Foto bij Hoofdstuk Vierenvijftig - Esma

November, 1995

De staat van Sarajevo leek Ana al niet meer te deren. Alles was verwoest, maar dat was geen verassing voor haar. Ze bleef net zo kalm als ik. Maar ik wist dat ze van binnen net zo hard schreeuwde als ik. De stad zou nooit meer worden wat 'ie ooit geweest was.
      Grbavica was nog enigszins intact gebleven. De Serviërs hadden dat deel van de stad al vroegtijdig ingenomen. En Ana meegenomen... Anastasia's flat stond er nog.
      Andrej droeg Daria, die nog half sliep van de lange autoreis, Ana had een baby in haar handen die ze van de plek waar ze jarenlang had vastgezeten had meegenomen. Alleen Gabriël en Leo waren verder nog bij ons. Ik droeg slechts bagage.
      De ramen op de eerste verdieping van de flat ontbraken, net zoals enkele ramen op hogere verdiepingen, maar ik merkte gelijk dat het raam in Anastasia's flat nog intact was. Het portiek was kapot geschoten, maar de trap was er nog. We gingen naar boven, de derde verdieping, en ik belde aan, terwijl we met zijn allen voor de deur wachtten.
      Het duurde lang voordat de deur voorzichtig op een kier gezet werd. Ik herkende direct Anastasia's ogen, en daarna haar ingevallen wangen en sluike, zwarte haar. Ze was mager geworden. Ze had al die tijd in Sarajevo doorgebracht. Toen ze mij zag deed ze de deur langzaam verder open. Daarna zag ze Leo, Andrej, Daria, Gabriël en Ana... Met een baby in haar armen. Ze slikte, en stapte uit de deuropening om ons binnen te laten. Alles gebeurde in stilte.
      'Ik dacht dat jullie dood waren.' mompelde toen iedereen eenmaal was gaan zitten op een bank of stoel. Ik merkte de afkeurende blik van Leo, die vanaf zijn lage positie op de bank minachtend naar Anastasia omhoog keek.
      'Papa is dood.' wist Andrej alleen te zeggen. Anastasia knikte en slikte. Ze wist dit nog niet, maar accepteerde dit nu, op dit moment. Haar zwager was dood.
      'Ik en Daria zijn de dans ontsprongen.' Andrej had er genoeg vertrouwen in om Daria op Anastasia's schoot te zetten. Zij mochten elkaar wel, Anastasia en Daria, en daarom knuffelden ze elkaar dan ook.
      'Waarom zijn die twee hier?' vroeg Anastasia plots, refererende naar Leo en Gabriël. Om hem tot stilte te manen voordat hij iets kon zeggen, legde ik direct mijn hand op Leo's knie.
      'Leo was de leider van een rebellenleger dat Ana bevrijdde.' antwoordde ik, voor Gabriël voelde ik het niet nodig om uitleg te geven. Hij was hier voor Ana. Anastasia richtte haar blik nu ook inderdaad op Ana, en baby.
      'Is dat jouw baby?' vroeg ze. Het klonk bijna alsof ze ervan moest kotsen.
      'Nee,' antwoordde Ana strak. 'Maar dat had ze wel kunnen zijn.' Dat verduidelijkte genoeg. Anastasia zuchtte.
      'Ik hoef het niet te horen. Wij in Sarajevo hebben ook erge dingen meegemaakt.' Ana verzuchtte niets.
      'We komen niet meer terug. We zijn gekomen om gedag te zeggen. We gaan een andere plek in de stad zoeken om te wonen.' sprak Ana helder.
      'Goed. Daria blijft hier.' Ik en Ana knikten beide. Dat was het plan altijd al geweest. Daria moest naar school, wij waren niet in staat om haar zorg op ons te nemen.
      'Waar zullen jullie naartoe gaan?'
      'Gabriël heeft een adres voor ons.' Ana's rug bleef niets anders dan kaarsrecht, Anastasia strak aankijkende tijdens het hele gesprek. Ze wilde hier weg. Dat of ze vertrok van de pijn.
      'En die baby?'
      'Wordt naar een weeshuis gebracht zodra deze er is. Voor nu heeft ze een moeder nodig.' Anastasia wilde dat niet geloven.
      'Jij?'
      'Ik zal je niets vertellen wat je niet wilt horen, zoals je al zei.'
      'Wat bedoel jij nou weer?'
      'Ze had de mijne kunnen zijn, Anastasia, want ik ben verkracht. Tientallen keren. En ik was zwanger. En als je me nog één keer verteld dat jij het slechter hebt gehad dan sla ik je op je bek.' Ze had gezegd wat ze wilde zeggen. Het leek Anastasia niet genoeg te deren.
      'Het ga jullie goed.' Iedereen stond op. Ik kon Ana niet verwijten wat ze had gezegd, maar het deed me alsnog pijn om in zulke slechte omstandigheden gedag te zeggen, ook al was het niet voor goed. Daria bleef. Wij gingen weg.
      'Au.' De trap aflopen was iets dat Ana met moeite deed.
      'Kom.' Niet alleen nam Gabriël, Delia, de baby, van haar over in zijn armen, maar met zijn schouder ondersteunde hij haar van de trap af. Er was iets gegroeid. Wat het was, wist ik niet. Maar het had ervoor gezorgd dat Gabriël dichter naar haar of ons was gegroeid, en ons nu een plek gaf in een kamer boven een bar die hij voor de oorlog had gerund. Misschien zou hij daar wel mee doorgaan. Misschien niet. Maar onze oorlog was in ieder geval voorbij.

Reacties (3)

  • xxJennyxx

    Zo mooi

    2 jaar geleden
  • Heronwhale

    jeez ik dacht even dat het haar baby was! Ik zie trouwens een ship ontstaan! Gana of anriël ofzo...oeh ariël! zeemeermin! visjes!!!!!!!!!!!!

    2 jaar geleden
  • katl1

    Ik hoop dat ze goed terecht komen...
    SNEL VERDER PLEASE

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen