Foto bij H.25.

This is getting way to real.

Het laatste stukje van het vorige hoofdstuk:
Wanneer ik om mij heen kijk - iets wat ik eigenlijk zou hebben moeten doen vóór het inspecteren van mijn arm - zie ik op een meter of 10 van afstand een jongen staan.
Zodra ik de persoon herken word ik abrupt duizelig.
H-het is... Brayden.

Ik heb het gevoel alsof ik stik, want ik moet wel gek zijn.
Brayden is dood.
Maar waarom staat hij hier?
Als hij dood is, kan hij niet hier staan.
Dat is nu eenmaal onmogelijk.
En toch staat hij daar, mijn broer, Brayden, en hij kijkt mij aan.
Alles is hem, alles van die persoon is van de broer die ik heb zaken sterven.
'B-Brayden?' vraag ik en hij knikt.
Dan besef ik dat dit nog redelijk goed een simulatie kan zijn van het Capitool, dat het niet is dat ik gek ben.
Maar ik ben verslaafd, verslaafd aan het zien van mijn broer, verslaafd aan het verdrinken in zijn ogen.
Ik loop naar hem toe, tot ik vlak voor hem sta.
'Brayden.' zeg ik ongelovig en raak zijn schouder aan, gewoon om te kijken of er echt iets of iemand staat.
En dat is het geval.
Het is nep! Dit is hem niet! Dit is Brayden niet! Je broer is dóód! schreeuwt een stem, diep binnenin mij.
Maar de stem van blind geluk is krachtiger.
Ik rijk met mijn hand naar zijn gezicht, omdat ik mijn broer - hoe nep hij nog is - weer even wil voelen.
Ik schrik als ik merk hoe veel hij op hem lijkt.
Maar dan beweegt hij, grijpt mijn pols vast en drukt mij hard naar de grond.
Ik schreeuw het uit van de pijn en grijp baar het mes in mijn schede.
Hij houdt op en kijkt mij even aan.
Trillend hou ik het wapen vast, tranen glinsteren in mijn ogen.
Ik doe het.
Ik doe het, hoor.
...
Ik doe het niet.
Ik kan het niet.
Hij duwt mij met een verschrikkelijke kracht achteruit en ik val op de grond.
Het doet pijn, aarde komt terecht in mijn armwond en dat spet verrekte pijn, maar het dort niet zoveel zeer als mijn rug, die hard op een uitstekende steen terecht komt.
Ik schreeuw het uit en probeer overeind te krabbelen en te vluchten.
Als ik vlucht, dan hoef ik hek niet de doden en kan hij mij niet doden.
Maar al snel merk ik dat ik niet opgewassen ben tegen hem, zeker niet nu ik merk dat ook mijn voet zeer doet van de val.
Hij stapt naar mij toe en drukt twee vingers tegen de wond in op mijn bovenarm aan.
Het doet zo verschrikkelijk veel pijn dat ik even sterretjes zie en ik probeer weg te komen, maar een ijzeren greep om mijn andere schouder maakt mij kansloos.
'Hou op.' fluister ik. 'Hou alsjeblieft gewoon op.'
Maar dat doet hij niet, natuurlijk niet, waarom zou hij.
Hij is gemaakt door het Capitool om niet op te houden, om met mij te vechten zodat het lekker spannend voor hun wordt.
En dan, in mijn ooghoek zie ik Tyson aanrennen, zijn dolk in de aanslag.
Tyson is niet zwak, zeker niet, maar ik weet niet of deze Brayden - dit díng - pijn voelt em ik weet wel zeker dat hij zal winnen.
Brayden laat mij los, ik zak op mijn knieën.
Hij begint richting Tyson te rennen, die hem dapper op staat te wachten.
Hij wint nooit, hij zal sterven.
Omdat ik geen simulatie kan vermoorden.
Nog geen drie seconden later valt het lichaaam van de nep-Brayden op de grond, een van mijn pijlen uit zijn achterhoofd stekend.

Reacties (5)

  • Ikbenerniet

    Ik zit niet echt op een goede volgorde...

    4 jaar geleden
  • AnneFrank

    Zielig voor de simulatie Brayden

    4 jaar geleden
  • Duendes

    MENTAL BREAKDOWN TIJD
    Maar knap dat ze het gedaan heeft... hoewel ze wel ongelofelijk weinig vertrouwen heeft in Tyson... ik denk dat hij nog wel eens verrassend uit de hoek kan komen

    4 jaar geleden
  • BethGoes

    Autjs

    4 jaar geleden
  • DeNaamIsGideon

    wow

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen