Zwaar hijgend word ik wakker, de dekens plakken aan mijn lichaam door m'n zweet, mijn ogen staan wijd open. En toch zie ik het nog, het maakt me bang. Langzaam kom ik overeind en ga zitten op de rand van m'n bed. Zoekende naar het knopje van mijn nachtlampje zie ik het weer. Een hand, nee, een vuist. Telkens opnieuw komt de vuist in mijn gezicht. Langzaam wordt m'n nachtlampje feller. De vuist verdwijnt naarmate het licht groter wordt. Ik sta op en trek mijn onderbroek recht. Met zo min mogelijk geluid loop ik naar de badkamer toe, langs de kamer van mijn ouders, die van niks weten. Met mijn rechterhand doe ik het licht aan en ga voor de spiegel staan. Maar als ik in de spiegel kijk zie ik niet mezelf, maar een bezweette jongen, hij is bang. Dat ben ik niet, ik ben niet zwak en bang, maar sterk en dapper. Althans dat was ik, totdat... Nee, ik wil er niet aan denken. Het water begint langzaam uit de kraan te lopen als ik hem open draai. Ik laat het water over m'n hand lopen tussen mijn vingers door, het water wordt steeds kouder. Met mijn handen vorm ik een kommetje waar ik het water in laat lopen zodat ik wat kan drinken, als ik genoeg gedronken heb gooi ik wat water in mijn gezicht. Ik kijk nog een keer in de spiegel en zie wie ik nu ben, hoe ik veranderd ben. Hierna loop ik snel weer naar mijn slaapkamer toe en kijk op mijn digitale klokje, 3:46 staat er in rode cijfertjes. Fijn, daar gaat 3 slaap, snel kruip ik m'n bed weer in en ga op mijn rug liggen. Mijn ogen zijn gericht naar het plafond en mijn handen liggen rustig op mijn buik.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen