Foto bij • Hoofdstuk 6 •


De toetsen glommen. Alsof ze net gepoetst waren, of nog nooit waren aangeraakt. Misschien waren ze ook wel nog nooit aangeraakt, of enkel door de handen van een meester, omdat de piano al die tijd in de bibliotheek had gestaan als een soort heilig ornament. Aurora had al haar moed bij elkaar moeten schrapen om überhaupt op het ding af te stappen, nog meer om ervoor te gaan zitten en de klep open te doen. Haar vingers gleden over het ivoor van de toetsen, de rijkdom in zich opnemende. Nu kon ze niet anders dan te spelen, sinds ze al zo dichtbij was gekomen.
      De eerste klank was loepzuiver, maar het volume in de verder vooral stille bibliotheek deed haar toch even schrikken. Naarmate ze verder speelde nam de nervositeit weg, ook al wist ze dat er gekeken werd, of in ieder geval geluisterd door de andere edelen die zich in de bibliotheek hadden gevestigd om te lezen of te schrijven. Maar ze leken zich er niet aan te storen. Dat kon ook niet anders. Aurora speelde de meezing liedjes die ze thuis altijd speelde niet meer. Dat was te ordinair. Ze had een stuk van Bach gekozen: Gavotte en Rondeau. En terwijl ze even speelde, kon ze zichzelf dan ook even laten opgaan in de muziek. Hierdoor vergat ze waar ze was, voelde ze zich weer vrij, voor enkele minuten. Maar nadat ze de laatste noten aansloeg was het weer stil en opende ze haar ogen naar het geluid van een extreem licht applaus. Het flauwe klappen van een groepje dames dat nog enigszins dicht naast de piano had gezeten.
      'Chapeau, Mademoiselle Devaux,' prijsde één van de jongere dames. Ze had haar haren grandioos opgestoken in een werk van krullen dat nooit alleen maar van haar eigen haar gemaakt zou kunnen zijn. 'Het verbaast me niets dat de koning uw aanwezigheid zo waardeert, Bach is één van zijn favorieten.'
      'Oh,' antwoordde Aurora lichtjes, terwijl ze de piano dichtklapte en weer overeind kwam. Ze wilde de bibliotheek weer uitlopen, na de dames een glimlach te hebben geschonken, maar de jonge vrouw was nog niet klaar met haar.
      'Ach, kom toch bij ons zitten. We bespreken een boek, u zult het zeker interessant vinden.' Dit maakte haar toch nieuwsgierig.
      'Welk boek?' vroeg ze, terwijl ze plaats nam in een bijgeschoven zetel in hun kringetje.
      'Candide, Voltaire.' Ze kreeg een kopie aangereikt. Voltaire. Dat dit nog mogelijk was. Het zou vast niet lang weer duren voordat ook zijn werk verboden zou worden.
      'Mijn naam is Agathe, dit is Eugènie, en daar zitten Christine, Josette, Sybille en Magalie. Heeft u het boek al eerder gelezen?' Aurora knikte.
      'Ja, toen het net was gepubliceerd.' Agathe giechelde.
      'Nou, dan heeft u zichzelf vast net zo vermaakt als wij.'
      'Wat bedoelt u daarmee?' Agathe leek verbaasd door haar vraag, maar lacherig.
      'Vind u zijn ideeën dan niet belachelijk?' Hierop grijnsde Aurora.
      'Zegt u dit nu eenmaal omdat u de koning niet wil schenden? Zou u dan niet willen dat u of uw man meer insprake zou hebben in het bestuur van het land?' Agathe glimlachte.
      'Ik ben niet getrouwd. En maakt u zich maar geen zorgen hoor, Henry kan een tegenstootje van een stel vrouwen echt wel aan. We moeten de wil van God niet tornen, hij is nu eenmaal door Hem gekozen.' Henry... Dit schuurde met Aurora's gedachten. Waarom noemde ze hem Henry? Wie was zij?
      'Droit divin?' herpakte ze zichzelf met een grijns. 'Hij heeft het recht van God gekregen om de onderste bevolkingslaag in armoede te laten leven?'
      'Ah,' onderbrak Magalie. 'Maar daar is Voltaire het mee eens. God heeft de wereld zo geschapen, met de standenmaatschappij.'
      'Waarom wilt u dan niet accepteren dat Voltaire meer macht voor u wilt?'
      'Omdat deze tot de koning behoort, Mademoiselle Devaux.' Magalie schonk er een glimlach bij.
      'Dus toch bent u bang om hem te bekritiseren.' Aurora grijnsde. 'Als u erachter wilt komen wie de macht over u heeft, moet u kijken naar wie u niet mag bekritiseren.'
      'Nu citeert u Voltaire letterlijk,' grijnsde Sybille. 'Het zal een opluchting zijn wanneer de koning zijn boeken eindelijk verbiedt, dan zijn we in ieder geval van Agathe's gezeur af om ze te lezen,' grapte ze daarna. De rest van de dames lachte.
      'Ik ben het niet met u eens, maar ik zal uw recht om het te zeggen tot de dood verdedigen,' sprak Aurora concluderend terwijl ze opstond. Ze had genoeg van de discussie, ze had geen idee wat het uiten van haar mening voor haar reputatie betekende in deze omgeving.
      'Wauw, Mademoiselle Devaux,' zei Agathe bewonderend. 'Geloof me of niet, maar de manier waarop u spreekt overtuigt mij ervan dat u wel eens met koningin zou willen spreken. Zij zou het nog meer met u eens zijn dan wij. Als ik mij niet vergis heeft zij ook werken gelezen van Locke en de Nederlandse Spinoza.' Aurora sloeg haar ogen neer en slikte.
      'Ik denk niet dat zij met mij zou willen spreken,' sprak ze zo moedig als ze kon, voordat ze zich omdraaide en de bibliotheek verliet.



Reacties en kudos worden zoals altijd heel erg gewaardeerd:Y)

Reacties (4)

  • Value

    hopelijk loopt ze nu dan maar niet de koningin tegen het lijf xp

    4 jaar geleden
  • Azriel

    Nu moeten we uiteraard even met de koningin spreken

    4 jaar geleden
  • Grace

    Ik vind dat stukje over Voltaire echt leuk! Het geeft een zeer realistische feeling aan het verhaal.^^

    4 jaar geleden
  • hadestown

    Oeeeh!
    Dit leest zo heerlijk

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen