Een aantal dagen later, was er weer veel gebeurd. Felfonkel was weer aangevallen door het leger van koning Maurice. Een aantal huizen waren verwoest en ook Gentleman goods, de lokale winkel, was helemaal afgebrand, waardoor mensen geen boodschappen en goederen meer konden halen. De straten werden steeds leger en de mensen die er liepen, keken continu angstig om zich heen. Ook ik voelde steeds angst door mijn lichaam gieren. Steeds meer verlangde ik naar mijn eigen tijd, naar mijn huis, de technologie, mijn vader en ook naar Teddy. Wat zouden zij nu doen? Zouden ze naar mij op zoek zijn? Misten ze mij? Waren zij bezig met een oplossing om mij hier vandaan te krijgen? Zuchtend borstelde ik mijn haar. Het was een kille vrijdag. Roland zou mij vandaag laten weten of hij mij en Celementia mee zou nemen naar het Duisterdal. Aan de ene kant wilde ik Celementia nog steeds graag helpen door met haar mee te gaan naar het Duisterdal en te zoeken naar haar vader. Aan de andere kant was het gesprek met Jonathan wel hard binnen gekomen en durfde ik niet meer goed. Ik ook altijd met mijn grote mond. Opeens besef ik mij hoe arrogant en overdreven stoer ik mij soms gedraag. Ik mocht van geluk spreken dat er in mijn eigen tijd vrede was. Alles wat ik hier meemaak, wens ik niemand toe. Het is te bizar voor woorden dat mensen dit hebben meegemaakt, ver voordat ik geboren werd. Nu zit ik er zelf midden in en verlang ik naar vrede, net als iedereen hier. Op dat moment wordt er op de deur van de slaapkamer geklopt.
'Joy, ben je daar?' hoor ik Jonathan vragen.
'Wat is er, Jonathan?'
'Roland is er voor je, kom je naar mee naar beneden?'
'Ik kom.'
Snel sta ik op en leg ik mijn borstel neer. Ik open de deur en loop samen met Jonathan de trap af. We komen uit in de winkel, waar alle klokken tikken. Roland leunt tegen de toonbank en begroet me met een knikje. Ik weet niet op welk antwoord ik hoop.
'Val maar meteen met de deur in huis.' probeer ik enthousiast te zeggen.
Roland kijkt me vragend aan, maar zegt dat: 'Ik heb er heel lang en goed over nagedacht, maar ik heb besloten dat jij en je vriendin niet met mij meegaan. Het is niet veilig voor twee vrouwen om naar het Duisterdal te gaan.'
'Dat kun je niet menen.' zeg ik kwaad. 'Celementia heeft recht om haar vader te zien. We moeten die man gaan zoeken!'
'Joy, het gaat niet. Misschien ben je het niet eens met mijn beslissing, maar het is vooral voor vrouwen veel te gevaarlijk om daar te komen.' zegt Roland.
'Misschien is het in deze tijd normaal dat vrouwen zwakkelingen zijn, maar in mijn tijd ben ik een powervrouw en kan ik heus wel mijn mannetje staan in dat stomme Duisterdal.' zeg ik boos.
'En dat incident met die soldaat dan?' kucht Roland.
'Dat telt niet.' sis ik. 'Ik was overdonderd'
'Ja, en dat gebeurt dus ook weer ik het Duisterdal. Daar wordt je elke minuut overdonderd door dingen waar je geen idee van hebt. Het spijt me dat ik niets voor jou en je vriendin kan betekenen, maar jullie gaan niet mee. Ik vlieg morgen zonder jullie weg en dat is mijn eindbeslissing. Hoe erg ik het ook vind dat je vriendin haar vader niet kan zoeken.'
'Eikel.' zeg ik kwaad.
Ik wil weer naar boven lopen, maar Jonathan houdt mij tegen.
'Wat nou als ik met jou meega naar het Duisterdal Roland?' vraagt hij.
'Jij?' vraagt Roland verbaasd. 'Wat heb jij daar nou te zoeken?'
'Ik ga in de plaats van Joy en Celementia mee, op zoek naar haar vader.' zegt Jonathan.
'Je bent gek.' zegt Roland droog. 'Ook al ben jij geen dame, het blijft gevaarlijk en riskant.'
'Maar, jij moet er ook heen, toch? Dan ben je net zo gek als ik.' oppert Jonathan.
'Ik moet goederen afleveren bij het paleis. Ik heb een officiële brief daarvoor. Ze kunnen mij niet pakken, want ze denken dat ik aan hun kant sta.' vertelt Roland.
'En is dat zo?' vraag ik achterdochtig.
'Nee, natuurlijk niet. Ik doe dit alleen voor het geld. Ik en mijn verloofde zijn niet zo rijk.'
'Maar je kunt wel een vliegtuig betalen?' vraagt Jonathan.
'Nou eh, nee....' zegt Roland zacht. 'Die is nooit betaald.'
'Jij bent gewoon een dief.' zeg ik vol verbazing.
'Ik heb dat vliegtuig geleend.' zegt Roland luid. 'Maar Jonathan, ik ga jou niet meenemen. Alleen al omdat ik je niet mee terug kan nemen als je de vader van dat meisje gaat zoeken. Dat kan heel lang duren en als je gepakt wordt, omdat ze weten dat je van Felfonkel bent, dan ben je helemaal de pineut.'
'Ik doe dit voor Celementia.' zegt Jonathan.
'Waarom zou jij dat voor Celementia doen? Zo goed ken je haar toch ook weer niet?' vraag ik aan Jonathan.
'Jawel... Ik ken Celementia heel goed.' begint Jonathan zacht. 'Weet je nog, dat meisje waarover ik je vertelde... Waarop ik verliefd ben, maar die ik bijna nooit zie. Dat is Celementia.'
Mijn ogen werden groot. Waarom vertelt Jonathan dit nu pas? Hij had me dit toch ook eerder kunnen vertellen? We hebben het zo vaak over Celementia gehad en nu wil hij opeens de held voor haar gaan uithangen, omdat hij toevallig verliefd is op haar.
'Ik snap dat je alles voor je geliefde wilt doen,' zegt Roland, voordat ik iets kan zeggen. 'Ik doe dit allemaal ook voor mijn verloofde Joselyn. Alleen het is zo gevaarlijk.'
'Het moet. Ik kan niet met Celementia trouwen als haar vader niet terug komt. We mochten niet bij elkaar zijn zonder zijn toestemming en Celementia neemt dat heel serieus. Haar vader betekent alles voor haar. Als ik haar vader kan terugbrengen, dan kunnen we vast trouwen en bij elkaar zijn en weet Celementia zeker dat haar vader veilig is en toestemming zal geven.'
Roland ijsbeert door de winkel en is even stil.
'Ik vind het een goed idee Roland. Jonathan kan vast beter in het Duisterdal overleven dan ik en Celementia samen kunnen. Dit is de enige manier om een poging te doen om Celementia te helpen.' zeg ik.
Het blijft even stil. Roland ijsbeert nog steeds en Jonathan staart hem wanhopig aan.
Uiteindelijk zegt Roland: 'Ik verwacht je morgen achter het warenhuis om vijf uur in de ochtend. Zorg dat niemand je ziet en dat je donker gekleed bent. Als je er om half zes niet bent, dan vlieg ik alleen weg.'
'Dankjewel, ontzettend bedankt.' zegt Jonathan, die Roland overdreven de hand schudt.
Roland knikt naar ons en loopt de winkel uit. Jonathan zet zijn bril af en gaat met zijn handen over zijn gezicht en zucht.
'Denk je dat dit de juiste manier is?' vraagt hij opeens onzeker.
'Het is onze enige kans.' zeg ik zacht. 'We moeten alleen wel aan Celementia vertellen dat jij gaat, in plaats van wij samen.'

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen