Waah! Arya is ontvoerd! Ik kan het zelf ook niet geloven, terwijl ik dit heb geschreven!

Spica en Saturno zitten allebei nog even in de Ridderzaal. Ze zijn met Regulus, Robinia, Sterkhart en Eridanus nog even aan het napraten over de proeven.
Opeens wordt de deur opengerukt en rent Acacia de zaal in.
'Mam! Pap!' roept ze, totaal van streek, met haar zwaard in de hand. Spica en Saturno staan tegelijkertijd op en lopen naar hun dochter toe.
'Acacia! Wat is er, waarom ben je zo van streek?' vraagt Spica, terwijl ze een hand op haar dochters schouder legt.
Het meisje lijkt zo geschokt dat ze niet kan praten. Als ze uiteindelijk haar stem terug heeft, roept ze meteen: 'Arya is ontvoerd!'
'Weet je dat zeker?' vraagt Saturno. Spica trekt bleek weg.
'Ja! Ik hoorde iemand op de gang, en toen ik ging kijken was er een vreemde gedaante, en die had Arya vast! Ik probeerde haar nog te redden, en dat ging eerst heel goed, maar toen ik hem in een hoek had gedreven sprong hij uit het raam! En hij had Arya nog steeds vast!'
'Nee toch...' mompelt Spica, haar hele gezicht is wit en in haar ogen glinsteren tranen. Het lijkt of ze bijna flauwvalt.
'Weet je wel zeker dat het Arya was? Weet je zeker dat het geen ander kind was?' vraagt Saturno. Hij kan het niet geloven.
'Welk kind zou het moeten zijn? Er zijn geen andere kleine kinderen hier!' zegt Acacia, nog steeds van streek.
Spica buigt haar hoofd, nog steeds vechtend tegen tranen. Dan ziet ze dat de voeten van haar dochter onder het bloed zitten.
'Acacia... wat is er met je voeten aan de hand?' vraagt ze zachtjes.
'Ik ben door het glas gelopen, niet belangrijk,' zegt Acacia. 'Maar kom zelf maar mee als jullie me niet geloven: Arya is echt weg!'
Nog voordat Acacia is uitgesproken, rennen Spica en Saturno al naar hun kamer, waar ook het bedje van Arya staat.
De deur van hun kamer staat open, en het bedje is leeg.
'Ze is er echt niet...' fluistert Spica, de tranen lopen nu echt over haar wangen. Saturno pakt haar vast. 'Niet flauwvallen, kom op. Dat kunnen we er nu niet bij hebben.'
Acacia komt dan strompelend en wel de kamer binnen, waarbij ze een heel bloedspoor van haar voeten achterlaat.
'Ze is echt ontvoerd, zie je? En ik heb de dader niet tegen kunnen houden...' mompelt ze.
'Dat maakt niets uit, je kwam er gewoon te laat bij. Jij kon er niks aan doen,' zegt Spica door de tranen heen.
Dan komen opeens Aaron, Adelaide en Cassi binnen. Ze zijn wakker geschrokken.
Als Cassi de bebloede voeten van haar zus ziet, loopt ze naar haar toe en vraagt: 'Wat is er gebeurt?'
Acacia legt het even uit aan haar zussen en broer.
'Wie heeft Arya dan meegenomen?' vraagt Cassi.
'Dat weet ik niet. Hoe moeten we dit nou oplossen?'
'Ik stuur een aantal ridders erachteraan. En Acacia, jij gaat nu naar de verpleegsters,' zegt Saturno.
'Maar pap, ik kan helpen! Ik heb de gedaante gezien, ik ben een ridder en ik heb een blauwe draak! Ik kan haar vinden!' roept Acacia.
'En je bent gewond, je bent pas net afgestudeerd en je bent mijn dochter. Als jouw en Arya beiden wat overkomt, dat zouden we ons nooit vergeven. Laat het over aan anderen, voor een keer, oké?'
'Dus... jullie vertrouwen er niet op dat dit me lukt?' zegt Acacia bijna onhoorbaar. En voordat iemand kan antwoorden, rent ze de kamer uit, nog steeds bloedsporen achterlatend.
'Dat was hard, pap,' zegt Aaron.

Reacties (1)

  • Allmilla

    Ik snap Saturno wel, hij is bezorgd om zijn kinderen...:S

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen