Foto bij Tegenpolen

'Astrea! Wat doe jij hier?!', riep ik geschrokken uit. Matsuda stond als verstijfd en keek haar geschrokken en verbijsterd aan. 'Het spijt me jongens, maar ik kon niet zomaar in mijn eigen gedaante hier komen. Uitleggen wie ik ben zou dan al helemaal lastig zijn. Ik moest eerst jullie vertrouwen winnen, dus verrandede ik in die vriendin van jullie. Het spijt me dat jullie haar niet echt terug hebben gezien.' 'Maar waarom ben je hier dan?' 'Ik moest jullie wat vertellen. En ook wil ik jullie waarschuwen.' Ik fronste. 'Het lukt me niet meer jullie geest binnen te dringen. Ik weet niet wat het is, het lijkt alsof jullie je geest hebben leren afsluiten.' 'Hoe bedoel je? Ik heb niks anders gedaan dan anders.' Ik knikte instemmend. 'Ik ook niet.' Astrea schudde haar hoofd. 'Misschien is het omdat jullie te veel van jullie plannen afwijken in gedachten, iets dat ik jullie natuurlijk niet kwalijk kan nemen.' 'Het spijt me, maar we hebben echt een plan!' Astrea legde haar hand op Matsuda's schouder. 'Geen redenen voor excuses. Jullie doen toch niks doms?' Matsuda en ik wisselden even snel een blik uit. Toen schudde hij zijn hoofd. 'En je wou ons ergens voor waarschuwen?', vroeg ik. Ze knikte. 'Het is mijn zus. We zijn... een soort van tegenpolen. Zo ben ik een beschermer, is zij een zogeheten 'achtervolger'. Eigenlijk is het precies zoals ik het zei: we zijn tegenpolen. Ik bescherm en help uitgekozen mensen, achtervolgers koppelen zich aan mensen om die het leven zuur te maken, meestal uit wraak.' 'Maar hoe is je zuster zo geworden?', vroeg ik. Astrea schudde haar hoofd. 'Ík ben hier het aparte geval, mijn hele familie waren achtervolgers. Hoe dan ook, mijn familie accepteerde me, min of meer. Ze probeerden me te veranderen, ze hielden me weg van andere beschermers. Toch zorgden ze voor me alsof ik één van hen was. Maar daar gaat het hier niet om, na een grote ruzie toen de rest van de familie al dood was liep het zo uit de hand dat ik haar naar de onderwereld heb gestuurd. Maar ze heeft weten te ontsnappen en is op wraak uit. En natuurlijk gaat ze zich niet op mij wreken, mijn zus is zo'n iemand die onschuldige mensen dingen gaat aan doen. En ze gaat hier komen, dus jullie zijn gewaarschuwd.' Ze zuchtte. 'Als ik mijn fouten nog maar kon herstellen... Maar ik heb jullie nu. Erza, jij bent sterk. Je hebt je krachten, je bent niet voor niks hier voor uitgekozen.' 'Dat ben ik niet.', zei ik, strak naar de grond starend. 'Maar Erza je-' 'Dat ben ik niet! Ik ben niet sterk, niks! Ik ben zwak, kan me niet eens tegen Mick verweren! Ik ben dan misschien wel de drager van zo'n stom litteken, maar het enige wat ik ooit heb gedaan is een stomme steen laten licht geven!' 'Erza! Erza dat is niet waar, je hebt het blaadje geplant!' , zei Matsuda geschrokken. 'En er begint al een klein beetje boven de grond te komen!', deed Astrea er een schepje bovenop. 'Oh ja? En wat is daar zo bijzonder aan als ik vragen mag? Een hond kan dat zelfs nog doen! Iedereen kan een gat graven en er een stom zaadje in gooien! Ik ben zwak, jullie moeten niet zo veel vertrouwen in me hebben, dan loopt het alleen maar slecht af.' En na dat gezegd te hebben beende ik boos weg. Ik wist niet wat ik voelde, ik was boos, maar toch ook niet. Niet boos op Astrea noch Matsuda persoonlijk. Of misschien ook wel. Nee, zij konden er ook niks aan doen. Misschien was ik boos op mezelf.

Matsuda

Astrea keek me geschrokken aan nadat Erza zo was uit gevallen. 'Heb ik iets verkeerds gezegd.' Ik schudde mijn hoofd. 'Blijkbaar, je kunt er niks aan doen. Ik had dit ook niet verwacht, ik zou nog eerder denken dat ze zou gaan huilen.' We zuchtten. 'En wie is die Mick?' Ik grimaste. 'Een klootzak. Heeft haar een paar weken geleden bijna verkracht het snertjong.' 'En ze geeft haarzelf de schuld omdat ze zichzelf niet heeft kunnen verdedigen?' Ik zuchtte opnieuw. 'Ik denk het.' Astrea klopte mop mijn schouder. 'Ik zal er als ik jullie was maar even tussenuit gaan. Ik weet niet wat jullie de laatste tijd hebben gedaan, maar ik denk dat Erza aan een pauze toe is, een échte. Je kunt er niks aan doen, ik denk dat die meid gewoon even te veel aan haar hoofd heeft.' 'Ik weet het niet, ik weet niet of het zou helpen. Je kunt niet stoppen ergens aan te denken door op vakantie te gaan.' 'Ik weet het ook niet.' Er heerste even een ongemakkelijke stilte. Astrea keek naar de lucht en beet op haar lip. 'Het spijt me, ik moet weer terug naar mijn eigen wereld. Zeg Erza dat het me spijt en dat ze mijn steun heeft. En die heb jij ook.' 'Wacht! Er is nog één ding dat ik wil weten.' Ze knikte en wachtte op mijn vraag. 'Waarom ik?' Ze trok één wenkbrauw op. 'Waarom ik? Wat maakt mij zo speciaal dat ik jou hulp heb? Waarom heb ik dit haar?' Ze glimlachte. 'Wat dat haar betreft, ik denk dat jou lichaam op een vreemde manier reageert met contact vanuit mijn wereld. Sommigen zeggen dat het betekenis heeft als mensen gekleurd of vreemd haar hebben, of andere lichaamsdelen. Zo zeggen sommigen dat je dood dichterbij komt wanneer de kleur toe neemt.' Ik rilde. 'Maar ik denk eerlijk gezegd dat dat bij jou wel een soort van een geval is.' 'Wat!?' 'Shh, rustig maar je staat niet op het moment te sterven. Het is alleen dat waarschijnal áls je dood gaat, het contact dat je met mij hebt versterkt omdat je dan eigenlijk naar de zelfde wereld gaat. Dus op het moment dat je je laatste adem uit blaast zal je haar waarschijnlijk geheel wit zijn.' 'Dus als ik dood ben kom ik naar jou wereld?' 'Zo simpel is het niet jongen. Ja, we zitten in zekere zin in de zelfde wereld dan, maar het is een vreemde plaats, niet iets om te omschrijven.' Ze knipoogde. 'Je ziet het wel als je dood bent.' Ik lachte, en toen ik mijn ogen open deed was ze weg. Ik had geen tijd om vaarwel te zeggen gehad. Ik moest naar Erza toe, misschien even met haar praten als ze daar behoefte aan had. Écht praten, en misschien zoals Astrea al had voorgesteld zou even een pauze goed zijn. Misschien zouden we weer met z'n allen een keertje op vakantie kunnen, ik had gemerkt hoe fijn ze dat had gevonden. Hoe erg ze vrij was gekomen, hoe zorgeloos. Het waren van die kleine momentjes, van die korte ervaringen van geluk waarin ik haar weer helemaal haarzelf zag worden. Laatst ook met het kussengevecht, of gewoon van die grappige gesprekken die we soms hebben. Of die keer dat we Brendon in het water gegooid hadden. Maar toch... nu we zo dicht bij ons plan waren... ze zou helemaal van alles af zijn als alles ook gewoon voorbij was, als ze niks meer had om zorgen over te maken. Ten minste, ik nam aan dat dit haar zorgen was. Maar wat als datjes niet was? Als ze iets voor me verborgen hield? Sjees, waarom zijn vrouwen toch zo ingewikkeld? Nou ja, veel makkelijker was ik zelf ook niet.

Erza

Ik lag op mijn matras met mijn gezicht naar beneden, mijn lichaam uitgestrekt en mijn voeten hingen over de rand. Ik wou denken, denken over wat ik wél kon. Denken over hoe ik nuttig kon zijn. En denken over hoe ik me voelde. En natuurlijk moest Matsuda dan weer net binnenkomen. Hij zei me geen gedag maar ging naast me zitten met een gefronst gezicht. Ik keek niet op en liet mijn gezicht in het kussen liggen. 'Het spijt me Erza, en Astrea ook. Ze is al weg. Maar het was nooit mijn, noch haar bedoeling je pijn te doen, te beledigen of wat dan ook. Ik snap dat je veel aan je hoofd hebt.' 'Dat heb ik niet. Het is gewoon wat ik zei: ik ben zwak. Dat is het, ik ben niet boos op iemand persoonlijk, ik wil gewoon even denken.' 'Dat is oké hoor, neem zo veel tijd als je wilt zolang je maar weet dat ik altijd achter je zal staan.' 'Oké, dank je.' Matsuda pakte een boek en plofte neer op zijn bed. Na een tijdje vroeg hij: 'Zin om uit eten te gaan?' 'Ga jij maar, ik heb geen honger.' Mompelde ik, bijna in slaap. Hij stond op en ik voelde zijn hand zachtjes op mijn schouder. 'Voel je je voor de rest wel oké? Ben je niet ziek?' 'Ik voel me prima, ga jij maar gewoon.' 'Oké, ik vraag wel of Marcus wat te doen heeft. Zorg goed voor jezelf, mijn ouders zijn ook thuis in het geval je iets nodig hebt kun je gewoon naar beneden.' Toen hij een tijdje weg was bedacht ik opeens iets: had ik hem nou net afgewezen voor een date!? Oh nee! Wat had ik gedaan! Als ik in de stemming zou zijn geweest had ik niets liever gewild! Wat was ik toch dom! Maar hij leek het niet erg te vinden. Betekende dat dat het hem niet uitmaakte? Of dat het even date zou zijn geweest? Dit was niet waar ik op dit moment na over moest denken, zei ik tegen mezelf. Ik moest over belangrijkere dingen nadenken.
De hele volgende dag besteedde ik rond het huis, grotendeels op mijn matras. Matsuda was er ook grotendeels van de tijd, maar ging soms ook weg. Hij had door dat hij me maar gewoon eventjes met rust moest laten. Hij was zo aardig.
'Erza?' Ik schrok op. Oh nee, ik was in slaap gevallen! 'Erza, ik weet dat je niet echt in de staat voor praten bent maar ik denk dat er iets is dat je toch wel wilt weten.' Ik schoot meteen overeind toen ik Matsuda's stem hoorde. Het klonk gebroken en ongelofelijk verdrietig. Ik zag dat zijn gezicht betraand was en alleen bij die aanblik begon ik uit schrik ook zelf bijna te huilen. Hij snikte en zei: 'Obi is dood.'

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen