Een paar minuten later weerklinkt in de arena al het geluid van houten zwaarden.
Acacia is in gevecht met haar broertje, Aaron. Hij is veertien jaar oud.
Ze zijn aan elkaar gewaagd, maar Acacia wint toch meestal.
'Aaron, je kan toch wel een keer winnen?' vraagt Acacia. 'Ik ben het zat om de hele tijd door te gaan met vechten totdat iedereen ons aanstaart!'
'Nou, ik hou wel van die aandacht!' lacht Aaron, terwijl hij de tegenaanval inzet.
En terwijl ze aan het aanvallen, verdedigen, steken en pareren zijn, komt de halve groep om ze heen staan, zoals altijd benieuwd wie er wint.
Dit duurt een paar minuten, terwijl mensen voor hun favoriet juichen. Aaron is populairder dan zijn zus, dus er juichen meer mensen voor hem.
En dan slaat Acacia het zwaard uit de hand van Aaron en zet haar eigen zwaard boven zijn keel.
'Geef je je over?' vraagt ze.
'Ja,' zegt hij boos.
Dan klinkt er weer hoorngeschal en is de les afgelopen.
'Beste leerlingen!' roept de leraar. Iedereen stopt waar hij of zij mee bezig is en luistert.
'Vandaag vallen alle lessen uit, door de aankomende feestdag!'
'O ja, de feestdag!' zegt Aaron tegen zijn zus.
'Ja, de feestdag...' mompelt Acacia. Vanbinnen kan ze wel schreeuwen. Die feestdag... ze was het bijna vergeten!
Deze dag is speciaal voor leerling ridders die afstuderen. En dit jaar hoort zij, als jongste van de groep, erbij! Ieder ander zou dolblij zijn, maar Acacia niet.
Voor haar betekent dit iets anders dan voor de rest, die niks te vrezen hebben. Acacia echter, is de dochter van de generaal van het Riddereiland. Nu wordt er op het eiland al veel van haar verwacht, maar na haar examen, zou dat nog veel erger worden! Mensen zeggen dat ze ooit de baan van haar vader kan overnemen, maar dat wilt ze niet! Het is niks voor haar...
Acacia loopt naar haar kamer, waar ze zich op het bed laat vallen. Haar groene haar komt in haar gezicht terecht, en ze sluit haar groene ogen, die triest staan. Het meisje denkt aan de tijd dat ze niks te vrezen had. Aan de tijd dat ze niet wist hoeveel er op haar schouders zou komen te liggen. Natuurlijk, haar ouders hebben het, toen ze haar leeftijd hadden, veel en veel zwaarder gehad.
Acacia weet niet hoe, maar een moment uit haar kinderjaren weet ze nog zo goed: toen ze werden aangevallen door een man met een zwarte draak, en toen naar het Sterrenrijk moesten vluchten. Na een paar dagen konden ze weer naar huis, maar er was toch iets blijven hangen in Acacia's geheugen.
En terwijl ze aan dit alles denkt, wordt er op de deur van haar kamer geklopt.
'Binnen,' mompelt het meisje.
Spica komt binnen en gaat naast haar dochter zitten.
'Hoi mam,' mompelt Acacia, het klinkt droevig.
'Acacia, wat is er?' vraagt Spica aan haar.
'Niks.'
'Meisje, denk je echt dat ik het niet zie als er iets met je aan de hand is? Jouw vader reageert namelijk precies hetzelfde als jij als hem iets dwars zit.'
Dat antwoord had Acacia niet verwacht, maar ze blijft stil.
'Ik denk dat ik het al weet: je examen. Je bent bang dat er veel verandert zodra je slaagt,' zegt Spica.
'Mam, ik weet het even niet meer!' zegt Acacia. 'Ik wil zo graag echt een ridder worden, maar er wordt zoveel van me verwacht! Bijvoorbeeld, heb je gehoord over dat gerucht dat ik paps baan over kan nemen als ik wat ouder ben?'
'Ja, dat heb ik gehoord. En ik denk dat jij dat heel goed zou kunnen.'
'Echt waar?'
Spica knikt: 'Ja, natuurlijk. Ik heb echt alle vertrouwen in je, maar zelf moet je er ook vertrouwen in hebben. En ik zeg niet dat je die baan over moet nemen, als je dat soms denkt!' grinnikt ze erachteraan. 'Want weet je, toen ik drakentrainster wilde worden, geloofde ik er eerst niet echt in. Ik vertrouwde er niet echt op. Je vader had echter alle vertrouwen in me.'
'Mam, wat wil je hiermee zeggen?'
'Dat je soms iemand nodig hebt die vertrouwen in heeft. En dat je vooral vertrouwen in jezelf moet hebben.'
Acacia knikt.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen