POV Liv

"Kom op kom op jullie komen nog te laat." zegt Molly als we bij het station zijn. "Mam het komt wel goed hoor." zegt voor de verandering Ron een keer. "Ja even een vraagje." zeg ik. De Wemels Harry en Hermelien kijken me vragend aan. "Hoe moeten we in vredesnaam naar station 3/4." zeg ik hopeloos. Harry kijkt me grijnzend aan en zegt: "Je moet door de muur heen tussen perron 9 en 10." Met open mond staar ik hem aan. "Nou kom mond dicht je vangt nog vliegen." zegt de roodharige tweeling. Ik grinnik. Één voor één gaan we door de muur. Als ik er ook door ben kijk ik in het rond. Overal staan Heksen en Tovenaars. "Kom je." vraagt Fred. Ik geef Molly en Arthur een knuffel en loop achter de tweeling de trein in. "Waar ga je zitten Liv." vraagt Harry. "Bij jullie?" ik kijk ze vragend aan. Ze knikken en ik volg ze naar een lege coupé.

"Dus is er nog iets wat ik moet weten." vraag ik als we in de coupé zitten. "Weet je alles al over de afdelingen en zo." vraagt Hermelien. "Ja ik denk dat ik in Zwadderich kom." zeg ik aarzelend. "Nee joh je lijkt niet eens op een Zwadderaar." zegt Hermelien verontwaardigd. "Nou." zegt Ron. "RON dat helpt niet echt eh." zegt Hermelien boos. "Nee Ron heeft gelijk mijn vader zat in Zwadderich en mijn moeder is hoogst waarschijnlijk dood." zeg ik verdrietig. "Sorry." zegt Ron zachtjes ik knik begrijpend. Oké even een korte uitleg niemand weet wie mijn vader is alleen dat hij in Zwadderich heeft gezeten van mijn moeder weet ik dat ze in Ravenklauw zat. "Het is niet erg." mompel ik terwijl ik uit het raam staar. "Je moet weten dat we gewoon vrienden blijven maak niet uit in welke afdeling je zit." zegt Harry troostend. "Dankje Harry." zeg ik glimlachend. Hij moest eens weten wie mijn familie is denk ik bij mezelf. "Goed en wat je verder nog moet weten." gaat Hermelien ongestoord verder. "Ja?" zeg ik half vragend. "Je moet oppassen voor Draco Malfidus zijn familie hoort bij Je Weet Wel." zegt ze fluisternd. "Dus Draco Malfidus." zeg ik denk net iets te hard. "Wie zei mijn naam." vraagt een jongen met wit/blond haar die geïrriteerd in de deur opening van de coupé staat. "Sorry." mompel ik. Ik bekijk hem goed. Ik kijk naar zijn perfect wit/blonde haar en zijn grijze ogen hij is eigenlijk best knap. STOP Liv denk ik bij mezelf je kan hem niet leuk gaan vinden. "Dus wie ben je je bent nieuw en zo te zien geen eerste jaars" zegt hij. Dan neem ik een besluit. "Ik ben Liv Wemel." zeg ik dan terwijl ik hem uitdagend aankijk. "Aangenaam Draco Malfidus." hij steekt zijn hand uit die ik niet aan neem. "Dus Draco Zwadderich he." zeg ik terwijl ik zijn badge (Hoe noem je dat?) op zijn gewaad bekijk. "Ja en waar kom jij in." vraagt hij. "Geen idee." zeg ik. "Ga weg Malfidus." zegt Ron opeens. Ik rol met mijn ogen en zeg: "Nou mijn o zo lieve broertje heeft besloten dat je mag gaan." "Ook al zo'n bloedverrader he." zegt Draco met opgetrokken wenkbrauwen. "Wie zegt dat ik een volbloed ben." zeg ik terwijl ik hem de deur uitwerk. Zuchten laat ik me weer op de bank vallen. "Tot zo ver Malfidus." mompel ik. Harry en Ron schieten in de lach terwijl Hermelien me bestraffend aankijkt. Onschuldig kijk ik haar aan. Ze schud haar hoofd en duikt in een boek.

"Eerste jaars hier heen." roept een enorme man. "Waar moet ik heen meneer." vraag ik beleefd. "Je mag mee met de koetsen." zegt de man. "En o ja noem me maar gewoon Hagrid." roept hij me nog na als ik ook naar de koetsen loop.

"Dit jaar krijgen we een nieuwe leerlinge Liv Wemel." Roept Perkamentus als de eerste jaar zijn ingedeeld. Ik loop naar voren en ga op de kruk zitten meteen krijg ik de hoed op mijn hoofd geduwd. "Goed." hoor ik een stem in mijn hoof zeggen. "Een Riddle he eens kijken je bent erg Dapper maar net als je Vader erg Sluw dus je zou ook je moeder kunnen opvolgen in Ravenklauw. Ahahah ik heb een keuze gemaakt je gaat één van je ouders opvolgen." Zegt hij weer in mijn hoofd. "Het wordt Zwadderich." roept hij hard door de zaal heen. Ik sla mijn ogen neer en sta op. Perkamentus kijkt me bezorgd aan net als de tweeling. Ik knik even naar alle drie dat het wel goed komt. Ik loop naar de tafel van Zwadderich en ga aan het uiteinde zitten ver weg van de rest. Perkamentus zegt nog een paar worden en staat dan op om vervolgens naar mij toe te lopen. "Kom even mee." fluistert hij in mijn oor. Ik knik en loop achter hem aan.

"Dus je zit in Zwadderich." zegt Perkamentus in zijn kantoor. "Ja helaas wel." mompel ik. "Liv we weten allebei dat de kans groot was dat je in Zwadderich kwam he." zeg Perkamentus weer Serieus. "Ja maar het is gewoon niet zo fijn en als mijn vader hoort dat ik hier op school zit." zeg ik zuchtend. "Het komt wel goed oké en als hij het hoort dan komt het goed." zegt hij weer geruststellend. "Hoe weet u dat nou zo zeker." "Liv er zijn dingen die je nog over jezelf moet gaan ontdekken. Je weet dat je krachten al sterker zijn. Je bent een sisseltong Voldemort zijn dochter. Maar er is meer dat kan ik je alleen niet vertellen dat moet je zelf ontdekken." ik knik en begrijp dat hiermee het gesprek is afgelopen. Ik knik nog even vriendelijk en loop weer naar buiten. Ik realiseer me dan opeens dat ik de weg naar de kelder helemaal niet weet. "Wat doe jij hier nou." hoor ik een stem opeens achter me.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen