I hope you will enjoy this as much as I wrote it! :p



Ik word wakker op de koude grond. Waar was ik? Wat is er gebeurd? Ik frons en zet me recht. Ik kijk op en herken plotseling waar ik ben. Ik ben bij Bobby’s. Hoe ben ik hier geraakt? Wat is er gebeurd? Ik frons en kijk rond. De enorme ruimte is zoals altijd bezaaid met autowrakken. Ik wandel richting het huis terwijl ik blijf rondkijken. Het is donker en er zijn enkele lampen aan die Bobby heeft kunnen maken. Castiel staat onder één van de lampen. Hij kijkt weg van mij, richting het huis. “Cas?” vraag ik voorzichtig. Hij draait zich om en blijft met een emotieloos gezicht naar me kijken. Ik wandel dichterbij en raak voorzichtig zijn arm aan. “Cas? Alles ok?”
Hij staart me aan, zijn blik lijkt koud, maar ik kan er een hint van schuld in herkennen. “Wat is er aan de hand? Cas, je kan het me vertellen.” “Zachariah heeft Dean.”
“Wie?” zeg ik met een frons. Castiel kijkt me met uiterste verbazing aan. “Je, hoe?”
“Cas ik heb geen idee waar je het over hebt of waarom ik zou weten wie Zachariah is, maar waarom heeft hij Dean en waarom sta jij hier dan?”
Cas kijkt weg en murmelt iets. Dan vervolgt hij iets luider: “Het maakt niet uit wie hij is. Hij heeft Dean opgesloten en gaat Sam het laatste zegel laten breken.”
“Het laatste zegel? Sam? Wat heb ik gemist?!”
“Sam zal Lilith vermoorden. Zij is het laatste zegel.”
“En dat laat je zo maar toe! Ben je gek geworden!” sis ik luid.
“Ik kan er niks aan doen, ik heb bevelen…”
“Screw je bevelen! Ga je ze gewoon de wereld laten vernietigen!” schreeuw ik luid.
“Net zoals ze bevolen mij achter te laten bij Alastair! Net zoals ze Sam nu iets laten doen waar hij eeuwig spijt van zal hebben! Of toen je Dean Alastair liet martelen! Ga je ons gewoon in de steek laten!” sis ik luid.
Cas kijkt me aan alsof ik heb in zijn gezicht geslagen heb.
“Cas”, zeg ik op een grommende toon. “Haal Dean bij die engel weg, zeg me waar Sam is. Samen kunnen we hem tegenhouden!”
Cas slikt en kijkt me aan. “Ik kan dat niet doen.”
“Dat kan je wel en dat zal je ook doen! Ik heb je geaccepteerd om in mijn lichaam Dean terug te halen. Nu is het jouw beurt om mij te volgen. Haal Dean en stop de Apocalypse.”
Ik kijk hem met een strenge blik aan en dan knikt hij traag. Hij zegt mij snel waar het adres is en dan ren ik naar mijn auto, die blijkbaar hier geparkeerd is. Ik spring er in en rij met gierende banden weg, onderweg naar mijn toekomst.


Ik word langzaam wakker. Ik voel dat ik op een bed lig, een bed dat ik de laatste weken goed had leren kennen. Ik open mijn ogen en zie dat Lucifer aan het raam staat en naar buiten aan het kijken is. Ik fronste. Had ik iets gemist? Waarom stond hij hier maar? “Lucifer?” vraag ik fronsend. Lucifer draait zich bruusk om. “Je bent wakker!” zegt hij opgelucht. Hij loopt met grote stappen naar mij en zodra hij aankomt, zet hij zich neer en drukt hij mij in een knuffel. “Doe zoiets nooit meer”, murmelt hij in mijn haar.
“Wat, wat bedoel je? Luci, wat is er?”
Lucifer stopt met me te knuffelen en houdt me vast aan beide armen en kijkt me onderzoekend aan. “Weet je het niet meer?”
“Wat weet ik niet meer?” zeg ik op een fronsende toon.
“Je was bijna dood gegaan!” roept hij uit.
Ik schrik van zijn fel antwoord en langzaamaan begint alles terug te komen.
We waren terug in de tijd gegaan… Anna had mij bijna vermoord…
“Lucifer”, breng ik uit. “Hoe, hoe… ik dacht dat jij niet zo’n grote dingen kon healen?”
Hij knikt. “Dat kan ik ook niet.” Hij kijkt mij terug aan en gaat met zijn hand voorzichtig over mijn wang. “Lucifer?” breng ik ongerust uit. “Wat is er gebeurd?”
“Michael kwam.” Lucifer blijft me aankijken en ik kan de pijn in zijn ogen zien.
“Michael? Dé Michael? Wat is er gebeurd? Ben je oké?” zeg ik ongerust.
“Waarom maak jij je zorgen om mij! Jij was aan het doodgaan!” roept hij uit. Ik krimp ineen.
“Lucifer, wat heb je gedaan?”
“Niks, hij heeft je genezen toen hij zag wat ik voor je voelde... “
“Lucifer” zeg ik streng. “Daar geloof ik niks van, wat vroeg hij?”
Ik pak Lucifers handen vast en geef er een geruststellend kneepje in. “Je kan het mij vertellen, Luci.” “Hij heeft niks gevraagd.” Hij kijkt me aan. “Dat is de waarheid.” Hij krijgt zijn linkerhand uit mijn greep en begint voorzichtig met mijn haar te spelen. “Geloof me, ik dacht dat hij me iets ging vragen, dat ik moest smeken om je terug te krijgen maar dat deed hij niet. Hij genas je gewoon.” Ik laat zijn ander hand los en doe mijn armen rond zijn nek. “Is dat dan niet goed?”
“Ik weet het niet, Gabe. Hij weet van ons.” “Verdomme dus daarom wist hij het”, sis ik als ik plotseling realiseer hoe Michael het kon weten. Ik laat Lucifer los en stap uit het bed. “Die fucking douchebag!”
“Gabe?” vraagt Lucifer bezorgd.
“Zachariah zei dat Michael de toekomst kon zien en verplichtte me om uit de buurt van demonen te blijven omdat ze anders Alastair zouden terugbrengen. Toen ik vertelde dat ik uit hun buurt wou blijven zei hij dat Michael wist dat dit niet waar was en dat ik toch bij Hell zou geraken. Niet omdat hij de toekomst kan zien zoals die douche zei maar omdat hij het al wist van in het fucking verleden!” Boos loop ik naar het bureau en smijt ik met één zwaai alles eraf.
“Ze wisten al voor ik geboren was dat ik bij jou zou komen!” roep ik uit. “Al die tijd en ze wisten het…. Nee, dat is onmogelijk.”
Ik draai me om naar Lucifer. Hij kijkt me verbaasd en bezorgd aan.
“Ik wil Alastair spreken, nu!”
“Gabe? Waarom? Wat is er aan de hand?”
“Ik. Wil. Hem. Spreken. Nu.” sis ik luid.
“Waarom?”
“Omdat ik wil weten of heel mijn leven een leugen is daarom!” roep ik uit.
Lucifer kijkt me verbaasd aan maar doet dan wat ik vraag en hij verdwijnt uit de kamer. Ik begin direct te ijsberen. Dit kon niet waar zijn. Dit kon echt niet waar zijn! Hij kon onmogelijk alles georganiseerd hebben! Dat kon niet! Niet!
De deur van de slaapkamer gaat terug open en Lucifer sleurt Alastair mee. Hij heeft een simpele jeans en hemd aan en kijkt verbaasd als hij mij ziet.
“Wat is er, Gabe?” vraagt Alastair fronsend als hij mij zo ziet. Wat een zicht moet het zijn, denk ik spottend. Als ik een gek ben die niet meer weet wat echt en niet echt is.
“Werd je op voorhand verteld dat de engelen Dean kwamen redden?”
Alastair blijft me stomverbaasd aankijken.
“WIST JE HET?” roep ik uit.
Lucifer die achter Alastair staat kijkt verbaasd naar mij.
Alastair slikt en zegt: “Ja. Ik werd op voorhand ingelicht dat de missie niet mocht slagen en dat ze het niet erg vonden als een bepaald vessel achter bleef.”
Hij slikt. “Jij.”
Mijn wereld begint te tollen. Ik moet me vastgrijpen aan het bureau om niet te vallen. Lucifer rent direct naar mij toe om mij vast te houden.
Ik kan de tranen niet langer bedwingen als opgekropte haat en woede vrij komt.
“Michael heeft dit gedaan” breng ik met moeite uit. “Hij heeft , álles gedaan” zeg ik vol ongeloof als mijn vingers de tafel hard vastknijpen. “Wat bedoel je?” vraagt Lucifer.
Ik hoor Alastair een geluid maken en als ik hem aankijk zie ik dat hij het snapt.
“Hij wou koste wat kost vermijden dat jij samen kwam met Gabriella dus zorgde hij ervoor dat ze naar Hell ging.”
Lucifer kijkt verbaasd naar Alastair en dan terug naar mij.
“Alles wat gebeurd is, komt door hem én door Zachariah” sis ik.
“Allemaal om er voor te zorgen dat ik weg van Hell bleef.”
Ik laat de tafel los en Lucifer lost zijn greep ook onmiddellijk. Met vastberadenheid wandel ik tot aan het raam en draai ik mij dan om naar de twee mannen die in mijn leven kwamen door Michael. Eén werd op me gedwongen en de andere probeerde hij hopeloos tegen te houden. Beide aan de kant van Hell. “Hij probeerde mij te overtuigen om Hell en al zijn schepsels te haten. Maar daardoor heeft hij het omgekeerde gedaan.” Alastair kijkt me met een trotse glimlach aan terwijl Lucifer me vreemd aankijkt. “Vanaf deze dag tot mijn dood zijn zij mijn vijanden voor wat zij mij hebben aangedaan” sis ik. “Vanaf nu sta ik aan Hell’s kant.”


Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen