Foto bij Hoofdstuk 7

Alexander komt, na wat niet meer dan een half uur kan zijn, terug en Hephaestion kijkt hem glimlachend aan. Ik vermoed dat dit betekent dat het feestmaal gaat beginnen. Ik weet nog steeds niet precies hoe ik het ga oplossen met het eten. En ik denk ook dat het misschien een goed idee zal zijn als ik niet al te dronken wordt, want ik weet zeker dat Van Dijk dat niet zal waarderen.

Mijn aanname klopte, Alexander kwam ons inderdaad halen voor het feest. Zijn hand streelt subtiel tegen die van Hephaestion en ik begrijp eindelijk wat dat betekent. En wat het betekent voor mij en Ben.

Dat geeft me dingen om over na te denken – of eigenlijk niet, op het moment. Als er zoiets was gebeurd in 2016, was ik naar huis gegaan om in een kussen te schreeuwen en door mijn kamer te ijsberen, en voor drie weken in ontkenning te gaan, en me te verdrinken in star wars films. Nu kan ik dit probleem doorschuiven naar later. En het leuke van tijdreizen is dat ik later net zolang kan uitstellen als ik wil.

Want ik heb nog twee andere problemen op het moment: ik mag niet eten en ik moet vermijden te praten over mijn ‘koninkrijk’ in India. Kill me.

Oh ja, herinner ik me, dat kan niet. Ik ben nog steeds aan het tijdreizen en ik kan niet doodgaan. Goed bezig, Alex.

‘Alex,’ zegt Alexander, ‘Ik zou je als geëerde gast graag aan mijn zijde uitnodigen.’
Ik had moeten weigeren, natuurlijk, want niet eten is veel lastiger als je naast Alexander de Grote zit, degene die het banket heeft georganiseerd, en toch doe ik dat niet.
‘Ik ben vereerd,’ zeg ik, in plaats daarvan, ‘en ik accepteer de uitnodiging.’

Nogmaals: goed bezig, Alex.

Het feestmaal wordt buiten gehouden, en dat is ook wel nodig. Er is een enorme hoeveelheid mensen, een groot deel gekleed in toga’s, maar een deel ook in dure wapenuitrustingen, zoals die van Alexander.

De eettafel is heel anders dan ik gewend ben. Ik had meer van die vreemde stoelen verwacht, maar in plaats daarvan staan er helemaal geen stoelen. Raarder nog, de mensen liggen op hun zij te eten, met hun benen onder de lage tafel. Het lijkt me oncomfortabel, maar ik kan moeilijk om een stoel gaan vragen.

Op de tafels staat een vrij breed assortiment aan voedsel. Een aantal gerechten zien er best lekker uit, maar van anderen weet ik dat ik ze absoluut niet ga proberen.

Wacht, ik zou helemaal niet eten.

Zelfs als ik zou mogen eten, dan zou ik nog geen sprinkhanen eten! Verder zie ik een aantal enorm dikke varkens aan het spit draaien. Het vet druipt eraf en ik ben er nog helemaal uit of ik het smerig vindt of toch stiekem niet. Verder is de tafel beladen met nog een aantal lekkernijen: een soort van cakejes, eieren en een kleine, gebakken vogeltjes. Al met al is het niet ál te vreemd.

Alexander wenkt mij en Hephaestion en we gaan aan het hoofd van de grootste tafel liggen. Het is net zo oncomfortabel als ik me had voorgesteld. Mijn ogen zoeken naar de vrouwen van Alexander, ook al heb ik geen flauw idee hoe zij eruit zouden moeten zien. Het verbaast me nog altijd hoeveel belangrijker Hephaestion voor hem lijkt te zijn. De vrouwen kan ik niet vinden.

Etensgeuren vullen mijn neus, en sommige zijn beter dan de anderen. De meest overheersende geur is die van het varken die het dichts bij ons aan het vuur draait. Ondanks dat ik heel goed weet dat dit niet goed voor me kan zijn, loopt het water me toch in de mond. Dus blijkbaar vindt mijn maag het toch niet smerig. Verder is de geur van wijn subtieler, maar nog steeds heel aanwezig. Slaven snellen constant van de ene gast naar de andere om hun karaffen bij te schenken, en de helft van de gasten is al flink dronken. De andere helft is op z’n minst aangeschoten.

Het is druk. Er weerklinkt een kakofonie van geluiden, die ineens verstompt als een man in een lang gewaad verschijnt. Alexander drinkt nog snel zijn bokaal leeg en dan is het helemaal stil. Alleen de stem van de man in het lange gewaad weerklinkt over de enorme open plaats.

‘Dan nu,’ spreekt hij, ‘het offer voor Zeus.’
Tot mijn schok leiden een aantal jonge vrouwen vijf geiten naar voren en snijden ze één voor één hen de keel door. Ik kijk weg, maar ondanks dat ik er maar een glimp van opvang, doet het afschuwelijke schouwspel me bijna overgeven. De geur van bloed dringt mijn neusgaten binnen, en ik begrijp ineens waarom Ben een vegetariër is.

‘Is alles goed, Alex?’ vraagt Alexander.
Ik schud mijn hoofd. ‘Ik ben niet zo bekend met dierenoffers.’

Ik moet wat drinken, snel. De smaak van de wijn is sterker dan dat van het gal dat in mijn keel brand, en langzaam kom ik weer op adem. Ik moet alleen niet dronken worden. Niet dronken worden, Alex. Het zou wel heel uniek zijn als mijn eerste dronkenschap zich in het oude Griekenland zou afspelen.

De dieren liggen dood te bloeden op de grond, maar ik probeer er niet naar te kijken. Misschien moet ik vanavond ook maar doen of een vegetariër ben.

Alexanders tafel heeft zo te zien de beste slaven: jong en mooi, en met prachtige toga’s aan. Ik voel me vereerd om er te mogen zitten, maar nog veel meer of ik er niet thuishoor. Dat is natuurlijk ook zo.

Ik denk aan thuis en hoe ik vanavond waarschijnlijk een pizza zal klaarmaken. Mijn maag knort bij die gedachte, maar nu iedereen weer luid met elkaar praat, valt het niet op. Ik begin het flink te missen, thuis. De eenentwintigste eeuw en al zijn luxe. Mijn vrienden. Ben.

Ik druk de gedachte weg. Er is later tijd om me daar zorgen over te maken. Heel erg veel zorgen. Want dit is serieus. Maar wat ook serieus is, is dat ik me op dit moment bevind ik het Oude Griekenland en niet mag eten.

‘Wil je niets eten?’ vraagt Alexander. Shit. Betrapt.
‘Ik eet geen vlees,’ bedenk ik snel, en in stilte bedank ik Ben voor het idee.
‘Oh, natuurlijk.’ Alexander glimlacht. Hij draait zich om, en voordat ik dankbaar kan zijn voor zijn begrip, geeft hij me een soort cakeje aan. Ik moet toegeven, het ziet er best lekker uit. ‘Honingcaketjes,’ licht Alexander toe, ‘ze zijn heerlijk.’

Ze ruiken inderdaad heerlijk. Alexander kijkt me verwachtingsvol aan. Tientallen smoezen schieten door mijn hoofd, maar geen één ervan slaat ergens op. De waarheid klinkt waarschijnlijk nog waanzinniger in zijn oren.

Dus ik eet. Eén cakeje kan toch geen kwaad?

Het is inderdaad heerlijk. Ik heb altijd al van honing gehouden, en blijkbaar delen de Grieken die liefde. Na één hap is Alexander tevreden en kijkt hij weer weg. Snel laat ik het cakeje vallen en trap ik het onder de tafel. Mayla gaat me vermoorden.

Alexander is bezig met het maken van grappen met de mannen aan zijn tafel, en Hephaestion is al flink dronken. Ik ben nog bezig met mijn tweede bokaal, maar ik voel me nu al wat lichter in mijn hoofd worden. Om de één of andere reden is alles net een klein beetje grappiger en een klein beetje makkelijker.

Maar mijn aangeschoten-zijn is niets vergeleken met hoe dronken Hephaestion al is. Hij heeft moeite om woorden te vinden, vergeet ze soms helemaal, begint weg te zakken, en als hij opstaat, valt hij meteen weer om.

‘Alexander!’ roep ik uit, en hij ziet meteen wat er aan de hand is. Ik sta ook op en ren naar de twee mannen toe.

Hephaestion ligt op de grond, zijn ogen gesloten. En als ik langzaam dichterbij kom, zie ik Alexander bij zijn vriend neerknielen. Een slaaf snelt naar ze toe en hij pakt Hephaestions pols. Langzaam draait de man zich naar Alexander om en hij schudt langzaam zijn hoofd. Dan dringt de waarheid tot hem door – en ook tot mij: hij heeft geen hartslag.

Wacht, is Hephaestion nou dood? Ja. Heeft hij zich doodgedronken? Ja. Echt waar? Ja. Zo gebeurde het echt.
@Hypergraphia: ik ben blij dat je zo'n slimme hond hebt :'P
@FaramirOfGondor: aaw! En sorry.
@Catmint: voor ons wel, natuurlijk, maar ook historici hebben hier nog debat over
@EvaSalvatore: sorry...
@Wervelwind: hier hadden we in het gb natuurlijk al een gesprek over, maar yay!

Reacties (6)

  • Square

    En het leuke van tijdreizen is dat ik later net zolang kan uitstellen als ik wil.
    Tijdreizen klinkt steeds geweldiger (en ik zie wat zorgwekkende reacties hier beneden, maar die negeer ik voorlopig nog even).


    Tientallen smoezen schieten door mijn hoofd, maar geen één ervan slaat ergens op.
    Ik wil ze horen, omg. "Ik eet ook geen honing, want mijn religie zegt dat dat bijenvlees is" of "Ik ben allergisch voor lekkere dingen" of "In ruil voor het leven van mijn moeder heb ik Winnie de Poeh beloofd hem alle honing te brengen die ik in mijn leven tegenkom en als ik dat niet doe, pleeg ik contractbreuk en ben gedoemd voor eeuwig in het Honderd Bunderdbos rond te struinen als verdrietig spook achtervolgd door Iejoors staart".


    En well, shit. Nu snap ik waarom iedereen zo geschokt was in de comments. Ik zou daar graag een heel hartgrondige "wtf, noh" aan toe willen voegen (al was dit eigenlijk een klein beetje iets wat haast wel móést gebeuren, maar ontkenning was heel prettig tot hier). (no_chears)

    4 jaar geleden
  • Grace

    OMG
    dat kwam zo onverwachts?????

    Alex is toch wel hilarisch (;

    4 jaar geleden
  • Helvar

    Wait, what...? Oh no :C

    4 jaar geleden
  • HopeMikaelson

    Hij is echt verschrikkelijk 😅

    4 jaar geleden
  • Wavechaser

    NEE HALLO

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen