Elrond wist niet wat benauwender was: de aanwezigheid van tientallen opgetogen mensen of de stilte van zijn toekomstige schoonmoeder. Hij wilde zijn hart luchten en dat was een vreemde gewaarwording. Hij kreeg namelijk het gevoel dat ze al wist wat er in hem omging en door het hardop te delen voelde het natuurlijker. Zijn gedachten waren echter een verwarde brij. Nadenken was al moeilijk, laat staan praten.
      Ze waren zo’n honderd meter bij de gasten vandaan en stonden aan de rand van een meer. Hier was hij vroeger vaak gekomen. Toen glipten Celebrían en hij ’s nachts door het raam naar buiten om samen naar de weerspiegeling van de maan en de sterren in het water te kijken. Het was heel lang geleden dat ze dat hadden gedaan.
      ‘Denk je dat je mijn dochter gelukkig kunt maken, Elrond Peredhel?’
      Er klonk geen verwijt in haar stem, toch voelde het wel alsof ze hem haar twijfels kwalijk nam.
      ‘Celebrían denkt dat ik haar gelukkig kan maken.’
      Galadriel keek zwijgend uit over het meer, hoewel haar lippen een zweem van een glimlach toonden.
      ‘Hebt u weleens iemand verloren van wie u hield?’ Elrond keek de vrouw vanuit haar ooghoeken aan. Ze had al een lang leven geleid. Misschien kende ze de pijn van een zwaar verlies en kon ze hem vertellen hoe hij ermee om moest gaan. Hij was zijn ouders al eens verloren, maar toch lagen de zaken nu anders. Toen was hij een slechts een kind geweest. Hij herinnerde zich alleen flarden en verhalen van anderen. Maar van Jayne herinnerde hij zich elk detail.
      ‘Vele vrienden, in de strijd tegen Sauron in de Eerste Era. Velen waren mij erg dierbaar.’ Ze draaide haar hoofd opzij. Hij las het medelijden in haar ogen. ‘Treur je om de mensenvrouw?’
      Elrond beet op haar lip. ‘Ze laat mijn gedachten niet los. Nog steeds niet, na vijf jaar.’
      ‘Vijf jaren zijn een oogwenk in een elfenleven. Dat is verre van vreemd. Er zijn zelfs elfen die vervagen door hun hartzeer.’
      Elrond boog zijn hoofd. Zou dat uiteindelijk ook met hem gebeuren?
      ‘Waarom wil je mijn dochter huwen als je hart bij een andere vrouw ligt?’
      Nog steeds klonk haar stem niet verwijtend, maar vriendelijk, onderzoekend.
      Hij zuchtte. ‘Ik dacht dat ik dit achter me kon laten, dat ik een manier had gevonden om ermee om te gaan. Maar enkele woorden van een oude vrouw waren genoeg om al het verdriet weer op te rakelen.’
      Galadriel keek hem indringend aan. De gebeurtenis brandde op zijn tong, hij wilde het dolgraag aan iemand vertellen.
      ‘Een oude vrouw kwam naar me toe. Ze greep me vast en zei dat ze Jayne was en dat Annatar haar had omgetoverd. Daarna zakte ze ineen, bood een oude man aan voor haar te zorgen en daarna heb ik geen van tweeën nog gezien.’ Hij zuchtte. ‘Zijn er elfen die zulke magische krachten hebben?’
      De vrouw schudde haar hoofd. ‘Alleen de Istari.’
      De tovenaars, begreep Elrond. Hij haalde een hand door zijn bruine haren. ‘Ik weet dat het een list van Annatar was. Hij vindt het heerlijk om me te tergen. Toch kan ik de gedachte dat het misschien wél Jayne was, niet van me afzetten.’
      Galadriel zweeg. Ze tuurde in de verte. Een diepe rimpel op haar voorhoofd vertelde Elrond dat ze diep in gedachten was.
      ‘Ik wil je iets laten zien.’
      Elrond keek de elf onderzoekend aan, maar ze liet niets los. Ze liep terug naar het feestgedruis, wrong zich door de menigte door en ging het paleis binnen. Elrond volgde haar op de voet, verward. In de gelagzaal brandde een haard. Iets harigs zat ervoor en toen Elrond dichterbij kwam, ontdekte hij dat het een hond was.
      ‘Celebrían vond het dier in de vijver. Het kon niet zelf zwemmen. Er iets opmerkelijks mee, maar ik kan mijn vinger er niet op leggen.’
      Perplex keek Elrond over zijn schouder naar de vorstin. Wat wilde ze nu zeggen? Ze gaf echter geen uitleg en Elrond stapte naar de haard toe. De hond sliep en keek niet op toen hij ernaast knielde. Weifelend tilde hij zijn hand op en aaide de vacht.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen