Foto bij H23: Flauwgevallen ~ Khana

“… Khana…?” hoorde ik iemand vaag vragen en ik opende met moeite mijn ogen. Mijn hoofd deed verschrikkelijk veel pijn en ik voelde me uitgeput. Wat was er gebeurd? Ik zag een wazig beeld voor mij en ik knipperde even met mijn ogen, waarna ik Nick iets in het Japans hoorde zeggen. Pas na een tijdje kon ik duidelijker zien en ik zag dat Nick mij bezorgd aankeek. “Gaat het een beetje?” vroeg hij en ik knikte, hoewel dit mij een steek in mijn hoofd opleverde. “Wat hoofdpijn en vermoeidheid, maar het gaat wel”, zei ik vrij zacht en toen pas merkte ik dat ik op straat lag. Verschillende mensen keken me aan en verward keek ik van hen naar Nick. Met wat inspanning wist ik overeind te gaan zitten en drukte mijn hand tegen mijn voorhoofd. “Wat is er gebeurd?” vroeg ik gepijnigd en Nick gaf me een flesje water aan, waar ik voorzichtig wat van dronk.

“Je bent flauwgevallen geloof ik… Je zag al heel bleek toen we uit de metro kwamen en toen we hier waren, greep je me opeens vast en zakte je ineen”, vertelde hij en ik kleurde rood van de schaamte. “Sorry, dat… ik wou niet… het was niet…”, stotterde ik, maar Nick onderbrak mij: “Het geeft niet, ik had je niet in de metro moeten dwingen. Kan je rechtstaan? We zijn bijna bij Shinjuku Gyoen en daar weet ik een rustige plek zijn, dus dan kan je daar verder bekomen.” Ik knikte en Nick hielp me overeind. Hij zei weer wat in het Japans tegen de mensen rondom ons en ze gingen weg. “Kom maar… Als je duizelig wordt of zo, laat het me dan weten”, zei hij nog en toen ik had geknikt, gingen we verder.

Met gesloten ogen leunde ik op de koffer naast mij. Ik voelde me moe, maar de pijnstiller die Nick had gegeven nam mijn hoofdpijn toch al weg. We zaten op een bankje in een soort grote tuin, Shinjuku Gyoen. Er waren verschillende soorten tuinen in deze grote tuin en hoewel hier vaak mensen kwamen, had Nick nog een rustig plekje gevonden waar ik kon bekomen. “Voel je je al weer wat beter?” vroeg Nick opeens en ik ging overeind zitten, waarna ik zei: “Ja, het gaat wel. Ik voel me nu alleen nog heel moe, maar de hoofdpijn is weg… Het spijt me echt voor dat voorval van daarjuist…” Nick wuifde het meteen weg en zei: “Zoals ik al zei: het geeft niet. Ik had beter moeten weten.”

Het was even stil en ik zag de hemel langzaam verkleuren. Opeens draaide Nick zich opzij en haalde iets uit zijn koffer. Hij had een klein flesje gepakt en gaf het aan mij met de woorden: “Hier, dit helpt misschien tegen de vermoeidheid.” Ik had het idee dat die woorden moeilijk uit zijn mond kwamen, maar ik nam het flesje aan. Er zat een levendig helderrode vloeistof in en het had zowat siroopachtig neigingen. “Wat is dit?” vroeg ik en Nick keek er even naar, waarna hij zei: “Een soort grenadine met wat extra vitaminen en ijzer, proef maar. Het is eigenlijk wel de bedoeling dat je het in een keer op drinkt.” Nog even keek ik twijfelend naar de vloeistof, maar draaide toen de stop eraf en dronk het in een keer op.

Toen volgde nog een korte stilte, waarna ik de vraag stelde waar ik al langer mee zat: “Waarom wou je persé de metro in?” Nick keek me even vreemd aan, maar zei ontwijkend: “Ik denk dat we langzaamaan naar onze overnachtingplaats kunnen gaan, het begint al avond te worden.” Hij stond op en ik keek hem verward aan. Was er iets dat ik niet mocht weten? “Kom je?” vroeg hij terwijl hij al met zijn koffers klaar stond. Ik besloot het te laten gaan en nam ook mijn koffers vast, waarna we samen door deze nationale tuin wandelden.

“Er is nog één plaats die ik graag wil laten zien, aangezien dat één van de bekendere plaatsen in Tokio is…”, zei Nick toen we bij de straat waren. “En dat is?” vroeg ik en hij glimlachte even mysterieus. Hij stak zijn hand uit en een taxi stopte. “Je zult wel zien”, zei hij toen vaag en nadat we onze bagage in de koffer hadden gestoken, stapten we in en zei Nick wat in het Japans. Ik verstond vaag iets van ‘adres’ en ‘Shibuya’, maar dat was het dan ook. “Wat of wie is Shibuya?” vroeg ik aan Nick en hij grijnsde weer mysterieus. “Geduld, je zult het zo zien… Ik zal het wel zeggen als het zover is”, zei hij en ik draaide met mijn ogen. Ik was nieuwsgierig geworden, maar Nick liet niets los.

Ik opende mijn ogen toen Nick op mijn schouder tikte. Door de vermoeidheid was ik wat aan het indommelen, maar dat had Nick dus onderbroken. Dat drankje leek toch niet zo goed te werken als verwacht… “We zijn er bijna, kijk maar”, zei hij toen en ik keek door het raam. We draaiden om een hoek en ik keek met grote ogen naar wat er voor de taxi was.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen