‘Meiden, onze techneut hier wil graag het woord.’ De beide jongens kijken me even allebei een tikje geïrriteerd aan, maar richten dan hun aandacht op de schriele jongen. ‘We luisteren, oh grote heer. Vertel ons je ontdekking.’ Heel even trekt de jongen zijn wenkbrauwen naar me op, voordat hij aan een verhaal begint, dat erop neerkomt dat de lift niet werkt.

      ‘Dat betekent?’ Florian kijkt de jongen met een opgetrokken wenkbrauw aan.
      ‘Dat het te druk is om nu weg te gaan en dat we hier vastzitten met de regen.’ De stem van de jongen uit 3 klinkt niet eens een beetje geïrriteerd, hoogstens een tikje wijs. Onderwijl maakt hij met zijn natte shirt zijn bril schoon. Zijn ongetwijfelde hoge intelligentie van alles dat niet met de Hongerspelen te maken heeft, zou hem in zijn eigen district vast erg handig van pas komen. Hier vraag ik me echter af of hij de in de voetsporen van Erica, of Laura gaat treden. Ik geef hem minder dan vierentwintig uur.
Florians blik valt heel even op mij, voordat hij plotseling in beweging komt.
      ‘Oh nee! Help! We zitten vast op het dak!” schreeuwt de jongen haastig. Met een ruk springt hij op van de bank waar hij op zat, en begint hij dramatisch rond te rennen, met zijn armen dramatisch in de lucht. ‘Snel we moeten wat verzinnen, voor Aderyn smelt!’ Hij komt bij Alex en mij tot stilstand, terwijl er een grote grijns op zijn gezicht doorbreekt. De jongen vindt zichzelf waarschijnlijk zeer grappig, en de drang om hem te slaan groeit met de seconde. Mijn sarcastische antwoord komt automatisch, terwijl ik Florian aanstaar. Die op dat moment zijn arm broederlijk om Alex’ schouders slaat en hem breed toe glimlacht.
      ‘Ach, niet zo aanstellen joh! Of wil je zeggen dat jij van suiker bent?’ Hij grinnikt even, terwijl hij Alex plagend in zijn zij port.
      ‘De regen boeit me niet,’ Alex klinkt geïrriteerder dan ik hem ooit gehoord heb. ‘Het is dat ik vast zit met haar!’ Met een onbewogen gezicht staar ik hem aan, waarna ik mijn aandacht op Florian vestig.
      ‘Ik ben wel gevleid dat je aan me denkt, Florian.’ Mijn reactie op zijn overdreven scène is misschien een tikje aan de late kant. Florian kijkt verstoord mijn richting op. Zijn blik glijdt echter naar mijn lichaam, in plaats dat hij me recht aankijkt. Terwijl ik hem wel in zijn ogen aan blijf staren, realiseer ik me ineens dat ik een best wel wit shirt draag, dat momenteel best wel heel nat is.
      De kleine- grote etterbak.
      Met een rood gezicht wendt hij zijn blik af.
      ‘Natuurlijk denk ik aan je. Alex en ik hebben toch een doelwit nodig in de Arena?’ Niet slaan, Aderyn. Laat de jongen zijn, hij krijgt echt zijn verdiende loon nog wel. Je hebt geen zin om dit weer helemaal uit te leggen. Hij fluistert iets dat ik niet kan verstaan in Alex’ oor, die daar weer fluisterend op antwoordt. Met een groeiend wantrouwen kijk ik naar de twee, tot Florian zijn stem verheft en naar de jongen uit 3 schreeuwt.
      ‘Parveen, grote vriend!’ Parveen, dat was zijn volledige naam. Met Par zat ik zelfs nog aardig in de buurt. ‘Vertel Aderyn eens even wat voor een prachtig fenomeen de regen is. Hoe dat werkt.’ Mijn wenkbrauwen zakken meteen naar beneden, terwijl ik een giftige blik naar Florian zend. Het is gewoon niet in balans hier, met twee pestkoppen en iemand die niets van mensen begrijpt.
      ‘Par.’ Zonder erbij na te denken kort ik zijn naam weer af. ‘Denk er niet eens aan om daadwerkelijk te beginnen.’ Parveen geeft me even een onnozele blik, waarna hij op een saaie toon toch begint over het verdampen van water. Hij kapt zichzelf echter af als mijn woorden tot hem door lijken te dringen, en ik hem giftig aan blijf staren. Rechts van me merk ik dat het Florian moeite kost zijn lachen in te houden.
      ‘Interessant, interessant. Wat gebeurt er met die wolken?’ De idioot doet het erom. De broederlijke grijns die Florian op zijn gezicht heeft zou ik er het liefst af slaan, maar buiten het feit dat ik waarschijnlijk niet eens werkelijk schade aan zou richten, ben ik dan ook weer binnen het bereik van zíjn armen en de kans dat hij veel harder slaat dan ik is zeer reëel. Florian lijkt zich van geen kwaad bewust, en wekt de indruk zich ontzettend te amuseren.
      ‘Florian is zo te horen wel erg geïnteresseerd. Ga hem maar vervelen of houd je mond gewoon.’
      ‘Tut, tut, tut toch, Aderyn. Niet zo gemeen tegen Parveen, hij doet zijn best. Ga door met vertellen!’ Aanmoedigend kijkt hij de techneut aan.
      ‘Die wolken-’
      ‘Par.’ Omringt door de grootste idioten die de Spelen ooit gekend heeft, die allemaal erop gebrand lijken te zijn om het bloed onder mijn nagels vandaan te halen, lukt het me werkelijk niet meer mijn emoties voor de anderen te verbergen. ‘Houd. Je. Mond.’ Ik geloof niet dat ik ooit bozer heb geklonken, maar de situatie vergt veel van mijn geduld, wat ik er niet voor over heb.
      ‘Nou, dat is ook niet aardig Adey. Zo houd je geen vrienden over.’ De glimlach vol leedvermaak staat nog op Florians gezicht, voordat Alex de woorden uitspreekt. Florians bijna trotse reactie, hoor ik niet eens. De klap die ik Ales geef, is eigenlijk veel harder dan dat hij zou moeten zijn, maar lucht wel op. Alex is toch veel te zwak om iets terug te doen. En in plaats dat Alex Florian een high-five geeft, geef ik de tik tegen Florians hand.
      ‘Parveen doet die lift het al?’ De tribuut uit 9 laat het onderwerp eindelijk met rust, terwijl er even een vlaag van irritatie over zijn gezicht getrokken had. Parveen loopt gehaast naar de lift, en duwt nogmaals op het knopje. De deuren schuiven deze keer wel open, hoewel met een tikje vertraging.
      ‘Kijk eens aan. Wel, dat is een mooie timing.’ Florian volgt Alex op een sukkelig drafje door de regen naar de lift. ‘Doen we wie er als eerst op zijn eigen verdieping is? Oh wacht! Dat ben ik!’ Ik besluit er maar niet op te reageren, en volg de jongens langzaam naar de lift. Als ze met zijn allen gezellig binnen staan, duw ik op het knopje dat de deuren doet sluiten, zonder zelf in de lift te stappen.
      ‘Dag hoor.’ Eindelijk verlost.
      ‘Dag Adey!’ Ik grijns naar Florian, zonder een poging te doen hem te slaan, hoewel hij het niet lijkt te zien, wat best jammer is. Florian is een uitzondering, gewoon om hem te pesten.
Pas als de deuren al vijf seconden dicht zijn, ontspan ik mijn spieren, waarvan ik niet eens gemerkt had dat ik ze aangespannen had. Hoewel de regen nog steeds onophoudelijk neerklettert, is de lucht warm en zelfs een beetje vies. Dat mijn kleren volkomen doorweekt worden maakt me niet uit, als ik maar even alleen kan zijn.
Met een zucht laat ik me op de grond zakken. Ik ben toch al zeiknat, denk ik bij mezelf, terwijl ik ga liggen op de natte stenen. De dikke druppels glijden van mijn gezicht af. In het midden van de storm ben ik eindelijk even alleen.
      Florian. Ik ga je vermoorden.
Mijn woede en irritatie verdwijnen langzamerhand, maken plaats voor de emotie waar ik in de discussie geen tijd voor had.
Angst.
Ik had geen controle over het gesprek. Ik knijp mijn ogen stevig dicht, terwijl ik het verlammende gevoel probeer te onderdrukken. Het lukt niet. Des te sneller kruipt de duizelingwekkende angst over me heen, als honderden kleine speldenprikjes. Ik trek mijn knieën op en probeer niet te snikken. Het was helemaal niet zo erg. Heb jezelf verdorie nou eens in de hand.
      Het helpt niet.
      Ik mag geen geluid maken.

Wie vinden jullie tot nu toe het leukste personage? ^^

Reacties (2)

  • Samanthablaze

    Ik durf niet te antwoorden op die vraag(cat)
    Antwoord klinkt wat egoïstisch denk ik(A)

    Same

    4 jaar geleden
  • Slughorn

    Ik durf niet te antwoorden op die vraag(cat)
    Antwoord klinkt wat egoïstisch denk ik(A)

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen