Foto bij Niet alle mensen met problemen zijn slecht, maar de meeste slechte mensen hebben problemen.

Oké, het spijt me als dit hoofdstuk een beetje rommelig is, maar ik moet nog het een en ander uitvogelen over wat ik er nou niet en wel in ga stoppen, wat wanneer gebeurt en wat waarvan de gevolgen zijn. En dat ik midden in een toesteek zit en net teug uit een schoolreisje naar Canterbury kom helpt allemaal niet heel erg mee. Hoe dan ook, veel leesplezier!

Oslo

'Wat heb ik nou gezegd!?' Ik zuchtte geïrriteerd en nam mijn gezicht in mijn handen. 'Ik zei toch zo geen vrouwen meenemen voor het leger!? Breng die vrouw weer thuis en verbiedt haar om ook maar íets te zeggen!' Vermoeid liet ik me terug zakken in mijn stoel. Waarom leken alle mensen tegenwoordig zo ongelofelijk stom? Was ik de enige met nog een beetje verstand hier? Ik keek naar achteren. 'Mel? Regel je mijn paart? Ik wil hier zo gauw mogelijk weg, naar het kasteel in Windrijk.' 'Ja meneer.' Mel boog naar me, en hij vertrok. Het was alsof mijn persoonlijke raadgever en butler de enige was met verstand. Het was als de dag van gisteren dat ik het Witte Woud had veroverd, maar ik was gewoon nog steeds niet tevreden. Het leek maar niet te helpen! Het ging verdomme maar niet weg! Die herinneringen, de pijn, niks. Ik had bijna alle Rijken al, een groot kasteel op vier locaties, mijn eigen werknemers, alles, maar nog steeds. Ik voelde me altijd nog even machteloos als vroeger. Ik voelde me nog steeds dat kleine jongetje die geslagen door zijn vader werd terwijl moeder dronken was, zelfs toen ik met her zwaard in vaders borst stond, het voelde allemaal alsof ik niet kon winnen. Alsof ik alles verloren had. Ik had alles, maar mijn rijk was niet gelukkig. Niemand was gelukkig, dit was een oorlog! Niemand leek te luisteren naar wat ik te zeggen had, niemand leek me te stoppen wanneer ik gek werd. Omdat er geen mens in heel Chastrifol was die van me hield, omdat niemand me zag ging ik op in macht. Zodat ik een keer degene was die de baas was, die heerste. Maar het hielp niet, ik voelde niks. Het was alsof de enige emotie die ik kon voelen haat was. Elke keer als er iemand dood ging, elke keer als ik een nieuwe ridder had, het deed me niks. De gevoelens kwamen niet terug, of misschien had ik die nooit gehad. Mauritus Oslo, de leider der Rijken! Dat was ik niet. Ik was een zieke man, gevangen in zijn eigen hoofd, een intelligentie die hij niet aan kon. Een dwaas die genoot van dood en geweld, zolang hij macht had. De littekens van vroeger nog mee dragend. Het was nooit genoeg, ik kreeg nooit genoeg macht! Er zouden altijd mensen zijn die me haatten, mensen wiens familie ik vernietigd had, mensen die mij als de slechterik zagen. En nee, ik had geen medelijden, die mensen zijn allemaal domme varkens in mensen kleding die geen verstand hebben van wat er speelt en wat goed voor ze is! Ik was de enige die ook maar iets er van begreep! Ik was de enige die slim was en zich niet liet meeslepen door liefde of vriendschap, begreep niemand nou dat dat allemaal illusies zijn!? Liefde was bijgeloof, niemand kon echte liefde voelen, mensen zijn verliefd op het idee om verliefd te zijn en vallen in een valstrik die door alle leugens en verdorvenheid van het leven heen lijkt te kijken! Niemand is ooit eerlijk geweest, zelfs partners voor het leven bezitten diepe geheimen. Waarom is iedereen toch zo dom!? Wat boeit familie als je ook slim kunt zijn en aan de maatschappij denkt!? Ik had al mijn familie uit gemoord en kijken waar ik sta! Aan de top van iedereen! Maar.... niet tevreden. Niemand die ook maar iets begreep. 'Meneer, uw paard is klaar en alles is geregeld. U kunt vertrekken.' 'Dank je Mel.' Mel boog voor me en ik sloeg hem op de rug. Ik sprong op het paard en reed in galop weg. Door alle jaren heen had ik van paardrijden mijn hobby gemaakt. Ik hoorde de hoefslagen van het paard van Mel achter me en ik zuchtte. Natuurlijk moest hij mee, maar ik had gehoopt even alleen te kunnen zijn. Hij kwam naast me rijden. 'Meneer ik...' 'Ja, wat is er?' Ik probeerde altijd vriendelijk tegen Mel te zijn, het was een goede jongeman en hij hielp me goed. Helaas kon hij soms ogelofelijk irritant wezen. 'Nou ik.. ik zal het inhalen, ik beloof het!' 'Mel, wat wil je van me?', vroeg ik geërgerd. 'Nou, u weet dat ik net vader ben geworden en ik vroeg me af of ik een weekje verlof zou mogen. Ik beloof het, ik zou hier na twee keer zo lang werken en extra mijn best doen! Maar mijn vriendin is helemaal alleen met het kind en ik heb de baby nog nooit gezien. Ik weet niet eens of het een jongen of een meisje is...' Ik had de neiging om te schreeuwen, boos te worden. Ik kon één van mijn belangrijkste werknemers toch niet zomaar missen!? Wat dacht hij wel niet? Maar ik begreep dat dit belangrijk kon zijn voor sommige mensen en kinkte. 'Je mag zo lang weg blijven als je wilt, zoalang je maal alles in haalt.' 'Echt? Dank u wel meneer!' 'Graag gedaan.', bromde ik verveeld. Het was een tijdje stil. 'Is Emmilie een leuke naam? En Emil als het een jongen is?' En voor de eerste keer moest ik bijna lachen. Ik schudde mijn hoofd. 'Dat weet ik niet jongen, ik heb geen verstand van baby's.'

Erza

Het was drie weken na het incident met Mick. Matsuda en Mick hadden gevochten, ik ha Anne niet aangekeken, zo boos was ik op haar geweest. We waren gestopt met de lessen van Mick en mijn werk was weer verder gegaan. Matsuda had een baan bij de bibliotheek gevonden en ik had mijn werktijd laten verdubbelen. Als ik nog een half jaar zo door zo werken kon ik een klein huis kopen. Het was ook niet dat Matsuda de baan nodig had, hij zei dat hij het voor de fun deed, maar iets zei me dat hij me wou helpen met het huis te betalen. We waren die avond met z'n vijven uit eten gegaan. (Ik, Matsuda, Jared en hun vader en moeder) Toen we op onze kamer waren zei Matsuda plots: 'Ik heb Oslo een brief gestuurd.' 'JE HEBT WÁT!?', riep ik geschrokken. 'Erza, zo kan het niet langer. Ik heb hem gevraagd of hij een gesprek met ons aan zou willen gaan over het Feeënrijk, maar als hij het Rijk niet op wilt geven vermoorden een hem. Ik weet het, geweld is meestal niet de oplossing, maar wel als dat probleem Oslo heet. Misschien is het verkeerd, maar De Acht Betoverde Rijken Van Chastrifol zouden zo veel beter af zijn zonder hem. ' 'Matsuda die niet zo stom! Hoe wou je dat in Chastrifol's naam doen!?' 'Erza!', zei Matsud dringend. 'Kijk naar dit, dit heb ik voor duizend goudstukken bij een oude, naamloze winkel gekocht.' Hij hield me een flesje met een rode vloeistof voor mijn neus. 'Wat is dit? En waarom heb je er zo veel goud aan uitgegeven?' 'Bloed. Niet zomaar bloed, het kostbaarste bloed dat je je kunt indenken.' 'Is het van?' 'Ja, het is bloed van Chastrifol zelf.' Mijn mond viel open. 'Wie dit in neemt zou voor de tijd van twee uur immense krachten krijgen en in een monster veranderen. Luister, het is gevaarlijk maar-' 'Hou je kop, ik moet dat drinken! Het boeit me niks, al kost het mijn leven! Oslo moet dood!' Het maakte me niks meer uit, al zou ik dood gaan, als zou ik weer een moordenaar zijn, al zou ik een heel leger moeten uit moorden, ik had het er allemaal voor over! Het was slecht om te moorden, maar Oslo had mij tem slotte ook willen vermoorden! 'Erza je weet niet-' 'Ik weet prima wat ik doe! Wanneer gaan we! Het kan me niks meer schele wat er gebeurt, dit moet stoppen!' 'Je begrijpt dat het je dood kan worden?' 'Ja en? Ik heb het meer dan over voor het!' 'Ja maar ik niet!' Mijn schouders zakte in en ik keek naar Matsuda. 'Weet je niet hoe veel je voor me betekend? Erza ik wil je niet kwijt aan zoiets stoms!' Zijn stem brak terwijl hij praatte. 'Besef je niet wat we allemaal samen gedaan hebben? We waren slim, dachten na! Ik wil niet dat jij zo'n beslissing neemt en dood gaat! En ja, ik weet het, ik heb het zelf gekocht en ik kan je niet tegen houden maar doe alsjeblieft geen domme, roekeloze dingen!' Mijn lip trilde. 'Beloofd. Ik zal niet roekeloos zijn.' 'En ik ga met je mee!' Natuurlijk wou ik Matsud aan mijn zijde, maar.. 'Matsuda, ik heb dan wel van die 'inmense kracht', maar jij? Jij bent gewoon je eigen zelf en wat als dat hele leger op je af komt?' 'Maak je geen zorgen, ik ga vanaf nu elke dag trainen en ik heb in de brief om privacy gevraagd, het liefste met z'n drieën in het bos ergens.' 'Maar dat alles geldt net zo goed voor jou! Ga verdomme niet dood anders vermoord ik je!' 'Ik zal mijn best doen.'

Oslo, één dag later

'Wat is dit?' Mel was binnen gelopen met een witte duif in zijn handen. 'Een brief voor u meneer.' Ik haalde de brief van de duif an en las:

Geachte Meneer Oslo,

Ik ben Matsuda Ross, de jongste zoon van de brugermeester van Vaizel, een stad in het Rijk Van Legenden. U kent mijn vriendin Erza vast nog wel, de fee van wie u haar vleugels heeft ontdaan.
Wij zouden het erg op de prijs stellen een keer met u te kunnen praten over het Feeënrijk, het liefste onder zes ogen, het is belangrijk.
Ik hoop spoedig antwoord te krijgen.

Hoogachtend,

Matsuda Ross.


Ik snoof en gooide de brief weg. 'Wat denkt dat snotjong wel niet? Een verwend nest die denkt dat hij mijn tijd kan verdoen, alsof ik geen betere dingen heb te doen!' 'Maar meneer, bent u niet nieuwsgierig? En het klonk belangrijk.' 'Hoe oud is die knul überhaupt? Twaalf?' 'Bijna twintig heb ik gehoord meneer.' Ik lachte schamper. 'Hij had ten minste zijn best kunnen doen op een goede brief. En hoezo het Feeënrijk, omdat zijn vriendinnetje daar vandaan komt? Ik bedoel, er is in feite niks meer van over.' 'Moet Ik iets terug sturen meneer?' 'Doe nog maar niet, ik denk er wel een over na en stuur dan zelf wel wat.' 'Oké meneer, maar neem niet te veel last op uw schouders, u doet a veelt te veel. Voel u vrij om me te roepen als u me nodig heeft.' 'Ja ja.'

Erza

'Wát zeg je me?', ik dacht dat ik hem niet goed verstaan had. Matsuda was hijgend met een rood hoofd binnen gekomen. 'Pica is hier.'

Reacties (1)

  • Allmilla

    Oeh, Canterbury! Daar ga ik volgende week naartoe!

    En pica? Wacht, wat doe die hier/daar? En ergens krijg ik toch wel medelijden met Oslo, maar aan de andere kant... Pfff, je maakt het moeilijkxD

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Data too long for column 'uri' at row 1