Foto bij ~2~ Yellow Flowers

Links rechts, links rechts, links rechts. Ik bleef rennen tot ik geen gevoel meer had in mijn benen. Ik kon niet naar huis, ik hoorde op school te zijn. Hijgend viel ik op het gras naast de weg. Ik was helemaal naar de rand van de stad gerend. Voor me lagen grote groene weilanden, sommige met rustig grazende koeien en schapen. En daarachter lagen de duinen, die als brede muren het zicht op de zee versperden. De beelden begonnen weer terug te komen. Mandy’s doffe blauwe ogen, haar spierwitte wangen en het donkerrode bloed op het grijze asfalt. Ik greep naar mijn hoofd, in een vergeefse poging om het akelige beeld uit mijn gedachtes te halen. Ik verlangde naar de rustige golven van de zee. Ik kneep mijn ogen even stijf dicht en schudde met mijn hoofd. Met moeite stond ik weer op en begon te rennen. Richting de duinen en het strand. Doffe blauwe ogen, spierwitte wangen, donkerrood bloed. Het beeld stond in mijn gedachtes gebrand. Ik zou haar nooit pijn doen… Toch? En was ze… Ik struikelde over mijn eigen voeten, bijna viel ik op de grond, maar ik ving mezelf op en rende verder. Het donkerrode bloed, de spierwitte wangen, de doffe blauwe ogen. In mijn hoofd mixte alles met het geluid van sirenes en het rood-blauw-rood-blauw van de politieauto’s. Ik probeerde achterom te kijken, maar viel daarbij bijna op de weg. Blauwe ogen, rood bloed, witte wangen. Ik was bijna bij de duinen. Ik schopte mijn schoenen uit en begon wild de duinen op te klimmen. Door mijn tranen heen keek ik naar boven. Blauwe ogen, rood bloed, witte wangen. Ik hoorde de sirenes en de bange, gillende mensen. Opeens stond ik boven op de duin. De zee strekte zich uit tot de horizon. Kalme golven stroomden het strand op, en weer af. Het ruisen van de zee en de wind overstemden de sirenes in mijn hoofd. Ik gaf me over aan mijn benen en begon de duin af te rennen, rechtstreeks naar de zee. Blauwe ogen, rood bloed, witte wangen. Het zand voelde zacht aan onder mijn vermoeide voeten. Ik proefde de zee al. Tranen stroomden over mijn wangen terwijl ik mezelf in elkaar voelde zakken. Het zand was hier nat en zout. Het ruisen van de golven was nu heel dichtbij. Bij elke golf voelde ik me ontspannen. Ik viel uitgeput op mijn zij. Blauwe ogen, witte wangen, rood… Een grote golf overspoelde me. Het frisse water omringde me als een natte deken. Mijn hele lichaam tintelde, en mijn hoofd was eindelijk leeg. Het voelde alsof ik in de natte grond werd getrokken. Ik sloot mijn ogen.

Toen ik mijn ogen opende stond ik op de drempel van een groene houten deur. Mijn haar en kleding was droog, ook al viel dat me niet meteen op. De grond was van gladde rode steen, en voelde koud aan onder mijn blote voeten. Ik keek rond. Ik herkende het huis. Het was het huis waar ik vaak heen ging toen ik klein was, met mijn familie. Het huis waar ik uren door kon dwalen, met de groene balken, houten deuren, oude meubels en vele kamers. Ik keek rond. Aan de witte muur vlak bij de voordeur hing een zwart-wit foto. Ik ging op mijn tenen staan op het beter te kunnen bekijken. Op de foto stond een familie op een duin. Een vader, een moeder en een klein meisje. Het kleine meisje wees naar de huizen achter de duinen. Ik glimlachte. Twee zwakke lampen hingen boven een aanrecht in de gang. Onder de lampen stond een vaas met fel gele tulpen. Ik liep langs een grote witte deur maar het einde van de gang. De deur leidde naar een woonkamer. Het zag er bewoond uit, net zoals de rest van het huis. Op de koffietafel bij de zwarte leren bank lagen 2 oude kranten, een lege koffiekop en een leesbril. Half verscholen onder de koffietafel stond een paar rode mannen schoenen. Ik herkende ze maar al te goed. Mijn vaders lievelingsschoenen. Ik lachte even, terugdenkend aan de keer dat hij deze rode schoenen hier vergeten was. Hij was speciaal nog terug gegaan om ze te halen, en had daarbij voor mij, mijn favoriete boek uit dit huis meegenomen. Daaraan denkend draaide ik me om, richting de grote deur waar ik eerder was langsgelopen. Meteen links van de deur stond een tafel, met een vaas met weer, verse gele tulpen. In de verte hoorde ik een piano, het speelde een zachte lieflijke melodie, die me ergens bekend voorkwam. Aan de rechterkant van de kamer stond een houten tafel met wat stoelen en tegen de muur een grote boekenkast. Ik liet mijn vingers over de oude boekenkaften glijden. Aan de andere kant van de kamer stond een openhaard en twee stoelen. Ik herinnerde me nog de avonden dat ik daar op mijn vaders schoot zat. Terwijl hij me voorlas over magische kastelen, pratende dieren en prinsen en prinsessen. Ik haalde diep adem en meende de vertrouwde geur van mijn vader te ruiken. Boven de openhaard hing mijn favoriete schilderij. Een klein schilderij van een zwarte raaf in een boom, kijkend naar een zee van sterren. De piano in de kamer ernaast werd luider en trok me aan als een magneet. Ik kwam in een grote en goed verlichte ruimte met alleen een grote piano en een groene trap naar de tweede verdieping. De hele kamer was gehuld in een wazige gloed. Een man zat bij de piano. Zijn sterke handen raakten de toetsen van de oude piano zacht aan. Elke stap dichterbij de piano werd de muziek voller en harder. Op de piano stond een vaas met gele tulpen, en een pistool. De zachte melodie gaf me huiveringen, maar op een goede manier. Ik miste mijn vaders sterke armen om me heen. Ik legde mijn hand op zijn schouder, en plotselings stopte hij met het spelen van de piano. Langzaam draaide hij zich om, en ik deinsde achteruit. De man bij de piano was niet mijn vader, maar David. De man die mijn vader vermoord had. Hij staarde me in mijn ogen, stond op en rees boven mij uit. Zijn gestalte was groot en bedreigend, maar ik voelde geen angst. Alleen woede. Ik pakte het pistool van de piano. Zonder te twijfelen liep ik op de man af en richtte het pistool op zijn hoofd. Ik staarde hem in zijn ogen en schoot, zonder weg te kijken. Ik keek als verdooft toe hoe de lange man in elkaar zakte. “Raven…” In slowmotion draaide ik mijn hoofd naar de deur bovenaan de trap, waar het geluid vandaan leek te komen. Ik begon de trap op te lopen. Boven was een grote kamer, midden in de kamer stond een tafel, met een vaas met gele tulpen. “Raven!” Weer hoorde ik mijn naam. Ik draaide me om en keek recht in een grote spiegel aan de muur. Het meisje in de spiegel had lang bruin haar dat tot over haar schouders viel, diep blauwe ogen en slordige kleren. Ze leek op mij… Maar er was iets anders aan haar. Iets… Angstaanjagends. Dichterbij komend zag ik dat ze onder het bloed zat. In haar hand hield ze een pistool. Ik keek naar mijn eigen hand. Het donkergrijze metaal voelde opeens koud aan in mijn hand. Ik keek terug naar de spiegel. Het meisje had een gestoorde blik in haar ogen. Ze grijnsde. Ik stond doodstil voor de spiegel. Haar mond bewoog, maar ik hoorde niks. Zachtjes begon in wat te horen, “Raven!” Riep het meisje in de spiegel. Haar gezicht was gemeen en woedend. “RAVEN!” Het geschreeuw schalde in mijn oren. Het gezicht in de spiegel veranderde langzaam in het gezicht van Chris. Alles was wazig. Ik begon te vallen. Voorover, door de spiegel heen. De wazigheid slokte me op en spoelde me aan.

Ik begon te hoesten. Het duurde even tot ik doorhad waar ik was. Alles was nat en koud. Chris’ bezorgde gezicht hing boven de mijne. Hij mompelde wat onduidelijke woorden. Ik voelde zijn warme hand tegen mijn wang en sloot mijn ogen met een diepe zucht.

Reacties (1)

  • millenniumkind

    Dit is echt heftig zeg!
    Mooi beschreven.

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen