Wil iedereen die dit leest even in de reacties zetten of ik er nog iets in moet veranderen, of wat ze een leuk idee van mij vinden over de vorige hoofdstukken of nog leuke ideeën voor de volgende?

Het is bijna avond als de groep op het eiland aankomt. Ze worden ontvangen door de plaatselijke wacht.
'Welkom op het eiland van de wassende maan!' roept een jonge vrouw die naar voren komt lopen. 'Mijn naam is Scherpoog, en jullie moeten de groep zijn die de proeven gaan afleggen. Welkom en veel succes!'
Iedereen geeft Scherpoog een hand, Acacia als laatste.
'Wacht eens even, ben jij niet de dochter van Spica en Saturno?' vraagt Scherpoog opeens.
'Ja...' mompelt Acacia bedeesd.
'We zijn familie! Beter gezegd, je bent mijn achternichtje! Doe je ouders de groeten, veel succes met de proeven!'
'Dank je wel...'
Acacia loopt weer verder, naar de plek waar ze de instructie krijgen.
'Voor ieder van jullie is een tunnel gereserveerd, waar jullie de proeven in afleggen. De eerste twee zijn voor iedereen hetzelfde, maar de laatste laat je ergste angst zien. Als jullie dit halen, kunnen jullie jezelf een echte ridder noemen!'
Iedereen gaat voor een tunnel staan. Als het startsein klinkt, lopen ze allemaal de tunnels in.

(Hier wordt niet verteld over de eerste twee proeven, die zijn namelijk maar al te bekend. We gaan meteen vertellen over wat Acacia overkwam tijdens de laatste proef.)

Na haar zwaard te hebben verloren in de tweede proef, gaat Acacia met gezakte moed verder. Ze stapt stevig door, haar armen zitten onder de wonden.
Eindelijk komt ze uit in... een dorp? Dat kan niet, de laatste proef is nog niet eens geweest.
Opeens komen er mensen uit het dorp op haar af lopen, en ze herkent ze allemaal. En allemaal kijken ze... teleurgesteld?
'Acacia!' Klinkt het opeens, bulderend hard.
Acacia schrikt, wilt haar zwaard pakken, maar beseft dan dat het zwaard niet meer langs haar zij hangt.
Dan komt er iemand uit de schaduw stappen. Acacia ziet dat het haar broertje is.
'Aaron! Wat is er aan de hand?' vraagt ze, maar hij ziet er kil uit. Niet als de vrolijke jongen die hij altijd is.
'Tijdens jouw examen is ons eiland aangevallen, en jij was er niet om ons te helpen. En al zou je er wel zijn geweest, dan had je ons toch nog teleurgesteld!' zegt Aaron.
Acacia loopt naar hem toe, kan het niet geloven, maar zodra ze zijn schouder wilt pakken, loopt hij weg.
'Aaron?' vraagt ze smekend, en ze zakt op haar knieën, tranen in haar ogen.
'Je bent vogelvrij verklaart, Acacia, en je hoort niet langer bij de familie.'
Acacia sluit haar ogen, tranen stromen nu over haar wangen, ze voelt zich vreselijk. Langzaam verdwijnt het hele dorp, en komt er een ruimte tevoorschijn. Als Acacia niks meer hoort, opent ze haar ogen, ziet de ruimte en ziet de uitgang. Snel staat ze op en mompelt: 'Natuurlijk, dit is de laatste proef.'
Ze loopt naar de uitgang, waar de zon in haar ogen schijnt. De rest van de leerlingen zijn nog bezig met de proeven.
'Goed gedaan, Acacia,' hoort ze iemand zeggen. Als ze zich omdraait, ziet ze dat haar vader vlakbij staat. Ze rent op hem af, pakt hem stevig vast, terwijl de tranen over haar wangen stromen.
'Sorry, pap,' snikt ze. 'Ik ben Gif kwijtgeraakt, en in mijn laatste proef werd duidelijk dat ik bang ben om jullie teleur te stellen!'
'Je bent Gif niet kwijtgeraakt, dat hoort bij de proef. Iedereen raakt zijn wapens daar kwijt, en jij dus ook.' Dan ziet Acacia dat Gif weer in de zwaardschede van haar vader zit.
'Maar hoe...'
'Ik heb hem opgehaald. Kom op, je bent geslaagd. Lach eens even, meisje. Ik ben trots op je, en ik weet zeker dat je moeder dat ook is.'

Reacties (2)

  • artinandwritin

    Bedankt

    4 jaar geleden
  • Allmilla

    Oef, ze heeft het gehaald...:)

    Ik vind het verhaal goed zoals het is hoor...

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen