De dag erna gingen we weer naar school, we wilden erover praten maar dat kon niet, mensen zouden ons voor gek verklaren. Maar in de pauze gingen we naar het bos, waar we in alle rust, bovenin een boom, konden praten. ik vertelde nog een keer precies wat er gebeurde en Manon luisterde en probeerde te bedenken wat er allemaal logisch aan zou kunnen zijn. Toen bedacht ze zich iets, als ik weg kon, dan was ik misschien de redder. ik schrok van dat idee. ik, de redder? dat was toch onmogelijk, ik hoorde daar niet eens. stiekem dacht ik dat het wel gaaf zou zijn, maar het kan toch niet? Manon ziet dat ik schrik en zegt: “Ik snap dat je schrikt, maar je bent de enigste die daar weg is gekomen. ik zuchtte en hoopte dat ik terug kon keren om uitleg te vragen. Na een maand zitten we alweer in de boom, ik zie dat mensen van onze school ons raar vinden, omdat we in onze fantasie duiken en praten over boselfen en zeemeerminnen. Toen de pauze bijna over was, klommen we uit de boom. Dan zie ik iets vliegen en in de boom neerstrijken, ik zie nog steeds het silhouet. Ik zeg het tegen Manon en wijs het aan. Zij ziet het niet en vraagt wat ik bedoel. Ik zucht en zeg dat ik de boom in ga klimmen. Als ik boven ben, staat Manon nog steeds beneden. Ze kijkt me verbaasd aan als ik tegen lucht begin te praten. Wat er gebeurde, Ik klom in de boom, en zag een feniks zitten. Het begint te spreken. “Jij kan mij zien en horen? Dan moet ik jou hebben. Ik hoorde wat er is gebeurd op het strand, ik kom je vertellen dat je weer terug kan en moet komen. We moeten de heks verslaan en de volkeren terug naar hun eigen land sturen.” maar hoe, vraag ik, hoe moet ik terug? De feniks lachte en zei: “het land is geschapen lang voor jouw fantasie bestond, maar zonder zou het niet bestaan. duik in je fantasie en je bent er weer.” Hij vloog weer weg. Ik schrik, wat bedoelde hij, wat is er met mijn fantasie? Ik klim naar beneden en vertel Manon wat er is gebeurd. Zij vindt het ook vreemd, maar we moeten echt gaan, naar Nederlands. Tijdens Nederlands moeten we in tweetallen een verhaal schrijven, met een onderwerp naar keuze. Ik kies Manon en we mogen ergens anders zitten, waar het minder druk is. We spreken af om eerst wezens te bedenken om daarna een fantasie verhaal te schrijven. Terwijl we wezens verzinnen, merken we dat we ons vreemd voelen en ineens vallen we met onze hoofden op tafel, maar we merken het niet. We zien onze school niet, maar wel een soort van universum, ik schrik, dit zag ik ook aan het begin van mijn droom, maar nu zweeft Manon naast me. Zij ziet het ook en lacht, het was geweldig. Toen kwamen we neer op een soort van grond, ik herkende het, het was het strand waar ik al eerder was. Ik sta op en ren naar de zee, in de hoop Alaya weer te zien. Maar nee, ik zie haar niet. Manon komt naast me staan en vraagt: “waar kijken we naar?” Ik draai me om naar het bos en zeg: “ik kijk of ik bekenden zie, maar ik zie ze niet.” oh, jammer, zegt Manon, wat doen we nu? We gaan ze zoeken, alleen dan kunnen we om meer uitleg vragen. Gaan we het bos in? Vraagt Manon, dan verdwalen we toch? Nee hoor, het is hier vol met wezens die ons vast wel willen helpen. We moeten alleen uitkijken voor verduisterde elfen of zo, vorige keer toen ik hier was, dacht Sorbus dat ik een verduisterde elf in vermomming was en hij viel me aan. Oh, oke, zei Manon, maar wat zullen ze dan van mij denken? Dat weet ik niet, maar ze zullen je vast niks doen, daar zorg ik wel voor. oke, zei Manon, dan gaan we. We liepen het bos in en zagen uiteindelijk een soort rookpluim. We lopen er naar toe en zien een soort bijeenkomst. We zagen heel wat elfen waarvan één in het zilver, we zagen een zeemeerman, een feniks, een eenhoorn en nog veel meer wezens. Ook zagen we een fee. De fee zag ons en sprak: “wie zijn jullie en wat doen jullie hier?” Wij antwoordden beleefd, wij zijn mensen die hier gekomen zijn door de fantasie, een feniks kwam naar onze wereld en sprak tegen mij. De feniks in de ruimte zei dat het waar was, hij was de feniks die mij had aangesproken. Later werd duidelijk dat dat moest van de fee. Oke, dan is het goed, sprak de fee, ik ben Hialé, de hoofd-fee en leidster van de wereld Neachora. Wie hebben jullie ontmoet tijdens de vorige, korte, keer dat jullie hier waren? Wij waren hier niet, alleen ik, vertelde ik, ik heb Sorbus, Ostrya en Alaya ontmoet. Laat ze naar het paleis komen, sprak de fee, en jullie gaan met mij mee. We liepen achter Hialé aan en kwamen in het paleis. Hialé ging ons voor naar een kamer waar twee bedden en een kast stonden. In de kast vinden jullie kleding die in deze wereld past. Zo meteen komen jullie vrienden en de leider van de eenhoorns, Sammy, hier aan. We zullen op jullie wachten in de troonzaal, die vind je als je de grote trap afloopt en dan door de hal naar de 2 grote deuren. Dank u wel, antwoordden wij, we zullen er zo zijn. Toen we in de troonzaal kwamen, zagen we onze vrienden, Sammy en Hialé staan. Alaya zat in een soort aquarium op wielen en Sorbus en Ostrya duwden het. Ostrya kwam meteen naar me toe rennen en omhelsde me, Sorbus rende naar Manon en hield, net zoals hij bij mij had gedaan, zijn zwaard op haar keel. Ik duw hem weg en zeg: “ rustig, dit is mijn vriendin, Manon, zij komt ook van aarde en kan dus geen verduisterde elf zijn.” Oh, antwoordde Sorbus, sorry. Manon antwoorde, geeft niks, ik snap het, ik ben alleen wel heel benieuwd naar dit land. Wij zullen jullie alles uitleggen, antwoordde Sammy, nu wil ik alleen iets laten zien. Hij tikte met zijn hoorn op de grond en er verscheen een soort licht waarin woorden te voorschijn kwamen.

De wereld is niet verloren
Als de heks toe zal slaan
wanneer er een mens komt
zal zij de vloek verbreken
met haar fantasie.


Dit was de eerste voorspelling, hij gaat waarschijnlijk over Elise, want zij is de eerste mens hier ooit. Maar, een dag geleden, voor jullie een week, kwam deze voorspelling.


De mens is langs geweest
En komt weer terug
Om haar taak te volbrengen
Er komt een 2e mee
Met evenveel fantasie
Om te helpen
De vloek te verbreken


Deze gaat waarschijnlijk over jullie beiden. Dat wat jullie net zagen, in de vergaderzaal, was een bijeenkomst van alle leiders van iedere stam. Ik wilde ze waarschuwen en dit laten zien, maar daarna kwamen jullie aan. Hij wendde zich naar Manon, jij bent de 2e, jij gaat helpen. Hoe, vroeg Manon, Hoe kan ik nou weer helpen? Door je fantasie je te laten leiden, jullie allebei. Oke, zei Manon, maar als ik het goed begrijp, jullie tijd gaat dus heel anders dan bij ons? Je zei dat die voorspelling voor ons een week en voor jullie een dag geleden is gekomen. Dat klopt, zei Hialé, voor ons gaat tijd heel anders. Iedereen schrok, de koningin had zich stil gehouden, waardoor ze haar waren vergeten

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen