Foto bij • Hoofdstuk 1.9


‘Er is al iemand geweest?’ Ilse herhaalde Sams woorden, alsof ze niet geloofde wat Sam had gezegd. Sam snapte het wel, wie wilde nou in zo een vervallen hut komen? Wie had er verbleven in wat inmiddels een bouwval was? Het ergerde Sam best wel dat er iemand was geweest in hún boomhut, hún hoofdkwartier, alsof er iemand aan haar privéspullen was gekomen terwijl ze zo had gevraagd om dat niet te doen. Alsof haar vertrouwen beschaamd was door iemand die ze niet eens kende. Was het een of andere zwerver geweest die onderdak nodig had? Maar dan was hij toch naar iets fatsoenlijks gegaan en niet naar dit? Bovendien, waarom lag er dan een wapen in de boomhut? Wie had er nou een wapen gelegd in een kinderbouwwerk? Waar sloeg dat op? Het was gewoon vreemd, echt vreemd. Was het misschien een indirecte bedreiging? Maar dan had iemand het toch wel duidelijker gezegd en dan had die persoon toch ook wel geweten dat ze hier nooit meer kwamen? Het was gewoon onverklaarbaar en vaag. Welke rare persoon had nou weer een hut bewapend met echte wapens?
Het drong nu pas tot haar door dat dit alles hun eigendom was. Dat als er nu iemand kwam, dat die persoon dan ontdekte dat dat wapen dan zeer waarschijnlijk ook onder hun eigendommen zou vallen. Wat zou betekenen dat ze opgepakt zouden worden wegens het illegaal bezitten van wapens die niet eens van hen waren. Blijdschap sloeg over naar paniek en haar adem versnelde. Stel dat de persoon -wie dat ook mocht zijn- terug kwam voor zijn wapen? Stel dat hij dit gebruikte als onopvallende basis voor illegale handelingen of als opslagruimte? Dan zaten ze in de puree. Diep in de puree.
Ilse was inmiddels ook boven gekomen en was naast Sam komen staan, met een ernstige blik stapte ze langs haar heen om te bekijken waar Sam het over had gehad. Sam volgde haar.
‘Pas op voor de verrotte planken,’ waarschuwde ze haar. Ilse sprong er handig overheen.
Zodra ze op de metalenplaat stond, volgde Sam haar de boomhut in en kwam ze naast haar beste vriendin staan om het wapen eens van dichtbij te bekijken. Het glinsterde door het kleine straaltje licht dat door een kiertje in het dak naar binnen scheen en het wapen raakte in zijn weg naar het verdwijnen in de duisternis.
Voorzichtig trok Sam het wapen iets dichter naar zich toe, om het nog beter te kunnen zien. Ze hurkte, zodat ze het wapen niet zou hoeven optillen.
‘Wat is het?’ vroeg ze, toen ze met haar blik de contouren van het wapen volgde, ‘Het lijkt op een combinatie tussen een bijl en een zwaard.’
‘Wie zou er nou overweg kunnen met zo’n ding?’ vroeg Ilse zich af. Sam vroeg het zich ook af. Ze peinsde, kende ze misschien iemand die dit soort wapens gebruikte of zou kunnen gebruiken? Wie zou behendig genoeg zijn om zoiets te kunnen gebruiken? Plots schoot haar iets te binnen, maar ze besloot het niet te vertellen aan Ilse, die zou waarschijnlijk zeggen dat ze er teveel achter zocht. Ilse zou nooit iemand beschuldigen die ze niet zo goed kende en alleen maar genoegen hebben met bewijs, aangezien ze gewoon veel te naïef was om dingen te zien en motieven te snappen zonder dat er per se bewijs voor was.
Sam stond weer op en keek de kamer eens goed rond, om misschien nog een teken van bewijs te kunnen vinden, maar tot haar teleurstelling kon ze niks vinden. Dat betekende dat ze toch echt zelf zou gaan moeten zoeken naar een manier om te bewijzen dat ze toch echt de schuldige had gevonden, maar ze wist nu al dat dat een lastige klus zou worden, zeker met Ilse als persoon die de motieven zou moeten inzien. In het ergste geval zou ze ook nog een verdedigende verklaring zoeken voor degene, waarom die een wapen had gelegd in hun boomhut, maar vooral wat zijn of haar intenties waren met het wapen en waarvoor hij of zij het gebruikte. En dat wilde ze niet, ze wilde gewoon een schuldige aanwijzen en een passende straf uitdelen voor die persoon. Ze had geen zin in de onzin over gerechtigheid.
Daarom haalde ze haar schouders op, liep naar de in en uitgang van de boomhut en wilde net kijken waar Amelia en Ada bleven toen Ada de hut binnenkwam, gevolgd door Amelia.
‘Er is al iemand geweest?’ vroeg Ada meteen zodra ze de hut binnenstapte.
‘Dit soort speelgoed hadden we vroeger niet,’ verklaarde Sam.
‘Het komt in ieder geval niet van ons,’ ging Ilse mee met Sams conclusie.
‘Nee dat snap ik, maar wie doet er nou zo een moeite om alleen maar een vreemd wapen te leggen in een boomhut wat meer lijkt op een enorm en lelijk vogelnest?’ vroeg Ada zich af.
‘Ja, dat snapte wij ook al niet,’ zei Sam.
‘Het is geen enorm en lelijk vogelnest!’ riep Ilse gekwetst uit, ‘Het is een prachtig kunstwerk gemaakt door Sam en mij! Het is misschien niet helemaal recht of onderhouden, maar dat maakt het origineel!’
‘Die wapens maken het zeker origineel,’ mompelde Ada.
‘Ze komen toch niet terug, hé? De personen die dat wapen daar neer hebben gelegd?’ piepte Amelia angstig.
‘We zouden ze gemakkelijk aankunnen,’ verzekerde Sam haar, ‘we zijn met zijn vieren.’
‘En gewapend met een zak stenen, een plasticzwaard en een bijlachtig ding, vergeet dat niet,’ merkte Ada op. Ilse keek van het wapen naar het viertal.
‘Misschien kunnen we dat ding maar beter niet gebruiken, we weten immers niet hoe ermee om moeten gaan.’
‘Jij zou de enige zijn die zichzelf er mee zou bezeren, schat. We zijn echt wel voorzichtig.’ Sam keek geïnteresseerd naar het wapen, het liefst zou ze het misschien wel eens uit proberen, om er mee te zwaaien of te hakken in een boom, gewoon om te kijken hoe ze ermee om zou moeten gaan. Maar ze besloot die neiging maar voor zich te houden en de zak stenen naar zich toe te trekken.
‘Iedereen één steen?’ vroeg Ada. Sam drukte een steen in Ilses hand en vervolgens in Amelia’s hand als bevestiging.
‘Wat gaan we ermee doen?’ vroeg Amelia, die nog steeds geplaagd leek te worden door angstige gevoelens en twijfels over de situatie. Sam dacht even na over wat ze zou antwoordden, want wat gingen ze nou eigenlijk met de stenen doen? Ze zouden ze niet in het niets gooien en ook niet doelloos naar de grond smijten. Ze zouden ze nuttig gebruiken. Sam keek op, vastbesloten in de ogen van Amelia, vol strijdlust en kinderlijkplezier van het idee weer eens één van hun oude gewoontes te kunnen herpakken.
‘Onze boomhut verdedigen, natuurlijk.’

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen