds minder lang zien. De bosrand van Vilvoorde lijkt haast van goud, zo met de nazomerzonnestralen. Het gras ligt er keurig gemaaid bij en het kasteel zelf steekt fier in de lucht. Het museum is gesloten, maar op de parkeerplaats achter de souvenirshop staan nog enkele auto’s. In het winkeltje is het een drukte van jewelste. Kinderen gillen en kliederen de kinderstoelen onder met de geleende viltstiften, omringd door hun familie. Opa’s maken grappen met hun schoonzonen en een kleindochter laat aan haar oma vol vreugde het grote gat in haar mond zien, want haar melktand is er zojuist uit gewiebeld.
      Achter de kassa boent Eva met staccato bewegingen met een poetsdoekje de houten toonbank schoon. De koffiekringen naast de koffiemachine, het plaksel van de druppels ranja en de kruimels van de versgebakken cake; alles moet schoon. Ze wil zo snel mogelijk naar huis, vlug eten en nette kleren aantrekken om op tijd op de vergadering te zijn. Plukken haar aan weerszijden van haar voorhoofd zijn uit haar paardenstaart losgeraakt en wapperen mee met de bewegingen die ze maakt. Na een lange, warme werkdag ziet ze ernaar uit de werkpolo uit te trekken en naar huis te gaan. De donkere souvenirshop, tevens kleinschalige horecagelegenheid, is echter verre van uitgestorven. Normaliter verlaten de laatste bezoekers het terrein rond deze tijd, maar eens in de periode heb je er weer zo’n familie tussen zitten die hun weekend samen zo uitgebreid mogelijk willen vieren. Zulke familieweekenden waar opa’s en oma’s, kinderen en kleinkinderen gezellig samen gaan wandelen, een kasteeltje bezoeken en vervolgens aan de appeltaart gaan. De voorraad taart en cake van het museumrestaurant is flink geslonken vanmiddag.
      Eva werpt een blik op haar horloge en bijt op de binnenkant van haar wang. Kwart over vijf. Er rolt een zucht over haar lippen als ze de verdwaalde haarlokken terug achter haar oren duwt en het vaatdoekje onder de kraan uitspoelt. Koffiekorreltjes en ander bruin water glijden naar het gootsteenputje en kiezen een zwart gaatje uit om in te verdwijnen. Eva recht haar stijve rug en rolt haar schouders naar achteren. De lage stand van de zon zorgt ervoor dat het licht door de geruite ramen naar binnen schijnt en de door de ruimte zwevende stofdeeltjes zichtbaar maakt. Astmapatiënten zouden het hierbinnen waarschijnlijk niet lang uithouden.
      Om zichzelf bezig te houden, zodat de tijd zo snel mogelijk voorbij gaat, loopt Eva met een schoon microvezeldoekje in de aanslag naar de meest stoffige hoek van de winkel. Het winkeltje is kleiner dan haar eigen huiskamer, misschien kleiner dan de krappe drogisterij bij het meest dichtstbijzijnde treinstation. Draairekken vol Belgische ansichtkaarten of routes van de omgeving geven de grens aan tussen de shop en het restaurant. In verhouding tot de winkel is het restaurant drie keer zo groot, om de vraag en het aanbod in balans te houden. Veel souvenirs worden er niet verkocht, in tegenstelling tot de punten appel-, kwark- en kersentaart.
      Eva laat de doek langs de stoffige kaarten glijden, waarop de stofdeeltjes vrolijk de lucht in dwarrelen. Ze werp haar blik af als er een licht kriebeltje haar keel in kruipt, kucht en wappert met haar rechterhand voor haar gezicht. Daarna de dikke informatieve pillen over de historie van het kasteel van Vilvoorde, waarbij Eva de tafel ook afneemt. Laat het haar bazin – die ze overigens het laatste half uur niet meer gezien heeft - maar niet zien, want straks zal ze de vloer nog moeten dweilen ook!
      Als ze de laatste sneeuwbol met uiteraard het klassieke kasteel erin optilt en er met de doek overheen wrijft, waardoor de sneeuwvlokken gefrustreerd tegen de glazen bol beginnen te tikken met de hoop met het stof mee de lucht in te mogen gaan, hoort ze op de achtergrond het koperen belletje rinkelen dat naast de kassa staat. Nog een laatste veeg voor Eva de glimmende bol terug op zijn plaats zet, de punt van de doek in haar broekzak steek en zich naar de balie haast, om het oude stel dat aan het wachten is te helpen. Ze maken aanstalten om voor de tweede keer op het belletje te slaan als Eva voor hun neus staat.
      ‘Kan ik jullie ergens mee helpen?’
      ‘Moesten we op haar zo lang wachten?’ fluistert de vrouw naar haar echtgenoot. De gouden ring schittert in het zonlicht als ze met rollende ogen een mooi opgepoetste sneeuwbol op de toonbank zet. Een voor een glijden haar lange, knokige vingers van de bol af. Haar lange, bruingelakte nagels blijven tikkend op het hout achter. Ze scant me, terwijl ze zegt: ‘Deze, graag.’
      Eva glimlacht. ‘Zijn jullie hier met de hele familie?’ Rustig pakt ze de bol op, maar als ze ziet dat de mevrouw haar lippen stevig op elkaar perst en de man wegkijkt, werpt ze snel een blik op het prijsstickertje onder de bol en typt ondertussen de prijs in op de kassa. ‘Dan wordt het vijftien euro en zesendertig cent, alstublieft.’
      Als de man aanstalten maakt voor zijn vrouw een creditcard in een volle portefeuille te zoeken, is het Eva’s bedoeling de sneeuwbol in een papieren tasje te doen. Ze bukt om van onder de toonbank een opgevouwen tas van de stapel te pakken, om het vervolgens open te klappen.
      Het is echter haar fout dat ze de grip op het souvenirstuk verliest en het ding uit haar hand glijdt. Er schieten een paar gedachten door haar hoofd in de tijd dat de bol gebruik maakt van de zwaartekracht, voordat het stukslaat op de grond.
      Tijd voor een verontschuldiging naar de potentiele kopers van de sneeuwbol is er niet, want Eva moet kijken wat er te redden valt. Ze bukt om achter het stuk aan te gaan en steekt haar hand al uit.
      Maar als ze denkt dat ze met de toppen van haar vingers de overgebleven halve bol van glas aanraakt, wordt ze afgeleid door een plotselinge bries en stuit ze met haar handen in het hoge gras.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen