Foto bij Hoofdstuk 102; Pan.

Pan nam over, daar waar Ira los liet.
Haar ogen schoten open. Ze keek in totale paniek rond, terwijl haar handen angstig die van Zeus grepen. Hij keek niet naar haar, hij keek naar Dionysos, die blijkbaar iets had gezegd. De meeste keken naar Dionysos, die zelf de eerste was die naar Pan keek.
‘Pan?’ Zijn gezicht werd bleek, terwijl hij zich naar Zeus en haar toe haastte.
Zeus richtte zijn blik tot haar. Hij zag blijkbaar ook de verandering, want hij liet haar meteen los, geschrokken.
Pan viel met een klap op de grond. Ze hapte wanhopig naar adem.
‘Pan!’ Dionysos knielde naast haar neer. Hij pakte bezorgd haar gezicht vast. Ze had zelf geschrokken naar haar keel gegrepen. Ze probeerde haar longen te vullen met zuurstof, maar het leek keer op keer niet genoeg te zijn.
‘Geef haar ruimte!’ schreeuwde Hermes.
Pan begreep niets van de situatie. Ze had enkel meegekregen dat Zeus Ira aan het wurgen was. Ze wist niet waarom, ze wist niet wat er gaande was, ze wist niets.
‘Pan, liefje.’ Dionysos dwong haar om hem aan te kijken. ‘Kalmeer. Je hebt een paniekaanval.’
Was dat waarom al haar herinneringen zo wazig waren? Omdat ze een paniekaanval had?
‘Diep in ademen,’ zei Dionysos. Hij dwong haar om hem aan te blijven kijken.
Pan deed braaf wat hij zei.
‘Goed zo. En nu, diep uit ademen.’ Dionysos deed met haar mee, alsof dat de situatie beter maakte. Toch gaf het Pan een soort stabiliteit om aan vast te houden. Ze ademde braaf mee, samen met Dionysos.
Langzaam kwam Pan tot rust.

Dionysos liet haar gezicht los, wat meteen een immense pijn in haar nek bracht.
‘Rustig aan. Niet te veel draaien met je hoofd,’ zei Zeus.
Dionysos bromde hem iets toe.
‘Wel dat was ze een moment geleden niet!’ snauwde Zeus hem toe.
Pan keek langzaam rond, zonder haar hoofd te draaien. Ze was omgeven door familie. Toch was er veel veranderd. Sommige zagen er anders uit. ‘Oh ja,’ zei Pan zacht, ‘Grieks en Romeins.’
Jupiter grinnikte nerveus.
Pan duwde zichzelf overeind, voorzichtig, om te voorkomen dat ze te veel last kreeg van haar nek.
‘Waar is Apollo als je hem nodig hebt,’ mompelde Dionysos. ‘Die jongen is normaal niet van je weg te slaan, maar als hij nuttig is, is hij nergens te bekennen.’
‘Als ik hem vind-‘ begon Zeus.
‘Dan stuur je hem naar mij toe,’ zei Pan zacht. ‘Ik mis hem.’ Haar blik viel op Poseidon, die nog altijd op de grond lag. ‘Wat is er met Poseidon?’
De groep goden keek, tegelijk, naar Poseidon.
‘Kun je je dat niet herinneren?’ vroeg Aphrodite.
‘Wat moet ik me herinneren?’ vroeg Pan.
Aphrodite wisselde een blik uit met Mars. Pan keek langzaam rond. ‘En Vulcan?’ vroeg Pan, bezorgd. Hij lag ook nog op de grond.
‘O, maak je geen zorgen om hem,’ zei Aphrodite.
‘Hij is buiten bewustzijn,’ zei Pan bezorgd.
‘Dat is Ira’s schuld,’ zei Jupiter. Hij kreeg woedende blikken toegeworpen. ‘Het is mijn schuld, maar het komt door Ira.’
‘Wat heeft Ira gedaan?’ vroeg Pan. Ze was verward. Het ging zo goed met Ira en nu leek ze totaal van het pad te zijn. Ze sloot Pan buiten, ze viel anderen aan, maakte het De Wacht moeilijk en gaf Zeus blijkbaar een reden om haar te wurgen.
‘Dat is niet belangrijk. Waarom ga je niet op bed liggen. Neem wat rust.’ Dionysos had zijn hand bezorgd op haar schouder gelegd. Zijn gedaante verschoot, maar zijn bezorgde blik niet.
‘Ik breng haar wel.’ Nog voor iemand iets kon zeggen, zwiepte Hermes haar van haar voeten. Hij was gewend zware pakketten mee te nemen. Het was niet dat Pan uitermate zwaar was, maar hij moest wel moeite doen om haar in een houding te nemen waarbij ze geen last van haar nek zou krijgen.

Voorzichtig legde Mercury haar in bed. Hij liet zijn ogen onderzoekend over haar gezicht gaan. Pan voelde zich er ongemakkelijk door.
‘Wat is er?’ vroeg ze zacht.
‘Niets. Ik bedacht me dat jij en Ira even prachtig zijn,’ zei Mercury. Hij streek met zijn vingertoppen langs haar haargrens, toen over haar wang.
Pan voelde haar wangen warm worden.
Hij glimlachte haar toe. ‘Maakt dat je verlegen?’
Pan knikte automatisch, iets waar ze direct spijt van kreeg. De pijn moest van haar gezicht af te lezen zijn geweest, want Mercury keek haar bezorgd aan. ‘Neem de rust die je nodig hebt. Maak je geen zorgen om ons.’ Hij gaf haar een knipoog.
‘Waarom zou ik me zorgen moeten maken om jullie?’ vroeg Pan zacht.
Mercury haalde zijn schouders op. In die beweging veranderde zijn gedaante terug naar Hermes. ‘Geen idee. Het leek alsof Ira zich veel bezig hield met ons. Maar als je daar meer over wilt weten, kun je beter met Hephaistos of Hestia praten. Mij wordt nooit iets verteld.’ Dat laatste was slechts een mompeling, maar toch duidelijk verstaanbaar. ‘Hoe dan ook.’ Hermes keek weer op naar haar gezicht en glimlachte haar warm toe. ‘Waarom ga je niet even slapen? Je zal wel moe zijn.’
Pan moest toegeven dat ze uitgeput was. Blijkbaar had het overnemen van haar lichaam en de stres haar veel energie gekost. Dat terwijl ze nog maar net terug was.
Hermes drukte een kus op haar voorhoofd. ‘Als je iets nodig hebt, roep me maar.’ Met die woorden liep hij naar de deur. Hij gaf haar nog een knipoog, voor hij de deur achter zich sloot.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen