Foto bij hoofdstuk 26

Ik word wakker, ik ben niet meer gaan trainen, ik heb de rest van de dag geslapen. Scott is de enige die langs is gekomen.
Tot ik uiteindelijk zelf beslis om de gang op te gaan. Ik loop naar de tafel en probeer me voor te stellen dat er eten ligt. In gedachte kauw ik.
'Hoi.'
Ik open mijn ogen. Een prachtig meisje van ongeveer mijn leeftijd staat tegenover me.
'Hoi.' Zeg ik nors
'Iedereen wil nu bij jou een bondje, omdat je zo gevaarlijk overkwam."
Dat verrast me, wat een aangename verassing.
'O.' Het woordje spreek ik amper uit, het is meer een zucht. 'Ik ben Ayden, de moordenaar.' Dan druk ik me tegen de muur en onderdruk mijn tranen.
'Ja, dat weet ik. Ik ben Mella Red, district 10, morgen gaan we de arena in, doei.' Ze draait zich om en loopt weg. Ik blijf naar de plek staren waar ze net stond. Zwarte krullende haren, bruine ogen, lichte huid en een mooie glimlach, hoe ga ik deze mensen in godsnaam doden?
Ik loop weg, ik moet frisse lucht hebben. Ik neem de lift naar de bovenste verdieping en klim daar door een al open luik.
Ik haal diep adem als ik de wind door mijn haren voel wapperen. Ik sluit mijn ogen en geniet van dit moment. Een momentje vrijheid.
Dan open ik mijn ogen en loop het dak verder op. Ik kan weglopen, of springen. Maar dat zou niets helpen. Ik loop langs een grote schoorsteen en blijf dan abrupt staan.
Twaalf meter van me vandaan zit mijn zus een donkere jongen onder te lebberen. Ik herken hem als Os Blanc. Hun benen hangen over de rand van het dak en ze gaan helemaal in elkaar op. Dadelijk vallen ze nog...
Ik heb nog nooit mensen met elkaar zien zoenen. Één keer toen ik 6 was betrapte ik mijn ouders midden in de nacht erop. Maar daar herinner ik me amper wat van.
Ik loop een paar passen verder en blijf dan staan. Ze zien me niet, ze zien me écht niet! Ik open mijn mond om ze te storen. Maar bedenk me, laat Brinnif maar lekker. Laat maar.
Ik draai me om en loop weer om de schoorsteen heen. Helemaal aan de andere kant ga ik zitten. Het Capitool is enorm en schitterend bij de ondergaande zon. Als ik hier gewoond zou hebben... zou ik dan ook zo blij zijn met de hongerspelen? Ik weet het niet. Ik zal het nooit weten ook. Ik zal zielig en alleen sterven en dat maakt me opeens niets meer uit.
Mijn ouders hebben Danley nog en Danley mijn ouders. Hopelijk wint Brinnif. Ik ga toch wel dood.
Mijn arm strekt zich uit en ik aai het hete dak.
'Hoi.'
Ik draai me met een ruk om. 'Oh Scott.' Mompel ik opgelucht.
'Je zus gaat flinkt tekeer,' grinnikt hij.
'Ja..' ik wend beschaamd mijn blik af. 'Morgen... hè? Ik wil niet dood maar ik wil ook niet dat anderen dood gaan.'
'Ja... als wij tegenover elkaar komen te staan... ik zal je niet doden. Ik zal je geen pijn doen, Ayden wij kunnen samen heel ver komen,maar denk in eerste instantie aan jezelf.' Hij leunt achterover en sluit zijn ogen.
Ik knik, ook al kan hij me niet zien.
Ik ga liggen, het dakt verwarmt mijn rug, ik sluit mijn ogen en luister naar het geruststellende gezoem om me heen. Misschien is dit toch maar een droom. Als ik straks mijn ogen open doe lig ik weer in mijn bed.
Was dat maar zo...

Reacties (3)

  • Blaaskaak

    Nice chapter

    3 jaar geleden
  • TropiaXL

    Wel zieligdat Oss en Brinnif elkaar zoenen, want ze raken elkaae sowieso kwijt

    3 jaar geleden
    • Diago

      Ja

      3 jaar geleden
    • Diago

      Maar laat die lui lekker genieten

      3 jaar geleden
  • AmeranthaGaia

    Ik vind het zo zielig voor Aiden. Hij is zo... sullig. Hij is er niet goor gemaakt om te doden. Hij is gemaakt om bloemetjes te plukken en liefdesverdriet te voelen, niet om mensen neer te steken en gewond te raken. En hij kan zich ook niet ergens verstoppen, want dan wordt hij opgejaagd door het Capitool. Het is gewoon zo oneerlijk.

    3 jaar geleden
    • AnnyXX

      Het is met een Griekse y

      3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen