Bonusopdracht O2


•      •      •      •      •

      Vaslav Nijinsky hield er niet van om over koetjes en kalfjes te spreken. In de dagen voor zijn vertrek naar Zuid-Amerika probeerde hij de andere leden van het balletgezelschap dan ook een beetje te mijden: iedereen was enigszins uitgelaten en gespannen en bracht dan ook onnodig veel tijd door met het bespreken van zaken die het bespreken niet waard waren. De Ballets Russes trok ook een hoop andere geïnteresseerden aan, mensen die hem en zijn gezelschap bewonderden, maar in het geval van Vaslav waren het ook hele andere mensen geweest die geïnteresseerd waren in zijn doen en laten. Als Rus had hij een tijd lang huisarrest gehad, omdat men verwachtte dat hij iets te maken zou hebben met de oorloog.
      In werkelijkheid voelde Vaslav zich verscheurd door de hele situatie in Europa en hij had het gevoel alsof hij zijn grip op de wereld verloor. Ooit had hij mensen kunnen laten lachen en hun zorgen even vergeten, maar nu was hij het zelf die daar gebukt onder leek te gaan. De wereld zat niet in elkaar zoals hij had gedacht of gehoopt. Er was alleen verdriet.
      Etonne moi. Vermaak me. Dat had hij zo goed gedaan dat hij zelfs Sergei Diaghilev persoonlijk had vermaakt: dé grote impresario van dit moment. De man die kunstenaars van alle disciplines om zich heen had verzameld alsof hij een bijenkoningin was, allemaal om zijn balletten tot hun recht te laten komen.
      Hun dagen samen in Venetié leken iets uit een ander leven, evenals de gevoelens die Vaslav toen misschien gekoesterd mocht hebben voor de man. Tegelijkertijd wist Vaslav heel goed dat hij zijn carrière en het feit dat hij nu weer op vrije voeten was om weer te kunnen dansen, aan Sergei te danken had. Het liep niet goed met zijn gezelschap en Vaslav was er om de mensen even van de oorlog af te leiden, zelfs al betekende dat dat Diaghilev het ongenoegen van zijn vrouw Romola over zich heen moest laten komen. Dat zij elkaar niet mochten, was voor Vaslav misschien ook wel de reden dat hij nog wat harder probeerde om zich niet prettig te voelen in Sergei’s aanwezigheid. Ondanks wat hij gevoeld had, wist hij ook dat het geen fijne man was om mee om te gaan; niet voor iedereen tenminste.
      Op de laatste dag voor ze uit zouden varen, werd hij bezocht door zijn zuster Bronislava, die hem op een terras had aangetroffen. Ook Bronia danste en ze danste goed, vond Vaslav en niet omdat ze zijn zus was, maar omdat hij dat kon zien. Ze liet zich in een eenvoudige zomerse jurk op een stoel naast de zijne zakken en wenkte de dame die met haar meegekomen was. Vaslav schatte haar zeker wel een jaar of dertig.
      ’Dit is Mikhaila,’ zei Bronia vriendelijk. ‘Ze reist morgen met ons mee op verzoek van Diaghilev.’
      Vaslav slaakte een zucht en ontweek de blikken van zijn zusje en Mikhaila niet eens opzettelijk. ‘De uitkomst van onze levens ligt verscholen in Zijn besluiten.’
      ’Ja,’ zei Bronislava droog. Mikhaila knikte alleen en keek hem aan met een van de oprechtste glimlachjes die Vaslav ooit was tegengekomen.
      Er kwam een ober vragen of de dames ook een drankje wilden, maar toen ze zeiden dat ze dat niet hoefden en zo weg zouden gaan, noemde hij voor Vaslav het verschuldigde bedrag op. Hij keek naar de man, die zich zo ijverig ine en blouse en jack had gestoken en zijn uiterste best deed om zijn gasten een aangenaam bezoek te gunnen. Vaslav schudde zijn hoofd.
      ’Nee,’ zei hij. ‘Nee, ik zal u niet met geld betalen, beste man.’ Hij kwam overeind en spreidde zijn armen, zodat hij de serveerder kon omhelzen, maar die deed een pas achteruit.
      ’Vaslav..’ zei Bronislava geagiteerd, maar Vaslav had haar niet nodig om te beseffen dat de man blind was voor de liefde: de liefde die hij te bieden had. Die God te bieden had. Hij stak een hand in de zak van zijn linnen broek, viste daar enkele munten vandaan en liet deze op het tafeltje kletteren waar hij zojuist aan gezeten had. Eén munt belandde in zijn lege glas. Hem werd alsnog een goede dag gewenst en hij vertrok in het kielzog van zijn zuster met Mikhaila die zwijgend, maar duidelijk opgewonden naast hem liep.
      ’Meneer Nijinsky,’ zei ze toen ze enkele straten zwijgend hadden doorgelopen, hoogstwaarschijnlijk op weg naar het hotel. Vaslav en Romola waren pas enkele dagen in de stad, nadat ze eindelijk vrij waren gelaten door de Hongaarse authoriteiten.
      ’Vaslav, Mikhailashka,’ verbeterde hij haar. Ze was overduidelijk ouder dan hij, maar toch bezat ze een zekere jeugdigheid die hij voor zijn gevoel aan het verliezen was. Ze had niet veel gezien, besefte hij.
      ’Vaslav…’ Ze probeerde zijn naam uit, hij hoorde hoe ze de woorden op haar tong proefde. Ze sprak Russisch, maar anders dan hij of Bronia. Ze liep ook anders, zag hij. Het was duidelijk dat ze geen danser was.
      ’Waarom ben je hier naartoe gekomen?’ wilde hij weten. ‘Waarom ben je naar deze poel van verdriet gekomen?’
      ’Verdriet?’ vroeg Mikhaila voorzichtig. Ze begreep hem niet, leek niet te beseffen in welk onheil ze zich onderdompelde door naar het Westen te komen. Door hier naartoe te komen.
      ’Het is hier niet veilig,’ zei hij. Bronia keek even om, maar zei niets. ‘De Engelsen, De Hongaren, zelfs hier in Frankrijk. Overal is oorlog, madame. Niemand heeft elkaar meer lief.’
      Ze glimlachte. Het verbaasde hem nauwelijks. Haar lichtbruine ogen waren op de zijne gericht, alleen op hem. Vaslav dacht dat ze verder wilde kijken dan zijn gezicht, alsof ze hem onderzocht met haar onbekende blik. Ze had ogen die heel ergens anders waren geweest.
      ’Ik neem aan dat u er bent om iedereen weer van elkaar te laten houden,’ zei ze stoutmoedig en Vaslav draaide zijn gezicht weg. Het was geen gebrek aan zelfvertrouwen dat hem de woorden had ontnomen. Hij wist wie hij was en hoe mensen altijd maar naar hem opkeken, alsof hij een prachtig getraind paardje was, mooi om naar te kijken.
      De jonge vrouw Mikhaila keek hem verwachtingsvol aan. Ze leek niet te wachten op een bevestiging of iets dat ze kon gebruiken in haar eigen voordeel. Ze wachtte op een reactie van hém.
      Vaslav keek naar de lucht boven hun hoofd. Langzaam kleurde deze donkerblauw en kreeg de avond hem te pakken. ‘Dat zal ik proberen.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen