Ik word wakker met dauw op mijn gezicht. De zon schijnt in straaltjes door de bladeren, heel even denk ik dat ik gewoon in een weiland in slaap gevallen ben.
Ergens tussen de bomen aan de rand van ons district. Dan open ik mijn ogen en voel de harde stam waar ik op zit.
Ik heb dorst en honger, de dauw is aangenaam koel dus ik probeer zoveel mogelijk mijn mond in de vegen.
Dan rek ik me uit en gaap. Vandaag weer nieuwe dag, vandaag....
Ik staar naar mijn arm, een grote hap met zwerend vlees en pus en bloed.
Ik ril en het begin weer pijn te voelen.
Ik heb vlug water nodig, ik kijk om me heen en schud aan de boom, druppels vallen naar beneden en ik vang het met mijn wond op.
Ik onderdruk een gil en mijn mond blijft doelloos openhangen, met tranen in mijn ogen bedenk ik dat ik er iets op moet doen, de wond moet bedekt, gedicht worden.
Slaapzak.
Maar natuurlijk! Ik pak het kleine mesje en snijd de stof moeizaam door twee, daarna snijdt ik er een reep uit en ga verzitten.
Mijn lip trilt, dit is niet het goede moment om een reep stof om mij arm te binden, ik zit te hoog, te waggel.
Toch doe ik het, zodra het mijn arm raakt gil ik. Stop met gillen Ayden! Stop!
Het gaat alleen maar meer pijn doen, vlug veeg ik de reep weg en haal opgelucht adem.
Maar de opluchting duurt voor kort. Ik hoor voetstappen beneden me, zouden mensen me gehoord hebben?
Ja natuurlijk hebben ze me gehoord!
Ik word bang en pak vlug mijn spullen in.
'Haha ja, mammie! Mammie! Waarom zou je dat roepen, stom kind. Alleen ik heb nog geen kanon gehoord.' Het is de stem van Mano.
'Komt wel, hoe meer ze lijden hoe beter,' het is Evy, Evy Moosa het district genootje van Mano.
'Waar zou dat kind zitten?' een stem die ik niet ken.
'Dies vast al dood, hoorde je hem gillen? Het leek wel een meisje!' Roept Mano.
Evy lacht.
Ik wordt boos, maar ik móét rustig blijven, er zijn nu 3 mensen beneden.... misschien wel meer.
Lucht wordt uit mijn longer geperst als ik zie dat de reep stof van mijn slaapzak naar beneden valt. Het laat bladeren kraken en blijft dan aan een tak hangen.
Ik blijf even opgelucht staren, dan valt het verder naar beneden. Ik bedenk ook dat er bloed van me op zit.
Ik knijp het takje voor me onbewust fijn. Het takje kraakt en het zelfde moment valt het stof op Mano's hoofd.
Hij tild het op en kijkt me door alle bladeren recht aan.
'Daar!'

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen