Foto bij H22: Nue en vreemd gevoel ~ Nick

Ik keek met grote ogen naar het wezen dat ik net had gevonden. Hij had de kop van een aap, de poten van een tijger, het lichaam van een Japanse wasbeer en een slang als staart. Zijn ogen staarden dof in het niets en hoewel ik het eerst niet had opgemerkt, zag ik nu dat hij in een plas bloed lag. “Nick? Wat is dat? Een… een mythisch wezen?” vroeg Khana en ik knikte. “Ja… een nue”, antwoordde ik en ik zag Khana geschokt naar de dode nue te kijken. Het was even stil, maar toen zei Khana: “Wie doet nu zoiets… Dat is gewoon vreselijk!” Ik knikte dat ik het ermee eens was, maar opeens kreeg ik een vreemd gevoel. Alert keek ik subtiel om me heen, maar er was niet echt iets te zien. “Laten we gaan, we kunnen niets meer voor het wezen doen en we kunnen het lichaam niet aanraken door die giftige wolk die rond hem hangt… Waarschijnlijk heeft hij zich nog tot het allerlaatste moment proberen te verdedigen”, zei ik tegen Khana en ze keek even moeilijk, maar knikte toen. We pakten onze koffers terug op en wandelden weg, de dode nue alleen achterlatend.

“Gaat het Khana?” vroeg ik terwijl ik de twee zakken met eten wegstak in mijn rugzak. We waren even bij een McDonalds wat te eten gaan halen en we stonden te wachten op een taxi. “Ja, ik… ik had gewoon niet verwacht dat… een dode…”, zei ze haperend en zuchtte diep. Ik knikte en zei: “Ja, ik ook niet, maar ik vrees dat dat wel vaker zal gebeuren… Dat is niet meer weg te denken, nu er zo weinig plaats is voor deze wezens door alle gebouwen die de mensen maken.” Ze knikte en ik hield een taxi tegen die leeg was. We keken zelfs al niet meer op van het feit dat een nue een mythisch wezen was, misschien kwam dat omdat we al een wyvern hadden ontmoet en dat nam het ‘wauw’-effect al wat weg. We stapten in en ik zei in het Japans de volgende bestemming. De chauffeur knikte en niet veel later waren we op weg. “Nick, naar waar gaan we?” vroeg Khana en ik glimlachte even verontschuldigend. Ik vergat soms dat Khana maar beperkt Japans kon en ik zei: “We gaan naar het Meiji-heiligdom, het is daar rustig en we kunnen ook in de buurt van het heiligdom ons eten opeten.” Khana knikte en het was stil.

Het gefluit van vogels zorgden voor een kalmerend effect en ik sloot even genietend mijn ogen. Er was een trouw bezig in het heiligdom zelf, waardoor we maar er vlak voor zijn gaan zitten om te eten. Opeens hoorde ik Khana even gniffelen en ik keek haar met opgetrokken wenkbrauwen aan. “Heb ik iets gemist?” vroeg ik en ze schudde haar hoofd. “Nee, het is gewoon… Ik besef volgens mij nog niet goed dat we in Japan zijn en dat we al twee mythische wezens hebben ontmoet. Het lijkt wel een droom”, vertelde ze en ik glimlachte. “Wel, het is geen droom, anders zou je dit niet voelen”, zei ik en gaf haar een plagende duw. Ze lachte even en duwde me terug, waarna het weer even stil was. Toen zag ik opeens allerlei mensen op ons afkomen en ik zei: “De trouw is afgelopen, gaan we het heiligdom bezoeken?” vroeg ik en Khana knikte, waarna we opstonden en met onze koffers naar het Meiji-heiligdom gingen. “Om hoe laat kunnen we trouwens naar onze verblijfplaats?” vroeg Khana opeens en ik keek op mijn horloge. “De gastvrouw verwacht ons pas vanavond. Geen zorgen hoor, ik weet nog genoeg plekken om onze dag op te vullen”, antwoordde ik met een knipoog en kreeg een plagende klop tegen mijn schouder. Ja, ik had volgens mij de juiste keuze gemaakt om met haar op reis te gaan.

“Oké, waar gaan we nu heen, meneer de gids?” vroeg Khana toen we weer op straat stonden. “Wel…”, begon ik, maar keek opeens om me heen. Het vreemde gevoel was terug en wat verderop zag ik iemand naar ons kijken. “Nick?” vroeg Khana verward en ik scande snel de omgeving. We moesten weg, er klopte iets niet… “We nemen de metro, kom”, zei ik toen wat nerveus en ik zag Khana moeilijk kijken. “Ik weet niet of…” “Ik blijf bij je”, onderbrak ik haar en leidde haar via enkele straten naar een grote straat waar we de metro in konden. Khana keek gekweld om zich heen, maar ik trok haar door de massa heen. De persoon was ons gevolgd en ik vertrouwde het helemaal niet meer. “Deze hebben we nodig”, zei ik toen ik het juiste voertuig zag stoppen. Terwijl we in het voertuig stapten, zag ik wat verderop de persoon tegengehouden worden door een toerist die de weg aan hem of haar vroeg. De deuren sloten zich achter ons en ik kon het niet laten om even opgelucht te zuchten. “Nick?” hoorde ik Khana opeens zacht zeggen en ik zag dat ze zich stevig aan een paal had geklemd. Ze zag er niet goed uit en ik slikte even. “Nog even volhouden, we moeten niet ver”, zei ik zacht en bleef dicht bij haar in de buurt staan. Het was stil, maar dat was normaal hier.

Toen we uiteindelijk waren aangekomen bij de juiste halte, was er niet veel meer over van de vrolijke Khana van een half uur geleden. Ze zag bleekjes en leek veel moeite te hebben om zichzelf bijeen te houden. “We zijn er bijna”, zei ik tegen haar en ik zag haar knikken. Ik hield mijn hand op haar rug en begeleidde haar zo naar de voorlaatste plek waar ik heen wou. Khana hield haar koffer extreem stevig vast en ik zuchtte inwendig. Aan de ene kant had ik spijt dat ik haar in de metro had gedwongen, maar we hadden niet veel keuze. Die persoon was ons aan het volgen en ik vertrouwde het niet. Opeens voelde ik hoe Khana zich aan mijn arm vastklemde en iets onverstaanbaar mompelde. “Khana? Gaat… Khana!” zei ik bezorgd toen ze opeens ineen zakte. Geschrokken kon ik haar nog net opvangen en enkele mensen keken ons bezorgd aan. Volgens mij was dit haar te veel geworden…

Reacties (1)

  • Kaffaljidhmah

    Wat is er nou met Khana?
    Btw: hopelijk ga je het verhaal verder afschrijven, ik wil weten hoe het gaat eindigen.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen