Het is nog donker buiten als ik gerommel hoor in de kamer naast mij. Ik lig in bed en ik heb vannacht bijna geen oog dicht gedaan. Het was ook allemaal zo hectisch verlopen. Jonathan ging samen met Roland naar het Duisterdal om de vader van Celementia te gaan zoeken. Ze zouden vroeg vertrekken. Jonathan is momenteel zijn spullen aan het inpakken. Ik besluit ook maar op te staan. Slapen gaat nu toch niet meer lukken, daar ben ik veel te nerveus voor. Ik kan me niet eens herinneren dat ik ooit nerveus ben geweest in mijn leven. Alles kwam altijd aanwaaien en ging zo gemakkelijk. Pas in dit tijdperk leer ik hoe bepaalde dingen totaal niet vanzelfsprekend zijn voor de mensen. Er is oorlog, mensen zijn in gevaar, ze hebben geen internet, ze kunnen niet teleporteren en er zijn nog zo veel meer dingen waar deze mensen geen idee van hebben en hoe lastig hoe leven eigenlijk is zonder al die dingen. Toch zijn ze tevreden en kunnen ze overleven. Ik snap überhaupt niet dat ik mij voor ik hier belandde zo druk kon maken om al dat materiële goed. Ik hoor mezelf nog zeggen dat ik de tijdmachine van Landon zo nodig moest testen en het als eerste meisje op de wereld moest hebben. Kijk nu waar mijn hebzucht mij heeft gebracht.
'Joy, ben je al wakker?' vraagt Jonathan aan de andere kant van de deur.
'Ja, ik ben wakker. Momentje, dan kleed ik mij even aan.' antwoord ik.
Snel sta ik op en trek ik een fuchsia jurk aan die Jonathan een tijdje geleden voor mij heeft gekocht. Ik borstel snel mijn haar en loop naar Jonathan toe. Hij is een kleine reiskoffer aan het inpakken en kijkt op zijn lijstje of hij niets vergeet.
'Lukt het allemaal?' vraag ik.
'De meeste spullen zijn ingepakt. Standaard dingen als kleding en een aantal boeken die van pas kunnen komen. Ook heb ik wat wapens ingepakt, zoals lucifers en messen, je weet maar nooit.'
'Ga je het wel overleven met messen en lucifers?' vraag ik bezorgd. 'Je moet iets hebben als een bazooka of een vlammenwerper.'
Jonathan kijkt mij verbaasd aan: 'Zijn dat wapens uit jouw tijd?'
'Ken je dat niet?' vraag ik verbaasd. 'Ach, maakt niet uit. Maar ik denk niet dat je met alle lucifers en messen heel ver gaat komen. Die legermannen van hier hebben toch ook wapens?'
'Natuurlijk hebben zij wapens, maar ik weet niet waar ik die wapens vandaan zou moeten halen.' zucht Jonathan.
'Laat maar zitten, misschien kun je er onderweg wel een paar jatten.' knik ik.' Wat is verder het plan?'
'Roland staat zo te wachten in het warenhuis, maar voordat ik daarheen ga, wil ik eerst nog langs Celementia om alles aan haar uit te leggen. Zij weet ook nog niet dat jullie niet samen nar het Duisterdal gaan om haar vader te zoeken.'
'Denk je wel dat ze open doet? Het is vier uur in de nacht.'
'Het gaat lukken.' zegt Jonathan vastberaden. Hij gaat weer verder met zijn spullen inpakken en zijn lijst checken.
Ik maak ondertussen wat te eten voor Jonathan en Roland. Ze hebben een lange reis voor de boeg en moeten goed eten om op kracht te blijven. Ik heb eigenlijk nog nooit wat te eten gemaakt sinds ik hier ben. Sterker nog, in mijn hele leven heb ik nog nooit zelf mijn eten gemaakt. Robots doen dat voor mij. Ik toets in wat ik lekker vind en het verschijnt op mijn bord. Ideaal vind ik dat, alleen hier moet je alles zelf maken en dat is ook nog eens een groot verschil met mijn tijd. Ik heb wat boterhammen en salade voor de mannen gemaakt en pak dit in.
'Ga je mee Joy? Het is misschien handiger als we samen langs Celementia gaan.' zegt Jonathan als hij klaarstaat met zijn spullen.
Samen verlaten we het huis van Jonathan en lopen we door het donkere Felfonkel richting het huis van Celementia. Ze zal wel verbaasd zijn als ze ons opeens voor de deur ziet staan. We stoppen voor haar grote, witte huis. Ik zie dat Jonathan twijfelt of hij zal aanbellen. Hier gaan we niet op wachten. Zonder na te denken druk ik op de bel. Jonathan kijkt mij geschrokken aan, maar zegt verder niets. We blijven even staan, maar er komt geen antwoord. Ik druk de bel nogmaals in en houd hem langer ingedrukt. Boven mij hoor ik zachtjes een raam open gaan.
'Joy, ben jij dat?' vraagt een bekende stem.
'Ja! Ja! Ik ben het!' roep ik net iets te hard.
Jonathan begint te sissen en doet een stap naar achter. Hij zwaait naar Celementia.
'Jonathan...' zegt ze geschrokken.
'Mogen we even binnenkomen Celementia?' vraagt Jonathan beleefd. 'Ik weet dat dit een gek tijdstip is, maar het is erg belangrijk.'
'Ik kom eraan.' zegt Celementia en ze doet het raam weer dicht.
'Joy, je moet wel stil zijn, straks hoort de buurt ons of nog erger, straks horen de soldaten ons.' zegt Jonathan streng.
'Relax, er is niets gebeurd.' zeg ik schouderophalend.
Het slot gaat van de deur en Celementia doet de deur open: 'Snel, kom binnen! En doe een beetje zachtjes alsjeblieft, anders wordt de huishoudster wakker.'
We gaan met z'n drieën in de zitkamer bij de piano zitten. Celementia kijkt ons bezorgd aan en vraagt wat er aan de hand is.
'Celementia,' begint Jonathan. 'Ik heb van Joy gehoord dat je je vader wil gaan zoeken in het Duisterdal, omdat hij niet meer reageert op je brieven en omdat je je ongerust maakt. Nu lijkt met mijn geen goed idee als jij en Joy naar zo'n gevaarlijke plek gaan. Daarom heb ik besloten dat ik zal gaan en je vader zal gaan zoeken.'
'Dat meen je niet Jonathan.' zegt Celementia zacht. 'Dat kan niet, echt niet. Ik wil jou niet kwijt! Straks kom je niet meer terug en dan heb ik niemand meer.'
'Celementia, luister. Als vrouw kun je je daar helemaal niet redden. Vrouwen worden daar betast, aangerand en als slaven behandeld. Het is daar veel te gevaarlijk. Ik kan beter gaan, zo is er meer kans dat je vader gevonden wordt.'
Celementia is even stil en staart verdrietig naar de grond.
'Zie het zo, wij hoeven onze jurken nu niet vies te maken.' breng ik vrolijk in om het gesprek weer voor te zetten.
Celementia negeert wat ik zei en zegt: 'Maar wat als jij ook niet terugkomt. Jonathan dan kan niet. We moesten gewoon wachten tot vader terugkwam, zodat jij toestemming kon vragen voor ons huwelijk en...'
'Daarom gaan wij hem terughalen. De oorlog met het Duisterdal kan nog jaren duren. Je mist je vader en je mist mij. Dit is de enige oplossing.' zegt Jonathan.
Celementia knikt uiteindelijk, maar zegt niets. Jonathan gaat naast haar zitten en pakt haar hand: 'Het is een hele tijd geleden dat ik weer bij je was mijn liefste, maar besef dat ik dit allemaal voor jou doe. Voor ons. Ik hoop ook dat alles goed is met je vader en dat we hem levend terug kunnen halen naar hier. Ik kan niet machteloos zitten wachten.'
'Wat gebeurt er dan met je winkel?' vraagt Celementia. 'Je kunt toch niet zomaar sluiten?'
'Joy kan de zaak tijdelijk onderhouden tot ik terug ben, dat komt wel goed.'
'Ja, ik ben een ultra goede verkoopster!' prijs ik mezelf.
'Ik moet nu gaan liefste. Ik vlieg met Roland mee naar het Duisterdal. Hij heeft een vliegtuig en moet daar goederen gaan afleveren. Ik zal niet stoppen met zoeken tot ik je vader heb gevonden.' zegt Jonathan dapper.
'Wanneer zie ik je terug?' vraagt Celementia met tranen in haar ogen.
Jonathan is even stil. Hij kijkt mij aan en ik slik ook even. Daar hebben wij natuurlijk geen antwoord op.
'Zo snel mogelijk, liefste.' antwoordt hij uiteindelijk.
Hij staat op en drukt een kus op haar hand. Hij verlaat het huis en ik volg hem. We gaan richting Roland. We hebben geen tijd te verliezen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen