Ik sta voor de zoveelste keer bij gym, een half uur te vroeg. Samen met mijn vriendin, Manon. Sinds ik op de middelbare zit, is zij ongeveer de enigste die begrijpt hoe ik denk. Best logisch, ze is hartstikke slim. Net zoals ik denkt zij in fantasie, we zouden maar wat graag tussen dimensies af willen reizen en zo onze fantasie waarmaken, maar dat is onmogelijk. Maar, we waren bij gym. We waren weer aan het fantaseren toen de gymmeester eraan kwam en de deur openmaakte. Even later zijn we in de gymles en we doen trefbal. Ik krijg een bal tegen mijn hoofd, dat gebeurt wel vaker. Dan voel ik me ineens misselijk, moe en duizelig tegelijk. De gymmeester zegt dat ik even moet gaan zitten, dus dat doe ik.

Als ik thuis ben, ga ik naar boven. Ik ga op bed zitten en val ineens in slaap. Ik voel een druk op me, alsof ik val. Ik schrik wakker en zie iets heel anders dan mijn kamer…



Ik schrik wakker en zie een zee. Ik lig op een strand, maar daarachter, ligt een bos. Het is een vreemde omgeving, iets wat je in onze wereld niet kan vinden. Ik zie in het zand, een armband liggen. Ik doe hem om.Ik loop naar het water, het is helder en schoon. Dan duikt er iets omhoog, ik zie een gezicht, het gezicht van een meisje. Ze kijkt me aan en vraagt dan wie ik ben. Ik vertel haar dat ik Elise heet. Dan zie ik iets, door het heldere water heen. Het meisje heeft een vissenstaart. Verbaasd vraag ik, ben jij een zeemeermin? en ze antwoord gewoon heel normaal, ja. Ze vertelt dat ze al haar hele leven zo is, net zoals haar ouders, ook vertelt ze haar naam, dat is Alaya. Dan komen er twee andere, een beetje vreemde, figuren aanlopen, vanuit het bos. Het zijn een jongen en een meisje. Het meisje heeft een pijl en boog, de jongen draagt een zwaard. Hi, zegt het meisje, ik heet Ostrya. De jongen is iets minder vriendelijk, hij valt mij aan met zijn zwaard. Zeg op, schreeuwt hij, wat wil je, waar kom je vandaan. Rustig, zegt Ostrya, zie je niet dat Alaya met haar praat, je weet dat ze gedachten kan lezen. Oh ja, natuurlijk, zegt de jongen, sorry, ik dacht dat je een verduisterde elf in vermomming was. Verduisterde elf? hoezo? Omdat ik je niet ken en hier komt nooit een vreemdeling. Oh, oké, maar hoe zit dat met die verduisterde elf, wat is dat? Hetzelfde als wat wij zijn, zegt Ostrya, maar dan verduisterd en slecht. Oh, ik bedenk me net, je weet mijn naam nog niet, zegt de jongen, ik ben Sorbus. Ik en mijn zus zijn Boselfen. Gaaf, zeg ik, maar ik dacht dat elven niet bestonden. Ik weet niet waar jij vandaan komt, maar hier bestaan ze wel, zegt Alaya. Als je hier niet vandaan komt, kom je hier ook niet weg, want er is hier geen uitweg, zeggen de elven. Dus vertellen wij je een verhaal, want dat is iets wat je in deze wereld moet weten.

Wij komen niet allemaal uit dit land, het behoorde tot de elven en ook alleen de elven woonden hier. Tot er ineens een vloedgolf, een aardbeving en een tornado aankwamen, vertelde Ostrya. In die vloedgolf, zaten wij, de zeemeerminnen en alle zeewezens, zei Alaya. Door de aardbeving ontstond een scheur, waar aardmannen en andere wezens die in de grond leven uit kwamen. In de tornado kwamen allemaal lucht wezens, zoals draken en lucht mensen, vertelde Sorbus. Door de aardbeving ontstond ook een vulkaan, waar allemaal verduisterde elven uit kwamen. Ze bleven op de rand van de krater staan en toen kwam er iemand naar buiten, een heks. We hadden nog nooit eentje gezien maar wel over gehoord. Ze riep dat iedereen in dit “vervloekte” land moest blijven. De zeemeerminnen probeerden het wel, maar ze verdwenen vlak achter de grens. We weten niet waar ze gebleven zijn. Maar lang geleden werd dit voorspeld, iedereen dacht dat het een legende was en geloofde het niet. In de voorspelling stond dat het land zou veranderen, maar dat er iemand zou komen, die de kracht had om weg te gaan, omdat hij of zij de wereld heeft gemaakt, met fantasie. Ook zou die persoon de volken verenigen, de heks verslaan, maar ook de grens verheffen.

Dus, als ik het begrijp, zeg ik, kan ik hier niet weg, tenzij ik die machtige persoon ben. Precies, zei Ostrya. Maar nadat ze dat had gezegd, werd het zwart.
Alaya, Ostrya en Sorbus waren verbaasd, ik was weg. Ondertussen werd ik wakker. Manon zat naast mijn bed en keek me aan. Ik schrik, om mijn pols zat een armband, dezelfde die in het zand lag op het strand. Elise, was je vergeten dat we samen huiswerk zouden gaan maken? vroeg ze lachend. Eh, ja, dat was ik vergeten. ondertussen kijk ik op mijn wekker, er is geen minuut voorbij gegaan. Manon lacht. kom, zei ze, we moeten nog: wiskunde, maatschappij, Engels, Nederlands, natuur, Frans en Duits maken.

Toen we klaar waren, besloot ik om te vertellen waar ik was geweest. Ik vertelde het verhaal en Manon bleef me rustig aankijken, terwijl ik een beetje verward was. Rustig zei Manon lachend, het was vast een droom. Nee, zei ik, dromen laten geen armbanden achter. Ik laat de armband zien. Manon keek verbaasd naar de steen, zoals ik al zei, ze is een studiebol, die armband komt dus uit dat land? Ja zeg ik, geloof je me niet? Nu juist wel, die steen, die komt niet voor op aarde. Serieus? Vraag ik, hoe weet je dat? Wel, ik heb een boek, waar je alle steensoorten op aarde kunt bekijken, van rotsen tot edelstenen. Toevallig heb ik het boek net in mijn tas zitten. Ze opende het boek en ging naar de categorie blauwe stenen. Daar bekeken we alle stenen die er waren, maar geen een leek op die van de armband. Manon vroeg wat er precies gebeurt was voordat ik erheen ging. Ik vertelde dat ik naar boven ging, op mijn bed ging zitten en toen ineens in slaap viel. Voelde je nog iets in je slaap? vroeg Manon. Ja zei ik, alsof ik viel, en toen ik wakker schrok lag ik dus op dat strand.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen