Foto bij H21: Welkom in Japan! ~ Khana

Eenmaal in de luchthaven, kwamen we in de drukte van de luchthaven terecht. Ik had een benauwd gevoel toen we doorheen de mensen naar de bagageband liepen, waar ook al vrij veel mensen stonden te wachten. Zodra we onze koffers hadden, liepen we naar de laatste controle en zette ik mijn koffers op de band. Eenmaal door de metaaldetector had ik mijn koffers vrij snel, maar van Nick kwamen niet. “Meneer Newland?” hoorden we opeens iemand vragen en iemand van de luchthavenpolitie kwam naar ons toe. Nick knikte en zei: “Ja, dat ben ik?” “Zou u zo vriendelijk willen zijn om even mee te komen? Eén van uw koffers heeft wat problemen”, zei hij en Nick knikte weer. Toen keek hij naar mij en zei: “Wacht maar even op die bank daar, ik ben zo terug.” Ik knikte en Nick liep met de man mee naar een aparte deur. Met een korte zucht liep ik naar de bank en zette me erop neer, waarna ik op Nick wachtte.

Nog geen tien minuten later kwam Nick terug met zijn koffers en samen gingen we naar de uitgang. Ik probeerde me enkel op Nick te focussen die voor mij uit liep, zodat ik hem niet kwijt zou raken in deze menigte. Hij kende het hier blijkbaar vrij goed en het duurde niet lang voordat we buiten waren. “Khana, gaat het? Je ziet vrij bleek”, vroeg Nick bezorgd en ik slikte even krampachtig. “Het gaat nog wel, ik… er zijn… het gaat”, zei ik vrij onsamenhangend terwijl ik de mensen om ons heen in de gaten probeerde te houden. Zo veel mensen en zo veel beweging… “Khana, als het niet meer gaat moet je het zeggen, oké?” zei Nick toen en ik knikte. Daarna haalde ik even diep adem en vroeg: “Wat gaan we nu doen?”

“Wel, ik had het idee om een soort rondwandeling te doen hier. Er zijn wel enkele plaatsen hier die ik graag eens wil tonen en ik weet niet of we nog een ander moment zullen vinden om Tokio eens te verkennen. We verblijven ergens net buiten het centrum van Tokio, dus leek het me wel leuk om vandaag even de toerist uit te hangen…”, vertelde Nick en keek me ondertussen wat onderzoekend aan. “Klinkt fijn, maar ehm… Ik weet dat dit raar gaat klinken en ik snap het zeker als je het liever niet doet… maar… wel…”, stotterde ik onhandig en Nick keek me verward aan. Mijn concentratie was ver te zoeken omdat ik werd afgeleid door alle mensen die heen en weer bewogen. “Het zou fijn zijn als we de aller drukste plaatsen kunnen vermijden en… en dat je me kunt meetrekken als we er toch doorheen moeten…”, zei ik toen beschaamd en keek ongemakkelijk weg. Ik was niet graag afhankelijk van anderen en ik schaamde me ook voor dit ‘probleem’. Nick knikte echter met een glimlach en zei: “Oké, ik zal er zeker rekening mee proberen te houden, maar drukke plaatsen zullen we helaas wel tegenkomen, aangezien dit een hoofdstad is… Maar ik zal je dan helpen, goed?” “Ja, dankje”, zei ik toch wat opgelucht en we gingen op stap.

Nick hield zich aan zijn woord en een tijdje later waren we bij een park aangekomen. “Dit is het Yoyogi-park, hier komt vooral de jeugd samen”, vertelde Nick en ik zag verderop enkele jongens en meisjes in opvallende en ook wel schattige kledij staan praten met elkaar. “Waarom zijn ze zo gekleed?” vroeg ik en Nick antwoordde glimlachend: “Er is een soort trend hier dat mensen zich schattig kleden, volgens mij noemt men dat de kawaii-cultuur.” Ik knikte als teken dat ik het begreep en we wandelden rustig wat verder. “Zeg, Nick…”, begon ik toen opeens en hij keek me vragend aan. “Ja?” “Hoe komt het dat je de weg hier zo goed weet? Ben je hier al eens eerder geweest?” vroeg ik en er verscheen een mysterieuze blik in zijn ogen. “Ja, maar dat is al een tijdje geleden. Ik ben blij dat bepaalde zaken er nog steeds zijn”, antwoordde hij toen vrij vaag en ik besloot het erbij te laten.

“Khana, zie jij dat ook?” vroeg Nick opeens en wees naar een struik. Ik zag echter niet meteen iets speciaal en vroeg: “Wat bedoel je?” Hij keek schichtig om zich heen en gebaarde toen dat ik moest volgen. We liepen naar de struik en Nick duwde enkele takken opzij. “Wat is dat?” vroeg ik verward toen ik iets zag liggen. Het leek op een hoopje vacht en er zat een vage donkere wolk omheen. “Ik heb een vermoede, maar ik hoop dat het niet zo is…”, antwoordde hij vaag en pakte een tak, waarna hij tegen het hoopje vacht porde. Het hoopje vacht rolde om en ik keek er ontzet naar. Oh nee…

Reacties (1)

  • Kaffaljidhmah

    Ik hoop dat de zwarte wolk of zoiets, geen idee hoe het eruit ziet, nog leeft.:(

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen