Foto bij 2.3

Connor kon geen oog dichtdoen die nacht, omdat het onheilspellende gevoel dat er iets te gebeuren stond steeds opnieuw aan hem bleef knagen. Iedere keer dat hij tegen Eli aankroop, zijn warmte en rust overnam, dacht hij dat hij heel even kon slapen, maar steeds opnieuw was net de gedachte aan Eli hetgeen wat hem wakker hield. Als hij alleen was geweest, had hij misschien zijn eigen leven op het spel gezet door even onoplettend te zijn, maar Eli’s leven kon hij gewoon niet riskeren.
      Hij was blij dat hij niet in slaap was gevallen.
      Rond drie uur ’s nachts hoorde hij stemmen. Het waren doffe, verre stemmen die je in een diepe slaap waarschijnlijk nooit gehoord zou hebben. Stemmen kon je natuurlijk altijd horen in een stad als Zaya, maar dit waren niet het soort stemmen waar je rustig van werd.
      Connor nam Eli bij zijn schouders en schudde hem lichtjes door elkaar. Slaperig opende Eli een oog. Hij keek Connor enigszins verwijtend aan. ‘Nee, ik heb geen zin in seks.’
      ‘Denk je echt dat ik je midden in de nacht wakker zou maken voor seks?’ Dat was waarschijnlijk geen slimme vraag geweest.
      ‘Ja,’ antwoordde Eli met een doodserieus gezicht.
      ‘Het gaat niet over seks. Ik denk gewoon dat we hier weg moeten.’ Hij begon aan Eli’s shirt te pulken. ‘We moeten hier echt weg.’
      Eli’s gezicht betrok, alsof hij zich opeens realiseerde hoe ernstig de situatie werkelijk was. ‘Ik heb je nog nooit zo bang gezien…’ Hij ging rechtzitten, zwierde zijn benen over de rand van het bed en begon zich om te kleden.
      ‘Sneller,’ zei Connor bijna ademloos. Hij kon niet verklaren wat het was, maar iets in hem schreeuwde dat ze hier moesten vertrekken en wel nu. Misschien was het zijn zesde zintuig – waarschijnlijk was het dat.
      ‘Ik doe mijn best.’ Eli ritste zijn broek dicht en keek Connor afwachtend aan. ‘Gaan we weglopen?’
      Connor klemde zijn kaken op elkaar. Hij wist dat ze hier weg moesten, maar hij was bang voor de nacht die hem buiten zou opwachten – de nacht met een heleboel onzekerheden. Uiteindelijk knikte hij toch. Als ze nu niet weg zouden gaan, zouden ze hier misschien voor eeuwig vastzitten.
      Met een harde duw sloeg Connor de deur open en keek hij in de gang. De lichten brandden en verschillende personen leunden tegen de muur en keken radeloos om zich heen in de hoop een persoon te vinden die wist waar hij mee bezig was.
      Terwijl hij zijn vingers verstrengelde in die van Eli, liep Connor door de gang. Zijn ogen gingen steeds opnieuw van links naar rechts, waarbij hij iedere persoon in de gang diep in de ogen keek. Hij had het oogcontact nodig om zichzelf ervan te verzekeren dat hij de situatie onder controle had, al was dat in werkelijkheid alles behalve het geval.
      Vlak voor de trap botsten ze op een dikke man, die niet opzij wilde gaan. Connor, een tikkeltje arrogant zei: ‘Wat is hier de bedoeling van, levende oliebol?’
      De man, die de belediging professioneel negeerde, duwde Connor naar achteren. ‘Ga terug naar je kamer.’ Een paar tellen later herhaalde hij de zin luider, zodat iedereen op de gang het kon horen en voegde hij eraan toe: ‘Blijf kalm, er is niets aan de hand.’
      ‘Maak dat de kat wijs,’ snauwde Connor. ‘Je kunt ons hier niet binnen houden.’
      ‘Wil je me uitdagen, jongetje?’ Het was waarschijnlijk de bedoeling dat zijn stem dreigend zou overkomen, maar hij sloeg de bal helemaal mis. Dit soort mensen waren niet geschikt om een situatie als deze in de hand te houden.
      ‘Wij gaan naar buiten.’
      ‘Je zult sterven.’
      ‘Hierbinnen ook, en maak jezelf niets anders wijs.’
      Daar kon de man niets op inbrengen. Een paar seconden bleef het stil. ‘Als we hierbinnen blijven, met alle deuren en ramen dicht, komen we om van de honger. Misschien kunnen we het zelfs makkelijker maken door één of ander gif te nemen. Als je naar buiten gaat, word je aan reten gescheurd. Jullie zullen een vreselijke dood sterven.’
      ‘Liever vreselijk dan laf.’ Dat was de grootste leugen die hij ooit had gemaakt. Connor was laf, hij was altijd laf geweest. Daarom was hij gevlucht, omdat hij te laf was om de lasten van de prins op zijn schouders te nemen. Nu was er echter geen plek voor lafheid. Als hij nu bang in een hoekje wegkroop en vluchtte voor zijn problemen in de hoop dat ze zouden verdwijnen, dan zou hij sterven – en erger nog; dan zou Eli sterven.
      ‘Laat ons door,’ eiste Connor.
      ‘Wat is er daarbuiten?’ vroeg Eli. Connor kon niet ontkennen dat dat misschien een belangrijke vraag was, maar hij kende het antwoord al. Stiekem had hij het antwoord altijd al geweten. Van het moment dat Eli opmerkte dat iedereen zo depressief was… hij had meteen zijn conclusies moeten trekken.
      ‘Het is de Zwarte Vloed, hè?’ Natuurlijk was het de Zwarte Vloed, iedere keer wanneer er iets misliep op deze rotte wereld kwam het door de Zwarte Vloed.
      ‘We weten niets zeker.’
      ‘Jullie wisten dat de Zwarte Vloed kwam en jullie overwogen geen minuut om… weet ik veel, te vluchten, zoals ieder geestelijk gezond persoon zou doen? Hoe kunnen jullie… Waarom is niemand gewaarschuwd? Weet je wat het betekent als je zoiets geheim houdt? Het betekent dat niemand het ziet aankomen, en dat verdomme iedereen’ – Connor hapte naar adem om zijn zin af te kunnen maken – ‘zal sterven.’
      ‘Connor, hij zei net dat ze het niet wisten.’ Eli was veel te kalm voor een situatie als deze. Misschien kwam het doordat hij nog nooit echt in aanraking was gekomen met de Zwarte Vloed, niet zoals Connor. Toen het voor de eerste keer gebeurde met Kai, was Eli amper drie geweest en had hij zich veilig kunnen verbergen in een vluchtelingencentrum. Connor was vijf geweest, en was door zijn vader gedwongen geweest om foto’s te bekijken die geen enkele vijfjarige ooit zou mogen zien.
      ‘Geloof me, als de Zwarte Vloed eraan zit te komen, dan weet iedereen het.’
      ‘Connor, kalmeer. Door in paniek te raken lossen we niets op.’
      ‘Iedere seconde die deze man verspilt door de weg te versperren, is een seconde die we verliezen daarbuiten. Hoe langer hij ons hier blokkeert, hoe minder kans we maken om hier levend uit te komen.’
      ‘Je maakt geen kans,’ drukte de man Connor op het hart.
      ‘Oh, zullen we erom wedden? Ik zal een briefje sturen als ik het red, maar ik gok dat jouw dode ogen het nooit zullen lezen.’ Met een felle beweging duwde Connor de man opzij. Hij mocht dan wel een ton wegen en eruit zien alsof hij uit een of andere motorbende was gestapt, hij gaf redelijk makkelijk mee toen Connor met beide handen kracht begon te zetten, alsof hij eindelijk besefte dat het geen nut had.
      Zodra de trap weer vrij was, wilde Connor ernaar toe sprinten, maar voordat hij ook maar één trede kon afdalen, greep Eli hem bij zijn pols en trok hij hem weer terug naar achter. ‘Maak even geen overhaaste beslissingen,’ zei hij zacht.
      Connor keek hem haast woest aan. ‘Eli, wil je soms dood?’
      Eli schudde zijn hoofd. ‘Connor, ik heb een plan.

Reacties (5)

  • Value

    tell me more about his idea:Y)

    4 jaar geleden
  • Long

    Dit is echt zó awesome. Can't wait for more!

    4 jaar geleden
  • Grace

    In het begin was ik echt verward, maar gelukkig werd alles verder uitgelegd.
    Ik ben benieuwd naar Eli's plan!

    4 jaar geleden
  • Lerwick

    Oeh, een plan. I'm game. ^^

    4 jaar geleden
  • Ristridin

    Gaaf!

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen