De trein.
Een plek waar je zonder het te beseffen in slaap kan vallen door een combinatie van zonlicht dat door het raam schijnt en het bedwelmende geluid van rails en onbelangrijke conversaties. Ook de plek waar slapende passagiers plots worden gewekt door een groep jongeren die met luide rapmuziek de trein door wandelen. En vandaag toevallig de plek waar een jonge aspirant-schrijver probeert na te denken over zijn verhaal.
"Als ze nou eens goede muziek zouden kiezen zou het misschien minder irritant zijn..."
Ik probeer de muziek te negeren en concentreer me op het schema dat voor me ligt.
"Dusss... Lukas is verliefd op Lidia, dat is duidelijk. En Lidia en Eduardo hebben wat flirterig gedaan, dus hun situatie is ook duidelijk. Aurora ziet Lukas wel zitten, maar ik weet niet of dat wel zo duidelijk is... En Matteo blijft wel vrijgezel of zoiets." Terwijl ik alle relaties van mijn personages opnoem teken ik een paar pijlen op mijn blad.
"Het hotel is voor nu goed genoeg beschreven en dat kan ik altijd nog aanpassen. Lukas' notitieboekje is ook eens verschenen en het spookhuis is eindelijk geïntroduceerd." Ik kribbel hier en daar iets op mijn blad. Alles lijkt tot nu toe te kloppen.
"Alles gaat volgens plan. En toch..." Ik zucht diep en wrijf over mijn voorhoofd.
"...En toch voelt het niet helemaal goed. Vooral het laatste hoofdstuk voelt vreemd..."
Ik leg mijn hoofd vermoeid op het tafeltje voor me en zoek wanhopig naar dingen die ik duidelijk moet verbeteren. Maar alles voelt goed en tegelijk ook slecht aan.
"Misschien... Misschien moet ik wat anders gaan schrijven? Ligt dit soort verhaal me gewoon niet?"
Ik huiver plots kort.
"...Misschien is het beter als ik geen schrijver probeer te worden?"

Het duurt niet lang voordat de trein het station bereikt en ik afstap. Ik stop nog snel mijn schema in mijn boekentas en stap richting de trappen die me naar huis leiden. De vraag van daarnet spookt nog door mijn hoofd, maar ik beslis het voor nu los te laten. Eerst moet ik mijn verhaal ook daadwerkelijk door iemand laten lezen.
"Maar door wie?"
Dan leg ik de ene vraag weg, komt er toch nog een andere opdagen. Typisch. Ik beslis om deze keer niet tegen mezelf te praten en het bij geluidloos denken te houden.
Ik zou mijn ouders het kunnen laten lezen, maar wie weet wat die allemaal gaan zeggen? Straks knallen ze mijn droom compleet aan stukken! Daar zijn ze totaal in staat toe. Mijn zus misschien? Even erg als mijn ouders, waarschijnlijk. Misschien zelfs nog erger. Op school kan ik natuurlijk op niemand rekenen. In het beste geval lachen enkel mijn klasgenoten me uit. En zelfs dat klinkt al verbazend optimistisch... Wie blijft er nog over? Hmm... Lidia?
Mijn gedachten gaan gepaard met een heleboel handbewegingen en gelaatsuitdrukkingen waardoor sommige mensen me raar beginnen aan te kijken, dus ik stop snel mijn handen in mijn zakken.
Lidia.
Het is ongeveer twee weken sinds onze ontmoeting. Ik heb haar een paar keer ge-sms't en tot mijn verbazing heeft ze elke keer geantwoord, maar het blijft om de een of andere reden ongemakkelijk voelen. Ik was recent tot de realisatie gekomen dat die reden waarschijnlijk was dat ik haar totaal niet kende.
Onze ontmoeting op dat bankje had bijna magisch gevoeld. Een willekeurig, leuk en mooi meisje waar je even een goed gesprek mee hebt, dat je daarna ook nog haar nummer geeft... En dan nog het feit dat ze toevallig net dezelfde naam heeft als mijn personage! Haar vergeten lijkt me een onmogelijke taak.
Maar tegelijk was die ene ontmoeting alles geweest. Alles wat ik van haar had gezien en wist (of dacht te weten) zat in dat ene halfuurtje dat we hadden gesproken. Ik weet niet hoe ze zal reageren op sommige dingen, weet niet wat haar soort humor precies is, weet niet dit, weet niet dat... Ik voel me gewoon zo onzeker over alles dat ik het uiteindelijk maar heb opgegeven.

Ik wandel, met mijn ogen naar de grond gericht, door de tunnel die door trappen verbonden is aan elk perron van het station. Het duurt ongeveer 20 minuten voordat ik thuis aankom en ik leg het traject meestal half-slapend af. Als ik door de macht der gewoonte al een beetje aan het indommelen ben roept er plots iemand mijn naam: "Ben jij dat, Lukas?" De stem klinkt me bekend in de oren, maar ik herken ze niet meteen. Een vreemde gevoel van déjà vu bekruipt me terwijl ik me omdraai, in de richting waar de stem vandaan kwam. Op dat moment kijk ik, nu al voor de tweede keer, recht in een paar bruine, opgewekte ogen.
"...Lidia."
Ik weet niet hoe ik moet reageren op haar plotse verschijning, en wanneer ik zie dat ze niet alleen is weet ik plots helemaal niets meer.
"Ah, ik had het juist! Lukas! Hoe gaat het?"
Een ongemakkelijk gevoel maakt zich van mij meester, net zoals bij onze eerste ontmoeting. Ik geef antwoord terwijl ze, samen met haar groep, naar me toe loopt.
"Euh, best goed... En jij?"
Terwijl Lidia zegt dat met haar ook alles goed gaat, bekijk ik haar vrienden eens snel.
Eerst dwaalt mijn blik over een meisje met lang zwart haar. Ze heeft een bril op en kijkt me nogal ongeïnteresseerd aan. Naast haar staat een bruine, fors-gebouwde jongen. Hij heeft de kap van zijn grijze pull over zijn hoofd getrokken en kijkt me keurend aan, alsof hij beslist of ik zijn tijd wel waard ben. Ze vormen allebei een duidelijk contrast met Lidia, die me vrolijk aankijkt.
"Oh, sorry! Ik heb je mijn vrienden nog niet voorgesteld! Dom van me."
"Ik stel mezelf wel voor, Lidia."
Het meisje met de bril zet plots een stap naar voren en stelt zichzelf voor als Eveline.
"Ik ben een klasgenoot van Lidia," zegt ze koeltjes..
"En ik ben Tristan! Maar iedereen noemt me Jack. Ik ben Lidia's buurjongen!" Hoewel je het misschien niet zou denken door Tristan's bruine huidskleur kan hij verbazend goed Nederlands.
"...Jack?" Meer weet ik niet uit te brengen, maar dat hoeft ook niet.
"Zijn... Artiestennaam'," legt Eveline uit, "Zo noem je het toch?" Ze zet haar bril wat rechter op haar neus terwijl ze Tristan aankijkt.
"Jup! Elke rapper heeft er een, dus ik ook! Hoewel ik nog op zoek ben naar een definitieve artiestennaam, Jack klinkt te... Normaal."
"Hij verandert om de week van naam, wen er maar aan," zegt Lidia glimlachend, terwijl Eveline zucht.
"Ja, natuurlijk wil je rapper worden, maar je weet wel niets van muziek of liedjesteksten."
"Yo, zo erg is het ook weer niet! Ik weet wél iets over muziek en ik vind wel iemand die me helpt bij het schrijven van de teksten! En het rap-talent heb ik al!"
Ik kan zelf een glimlach niet meer onderdrukken. Lidia's vrienden zijn een stuk minder erg dan ze eruit zien! Welja, ik maak me dan ook veel te opgewonden over niets, maar toch...
"Als jij het zegt. In ieder geval, gaan we nog naar Panos, Lidia?"
"O-oh, jazeker! Euh... Wil je anders meegaan?"
Ik besef plots dat Eveline de broodjeszaak bedoelt die zich vlakbij het station bevind.
"Och, waarom ook niet? Maar ik moet daarna wel weer naar huis vertrekken, voordat mijn ouders zich zorgen beginnen maken..."
"Oké! Maak je geen zorgen, het duurt niet lang."

Even later komen we de broodjeszaak weer uit en beslissen we een beetje door de straten te wandelen. Ik heb, ten gevolge van mijn plotse honger, ook iets gekocht: een donut bedekt met een laagje chocoladeglazuur. Ik wandel nog even samen met Lidia en de rest in het rond, maar als mijn donut eenmaal op is beslis ik dat ik nu best kan vertrekken. "Eh, Lidia, ik denk dat ik er maar eens vando-"
"Hé, Jack! Juist de gast die ik nodig heb!"
Plots komt er een jongen me een opvallende pet tevoorschijn die vreemde tekens met zijn handen uitbeeldt naar Tristan. Oftewel rapper-taal, oftewel is gebarentaal plots heel populair bij de nieuwe generatie.
Hij legt een beetje ongemakkelijk zijn hand op Tristan's schouder en grijnst. Pas dan merk ik op dat hij wordt gevolgd door vier andere jongens, die rond hem staan als een stel bodyguards.
"Wat is er, Matho?"
"Euh, wel, zie je, ik zou... Ik zou graag... Ik moet wat geld van je lenen, makker."
"Weeral?!"
Tristan slaat Matho's hand van zijn schouder en kruist zijn armen. Hij heeft alleszins al de uistraling van een échte rapper.
"Hey bro, zo gaat dat niet! Je hebt me nog niet terugbetaald voor de vorige keer!"
"Ik weet het, ik weet het, maar dit is de laatste keer! Komaan, help een vriend in nood eens uit de brand, man!"
"No way, man! Geen sprake van!"
Matho zucht plots. Op hetzelfde moment gaat er een rilling door mijn hele lichaam. Die zucht...
Ik ken dat soort zuchten...
"Kijk, man, we maken een deal. Jij geeft mij 600 euro, en wel nu meteen, en ik zeg aan je...Vriendjes niet wat jij vroeger allemaal hebt uitgespookt."
Ik zie Eveline haar bril vastpakken en Lidia knijpt haar hand tot een vuist.
Het is duidelijk dat ik niet de enige ben die dit voor het eerst hoort.
"H-hey... Ko-komaan, man, doe nou niet zo..." Tristan is opeens al zijn zelfzekerheid kwijt en lijkt nu eerder op een paniekerig lammetje.
Hij heeft duidelijk iets te verbergen, en Matho gebruikt dat tegen hem. Chantage.
"Geef je me dat geld nu nog of hoe zit het?!" roept Matho plots, als hij merkt dat hij de bovenhand krijgt.
"M-maar... Ugh, ik haat je, man..." Tristan steekt met een verbitterde blik zijn hand in zijn zak, op zoek naar zijn portemonnee.
Chantage.
Ik kan toch niet zomaar blijven toekijken en niets doen?
Nee... Ik word niet zoals zij.

"Stop!!"
Plots draait iedereen mijn kant uit en besef ik wat er juist uit mijn mond is ontsnapt.
"Wat zei jij daar, ventje?" Ik had half en half verwacht dat er een of ander Engels woord uit Matho's mond zou komen, maar ik had het dus toch mis. Rappers zijn toch rare levensvormen op sommige momenten.
In ieder geval, ik had nu iets gezegd, nu zou ik doorgaan ook.
"Ik zei stop."
Als Matho en zijn maatjes plots naar me toe stappen voel ik alle vastberadenheid om door te gaan tot diep in de kern van de aarde zinken.
"Ohoho, gaan we stoer doen? Ik vraag hem gewoon om een beetje geld, daar is toch niets mis mee? Wie ben jij zelfs?"
"I-ikkeh..." Ik knijp mijn ogen even dicht en probeer weer tot rust te komen, tevergeefs. Maar toch krijg ik het voor mekaar om iets te zeggen zonder bij elke letter te stotteren.
"Ik ben Lukas, niet dat dat jou wat boeit. En ten eerste, geld vragen als je nog moet terugbetalen, daar is eigenlijk wel iets mis mee, en ten tweedeuh..." Mijn stem verdwijnt plots als ik de boze blik van Matho opmerk. Hij kijkt me aan alsof hij mijn hersens in gaat slaan.
Maar voordat Matho iets kan zeggen (of mijn leven probeert te eindigen) krijg ik, tot mijn eigen verbazing, een beetje hulp.
Een beetje veel, zeg maar.
"Lukas heeft gelijk. Wie denk jij wel niet dat je bent?"
Hoewel Lidia zelf ook niet zo moedig klinkt terwijl ze dat zegt, ben ik haar toch erg dankbaar voor de steun.
"Ah, en wie hebben we hier? Luck's vriendinnetje?" Op het moment dat hij dat cliché zinnetje gebruikt, verliest Matho zowat al zijn kracht over mij. Als schrijver kan ik veel aan, zowat elke vorm van taalhumor kan bij mij door de beugel, zelfs de ergste woordgrapjes. Maar als ik ergens de pest aan heb, dan zijn het wel overgebruikte, cliché zinnetjes.
"Mijn naam is Lukas, niet Luck, Mister Mat. En nee, dit is niet mijn vriendinnetje, maar ik kan tenminste iemand krijgen, wat we natuurlijk niet over jou kunnen zeggen." Erg veel effect hebben mijn woorden niet, want plots is er nog maar één kleine centimeter afstand tussen mijn en Matho's gezicht.
"Wil je je er wel eens buiten houden? Dit is tussen mij en Jack. Fuck off, wil je?!"
Ah, dus toch Engels! Ik had het alleen graag iets beschaafder gewild.
"Inderdaad, dit is tussen jou en... Jack. En Jack heeft jou toch zojuist duidelijk gezegd dat je hem eerst terugbetaalt? Of is je kanariebrein te klein om dat te snappen? Fuck zelf off!" Het voelt alsof ik probeer hard te zijn, maar er eigenlijk alleen maar zwakke onzin over mijn tong rolt. En het lijkt wederom niet erg veel effect te hebben op Matho. Misschien moet ik nu maar beginnen met te geloven in God en te bidden...
"Je mag hem van mij heus in elkaar slaan hoor, maar denk je niet dat dat een beetje te veel aandacht naar je toe zou trekken?"
Het is Eveline, die tot nu toe niets had gezegd, die de genadeslag geeft. Matho verstijft plots, kijkt mij nog eens nijdig aan en vertrekt.
"Je komt er deze keer mooi van af, Luck. Whatever. Oh, en Jack? Wij zijn geen buddies meer. Blijf uit mijn buurt vanaf nu, bro."
"Met plezier." Tristan is zijn oude, zelfzekere zelf weer geworden op het moment dat Matho en zijn maatjes vertrekken.

Een momentje of drie later ben ik op weg naar huis. Het verbaast me dat mijn ouders me nog niet gebeld hebben om te vragen waar ik in hemelsnaam uithang, maar des te beter.
"Weet je, je hoeft echt niet met me mee te stappen hoor. Ik leg deze weg normaal ook alleen af."
"Oh, maar ik vind het niet vervelend! Dan kan ik ook eens zien waar je woont en zo..."
Lidia had plots besloten dat ze met me mee zou wandelen naar mijn huis. Ik had natuurlijk niet geprotesteerd, maar ik vraag me wel af waarom ze opeens met me mee wou...
"Weet je, ik had dat echt niet van je verwacht..."
"Hm?" Ik kijk Lidia, die naast me stapt, vragend aan.
"Dat je plots voor Tristan opkwam! Ik vond het echt heel... Lief van je. Ik zou het zelf niet gedurfd hebben..." Ik zie Lidia met haar haar spelen en herinner me plots dat ik ergens op het internet gelezen heb dat meisjes dat doen als ze zenuwachtig zijn.
"Om eerlijk te zijn had ik het ook niet van mezelf verwacht. Het ging allemaal een beetje vanzelf."
"Wel, je hebt duidelijk het goede gedaan. Tristan was je heel dankbaar en zelfs Eveline was onder de indruk!"
"Eveline? Onder de indruk? Ze zei nochtans iets als: Dat was echt het zieligste watt ik ooit gezien heb." Mijn Eveline imitatie is waarschijnlijk het zieligste wat ik ooit gedaan heb.
"Welja, dat zei ze inderdaad, maar dat is haar manier om te zeggen dat ze eigenlijk niet van je verwacht had dat je zoiets dappers zou doen!"
Dapper, dapper... Erg dapper was het niet geweest. En het is Eveline die ons er uiteindelijk uit gered heeft!
We praten nog een beetje over koetjes en kalfjes, totdat we bij mijn huis aankomen.
"Wah, je huis ziet er wel tof uit!"
Waarschijnlijk zegt ze dat om niet te laten merken dat ze het eigenlijk totaal niet speciaal vindt. Toch bedankt.
"Oh ja!" Het voelt alsof er plots een belletje uit het diepste van mijn brein begint te rinkelen.
"Hm? Wat is er?" Lidia kijkt me nieuwsgierig aan.
"Euh... Weet je nog dat ik zei dat ik een boek schrijf?" Ik voel dat mijn lichaamstemperatuur gevaarlijk hoog wordt.
"Jup, dat herinner ik me. Liefde op krukken of zoiets, denk ik..."
"Inderdaad. Welleuh... Ik zou het graag door iemand willen laten lezen, en ik dacht dat jij misschien..."
"Oh, geen probleem! Ik zou het eigenlijk graag eens willen doorlezen! Stuur het me maar door per e-mail, dan zal ik het zo snel mogelijk lezen!"
Lidia glimlacht naar me, maar voor deze ene keer ben ik honderd procent zeker dat mijn glimlach wel drie keer zo groot is als de hare.

Reacties (4)

  • Samanthablaze

    Mijn hemel, wauw! Dit is zo goed! Wat Ilse zegt, het komt allemaal zó mooi uit! Kudo!

    4 jaar geleden
  • fin_de_vers

    Ahw, he's cute :') ik zou het niet durven

    4 jaar geleden
  • Duendes

    Ik vind dit echt een geweldig hoofdstuk, Lukas manier van denken komt heel goed uit in dit hoofdstuk wauw! Kudo

    4 jaar geleden
  • Histoire

    Ik vind dat hij een poging moet doen om haar beter te leren kennen. Als het echt goed klikt met iemand, al is het begrijpelijk dat hij zich ongemakkelijk voelt bij een onbekende, maar als ze het rustig aan doen en eerst vrienden worden en zien of ze wel passen, dan kan er wel iets inzitten!

    4 jaar geleden
    • Duendes

      Echt wel jammer dat je hiermee gestopt bent tbh ik vond dit verhaal echt wel leuk

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen