'Dus, bevalt het je?’ Vraag ik aan Remy. Het is al een paar dagen geweest nadat hij en zijn groep bij ons kwamen wonen. ‘Het lijkt net een dorp voor allerlei soorten wezens. Ik vind het geweldig hier! We hoeven nu niet meer te vrezen voor onze eigen veiligheid, de kinderen kunnen in alle rust opgroeien en zo te zien heeft iedereen het naar zijn zin.’ Antwoordt Remy blij. ‘Mooi zo.’ Zeg ik met een glimlach. ‘Laten we maar eens terug naar ons lokaal, de pauze zal zo wel voorbij zijn.’ Voeg ik er aan toe. Remy en ik delen een klas vandaag. We hebben genoeg leraren en leerlingen om een hele school te hebben nu. Het lijkt inderdaad net een klein dorpje. ‘Inderdaad.’ Zegt Remy instemmend en staat op. Ik sta ook op, maar bij mijn eerste stap geef ik een klein gilletje. Overal voel ik een pijnlijke tinteling, het lijkt wel te branden. Ik knipper met mijn ogen, maar alles draait om me heen. Voordat ik het weet lig ik op de grond. Een vage stem is aan het schreeuwen, maar ik kan niet verstaan wat diegene zegt. Mijn hartslag bonkt in mijn hoofd en ik probeer iets te zeggen, maar er komen geen woorden uit. Dan vallen mijn ogen opeens dicht en ik zie alleen maar duisternis.

Snakkend naar lucht open ik mijn ogen. Ademen is opeens enorm zwaar geworden. Het tintelende, brandende gevoel is weg. Ook kan ik weer normaal zien. Dan besef ik me dat ik op een onbekende plaats ben. Mijn ademhaling wordt langzaam weer normaal. Het lijkt wel alsof mijn longen nu pas de droge lucht om me heen willen accepteren. Ik sta, een klein beetje wankelend, op en kijk om me heen. Overal om me heen is een droge laag grond, voor de rest niks. Nog steeds heb ik een licht gevoel in mijn hoofd. Diep vanbinnen weet ik dat ik niet helder meer kan denken en dat ik rustig aan moet doen, maar het komt niet binnen. Ik begin te lopen, waarheen weet ik niet.

Elke stap wordt zwaarder. Het lijkt wel een eeuwigheid geleden dat ik begon met lopen. Ik weet niet meer waar ik heen moet gaan of wat ik hier eigenlijk doe. Blijven lopen. Dat is het enige waar ik aan denk. Zo nu en dan word ik weer ondergedompeld in een golf van pijn en duizeligheid. Waarom was ik ook alweer hier? Het doet er niet toe. Gewoon. Blijven. Lopen. Een zucht verlaat mijn lippen. Overal doet het zeer. Ik laat me onbewust achterover vallen en luister naar wat geruis. Wacht. Geruis? Ik doe mijn best om na te denken. Het geruis wordt harder, verandert in gemompel. Het gemompel wordt omgezet naar duidelijke stemmen. Ze praten nu wel erg luid. Dan beginnen mijn oren pijn te doen. De stemmen beginnen te schreeuwen, maar ik ben nog steeds niet in staat om ze te verstaan. Ik houd mijn handen voor mijn oren, mijn hoofd gaat tekeer. Er blijft maar geschreeuw bij komen terwijl ik in paniek, opgekruld op de grond lig. Wat moet ik doen? Wat moet ik doen?

Ik tril van angst terwijl mijn ademhaling tekeer gaat. In paniek kijk ik om me heen. Remy’s bezorgde gezicht kalmeert me weer een beetje. Adem in. Adem uit. ‘Waar ben ik?’ Eindelijk ben ik weg van die bijna niet te ademen, droge lucht. ‘Je bent in je bed, Amare.’ Hoor ik Caro dan zeggen. Hij staat links van me. ‘Weet je hoe lang je hier al ligt?’ Vraagt hij bezorgd. Ik schud mijn hoofd. ‘Drie dagen ofzo?’ Zeg ik hoestend. Remy kijkt Caro bezorgd aan. ‘Je ligt hier al een maand.’ Zegt Caro terwijl hij me een bezorgde blik geeft. Remy geeft me een aai over mijn hoofd en houdt mijn hand stevig vast. ‘Ik herinner het me niet meer..’ Mompel ik zachtjes. Dan dringt tot me door dat ik alles wat gebeurd is vergeten ben. Of ja, bijna alles. ‘Wat zei je?’ Vraagt Caro, lichtelijk verbaasd. ‘Ik liep weg voor iets ofzo..’ Ga ik verder, zonder op Caro te reageren. Straks ben ik het misschien weer kwijt. ‘Wat?’ Vraagt Remy nu. ‘Ik.. ik was in een soort landschap ofzo.. De grond was kaal en er was helemaal niks. Wat gebeurde er toen?..’ Ik probeer het te herinneren, maar het lukt niet. ‘De rest ben ik vergeten..’ Zeg ik zachtjes. ‘Weet jij wat dit betekent?’ Vraagt Remy hoopvol aan Caro. Zijn ernstige blik duidt op niets goeds. ‘Ik weet het niet zeker, maar het kan zijn dat het een bijwerking is van haar krachten.’ Zegt Caro twijfelend. ‘O..’ Zegt Remy verward. ‘Of… er probeert een wezen haar hoofd binnen te dringen.’ Voegt Caro er opeens aan toe, een ernstige blik in zijn ogen.

Reacties (1)

  • VanillaJuice

    "How it feels to chew Five Gum."
    MAAR O MER GOD NIEUW HOOFDSTUK

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen