Na een paar weken vliegen, rusten en weer vliegen komen Acacia en Avon eindelijk aan op een plek die zo van een slechterik zou kunnen zijn.
En Avon gaat zich op het moment dat ze er aankomen raar gedragen.
'Misschien is het hier niet, wie zou hier nou kunnen leven!' zegt hij.
'Dat zei je ook toen met die herberg.'
'Maar nu weet ik het zeker!'
Acacia schudt lachend haar hoofd en trekt Avon uit het zadel.
Opeens komt er mist tevoorschijn, samen met een aantal stemmen.
'Daar is hij weer, de prins van het rijk, de zoon van onze baas...'
'Avon, wat is dit?' vraagt Acacia. 'Weet jij dit? Want er is hier niemand, behalve wij... en prins kan alleen maar op jouw slaan...'
Avon slikt even en zegt dan: 'Acacia, beloof je dat je me niet gaat haten om wat ik nu ga doen?'
'Wat...'
Avon loopt naar voren en roept: 'Ja, jullie prins is terug. Is mijn vader hier ook?'
Een bulderende stem komt boven kindergehuil uit, en een grote gedaante stapt uit de mist.
'Vader,' zegt Avon.
Acacia kijkt naar de man, die uit de mist komt lopen. Op zijn arm ligt een wit dekentje, waar overduidelijk iets in ligt. Maar de cape van die man... Acacia weet het niet zeker, maar...
'Zoon, wat doe jij hier? Ik dacht dat ik je op pad had gestuurd om dat meisje te...' En dan ziet hij Acacia. Hij grijnst en loopt naar haar toe. 'Het is je dus gelukt, Avondir. Dat had ik nou nooit van jouw verwacht...'
De man pakt Acacia aan haar arm vast, en kijkt haar lang aan.
'Ja, je ziet de gelijkenis...' Hij gooit het meisje op de grond.
'Wie bent u?' vraagt Acacia met een voorgevoel. 'En wat heeft u in uw armen?'
'Ik dacht dat je me wel zou herkennen, al is het tien jaar geleden. Hogezee Junior, aangenaam, Acacia. Wat heb ik lang naar deze ontmoeting uitgekeken...'
Acacia krijgt een schok en denkt terug aan die ene dag in haar leven, waar ze deze man heeft gezien. Hij noemde zichzelf Hogezee... en Avon is zijn zoon.
'Avon, wat is hier aan de hand? Het ene moment ben je nog de jongen zonder ouders en het andere moment...' Ze schudt haar hoofd en roept: 'Ik dacht dat ik je kon vertrouwen, maar dit verandert alles...'
'Nee, Acacia, het is niet wat het lijkt!' roept Avon.
'Wat is het dan wel, volgens jou?' De tranen staan in de ogen van het meisje.
'Ik... ik moest dit doen van hem. Om dezelfde reden dat ik jouw zusje heb ontvoerd...'
Opeens ligt het zwaard van Acacia op zijn keel. 'Zeg op, waar is ze!' vraagt ze met een meedogenloze blik in haar ogen.
'Ze is hier, bij mij.'
Hogezee haalt het dekentje aan de kant, en daar ligt de kleine Arya rustig te slapen.
'Geef haar hier!' roept Acacia, ze rent naar Hogezee toe.
Op dat moment landt er een blauwe draak naast Nidilia.
Spica en Saturno springen uit het zadel.

Reacties (1)

  • Allmilla

    Ah nee hé... waarom stop je nu hier? Ik wil het vervolg weten!xD

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen