Foto bij 059 - Making Plans

Sorry voor het droge plaatje:Y)

Yarea
In het huis hing een lichte, aangename sfeer. Veel minder zwaar en donker dan er in de meeste huizen in de Duistere kant. Niet dat ik vaak in een huis kwam, maar in de weinige huizen waar ik was geweest, zoals die van Eric, hing er een drukkende sfeer. Dit huis was licht, voelde vrij en het rook lekker. Het was een vertrouwde, frisse geur die ik niet thuis kon brengen. De muren waren van hout, de onregelmatige patronen en knoesten van het hout waren goed zichtbaar. De ramen waren rond en vrij klein, iets wat ik nog nooit gezien had. Ook had ik nog nooit een rieten dak gezien, dat had de Duistere kant niet.
Ik keek het huis rond. Er stonden vier bedden, ieder bedekt met grijze, wollen dekens. Na dagen lang reizen en weinig slapen, zagen ze er erg aantrekkelijk uit.
"Kan ik de haard aansteken, Nafal? Of trekt dat teveel aandacht?", vroeg ik. Ondanks de schoonheid van dit huis was het er wel erg koud, ik snakte naar de warmte van een vuur.
Nafal, die nogal versuft leek door zijn verwondingen, twijfelde even. "Het kan wel, ik woon hier gewoon, maar zorg dat jullie wolven in de schuur blijven. Daar kan niemand ze zien, voor het geval er tóch iemand langskomt."
Ik knikte opgetogen. Nafal wees naar een deur achterin het huis en zei dat daarachter de schuur begon. Amras en ik leidde de wolven de schuur in. In de schuur zag ik ook een stapel hout staan. Ik pakte mijn armen vol hout en droeg dat naar de haard. Nafal wees me op een aansteker. Niet veel later knapperde er een vrolijk haardvuurtje. De aangename hitte straalde tegen mijn verkleumde handen.
"Ga maar slapen," zei Amras tegen Nafal. "Vanavond overleggen we de plannen wel, je hebt nu rust nodig."
Nafal knikte dankbaar en kroop onder zijn dekens.

Pas tegen de tijd dat de zon onder ging wekte we Nafal weer. Hij zag er een stuk beter uit, wat minder moe. De slaap had hem goed gedaan. Ik keek naar zijn wonden.
"Hoe gaat het met je wonden?', vroeg ik.
Met pijn en moeite haalde Nafal zijn schouders op. "Mwah...niet slecht maar ook niet goed."
"Hebben we nog wat te eten?", vroeg Amras.
Nafal knikte. "In die kast daar zitten wat ingemaakte groenten en in de schuur liggen aardappels."
"Wat zijn aardappels?", vroeg ik. Ik had het woord nog nooit gehoord maar het klonk raar. Appels kende ik wel, maar aardappels? Ik wist niet wat ik me daarbij moest voorstellen. Appels die ondergrond groeide?
Nafal keek me verbaasd aan. "Ja, aardappels. Ken je die niet?"
Ik schudde mijn hoofd waarop Nafal mij nog verbaasder aankeek. Hij keek naar Amras. Die haalde zijn schouders op en liep naar de schuur. Even later kwam hij terug met een bruingele, ovale knol.
"Dit," zei Amras. "Is een aardappel."
"Aha," zei ik droog. "Het ziet er niet zo smakelijk uit."
"Nee, je moet het ook eerst koken. Anders is het niet lekker.", vertelde Nafal. "Waar kom je eigenlijk vandaan, als je geen aardappel kent? Bij ons is het een veel gegeten product."
"Dolende ridders verbouwen geen gewassen," zei Amras.
Ik knikte. "Ik ben een dolende ridder."
Nafal knikte nadenkend. "Nou goed, ik ga de aardappels maar eens koken. Zullen we na het eten de plannen bespreken?"

"Goed, wanneer gaan we naar de stad om te observeren? Overmorgen?", vroeg Amras. Hij klonk anthousiast.
"Ik denk dat we beter pas over drie dagen kunnen gaan. Nafal moet nog wat aansterken.", ik gebaarde naar Nafal. Hij keek op en schudde zijn hoofd.
"Dat is niet nodig," zei hij.
Ik had al verwacht dat hij dat vond. Hij wou niet toegeven dat hij zich nog niet optimaal voelde, hij wilde ons niet vertragen. Maar hij was nog erg zwak, dat was duidelijk te zien. Hij zag wat bleekjes en hij zag er nogal moe uit. Zijn wonden waren ook nog lang niet genezen. Het zou nog heel lang duren voor het helemaal genezen was, maar nu waren zijn wonden nog echt te vers.
"Jawel," zeiden Amras en ik in koor.
Nafal zuchtte en rolde met zijn ogen."Goed dan..."
"Nu komen we meteen bij het tweede probleem: Amras.", ze ik.
Amras keek me quasi-beledigd aan. "Ik? Een probleem?", lachte hij.
"Je haar en je koninklijke afstamming, is een probleem ja.", zei ik. "Dus...aan je haar moet wat veranderen."
"Ja, dag. Ik weiger mijn haar te verven.", bleef Amras koppig volhouden. Hij sloeg zijn armen over elkaar.
"Wat is jouw idee dan? Ik weet echt geen andere optie dan haar verven of gewoon helemaal niet meegaan.", zei ik.
"Een keer kunnen we je wel de stad binnensmokkelen, maar meerdere keren gaat niet lukken. Dan zouden Yarea en ik de stad in moeten gaan zonder jouw en alleen de keer dat we echt het licht gaan stelen, jou meenemen. Dat lijkt me ook niet ideaal.", voegde Nafal daar aan toe.
Amras slaakte een zucht. "Ik kan via een hooiwagen de stad in, en als ik in de stad ben een kap op."
"Ja, en waar halen we een hooiwagen vandaan? Hier in de lichte kant is het verdacht om met een kap op te lopen.", ze Nafal.
"Als het 's nachts is ook?", vroeg Amras.
"Ja, alleen maar nog verdachter."
Amras zuchtte opnieuw. "Ik weiger mijn haar te verven."
"Dat merken we," zei ik droog. "Je hebt nog drie dagen om met een goed idee te komen, anders is het haarverven of niet mee op verkenningstocht."
"Sinds wanneer beslis jij dat?", zei Amras. Hij was geïrriteerd.
"Sinds ik niet wil dat ze je oppakken en gevangen zetten, of nog erger: vermoorden. Verder zou alles in de soep lopen als ze er achter komen wie je bent.", zei ik, ook lichtelijk geïrriteerd.
Een tijd lang heerste er een ongemakkelijke stilte.
"Ik ga maar eens een stukje met de wolven rijden.", zei ik, om de ongemakkelijke stilte te doorbreken. Ik stond op, schoof mijn stoel zachtjes aan en liep naar de schuur. Toen ik de deur open deed werd ik meteen vrolijk begroet door Zenras.
"Hallo jongen, zin in een wandeling?", zei ik zachtjes tegen mijn wolf.

Reacties (1)

  • Butterflygirl

    Ik ben zo benieuwd wat Amras gaat bedenken

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen