Heeft Acacia echt toverkrachten??

Acacia's handen trillen, ze wordt meegesleurd door Avon.
'Wat gebeurde daar nou?' vraagt haar vader. Hij en Spica zijn vreselijk geschrokken van wat er net is gebeurd, maar ze zijn blij dat Acacia nog leeft.
'Ik... ik weet het echt niet,' mompelt Acacia.
'Je kan toveren!' jubelt Avon.
'Serieus?' vraagt Acacia.
'Ja, je zette een soort schild op je handen!' Avon is super enthousiast.
'Dat... wist ik helemaal niet...'
'Nou, meisje, geloof het maar. We moeten Hogezee nog steeds verslaan!' zegt Spica, trots op haar dochter, verbaasd en op haar hoede.
Hogezee lacht schel: 'En jullie denken dat jullie mijn zwaard kunnen tegenhouden met een tovenares? Hoe schattig...'
'Hogezee, laat mijn gezin én jouw zoon met rust. Laat ons gewoon gaan, dit is geen plek voor kinderen. Je kan altijd bij ons langskomen als je iets nodig hebt,' zegt Spica, nu vastberaden, waarna Saturno eraan toevoegt: 'Je bent vrij om te komen, maar laten we dit conflict opzij zetten!'
'Nooit! Jullie soort heeft mijn vader weggevaagd en mijn zoon afgepakt!'
Acacia stapt op dat moment naar voren, haar handen voor zich in een kommetje gevouwen. Daarin schijnt een klein lichtje.
'En, riddertje, wat denk jij te gaan doen met dat lichtje?' grijnst Hogezee.
'Het licht in jouw hart laten aanwakkeren,' mompelt het meisje, maar haar stem klinkt heel helder, iedereen verstaat het. Het geluid dreunt door.
Acacia loopt zachtjes naar voren, en laat dan het lichtbolletje naar Hogezee toe zweven.
Het lichtje wordt steeds groter, tot het zijn hele lichaam omhult.
Dan is het opeens donker.
Niemand ziet meer wat, totdat Acacia terug komt lopen, met in haar handen het lichtje.
'Acacia... wat heb je gedaan?' vraagt Avon bedeesd.
'Ik heb jouw vader opgesloten in dit lichtje. Zodra zijn hart weer helder is, zal hij eruit kunnen komen. Tenminste, als hij dat wilt.' Ze glimlacht.
'En hoe heb je dat gedaan?'
'Dat weet ik niet. De toverkracht in mij nam het over, denk ik.'
'Het is tenminste goed afgelopen.'
Acacia geeft dan haar beide ouders tegelijkertijd een knuffel.
Avon staat er een beetje verlegen naast.
'Kom op, laten we naar huis gaan. Ons werk hier is klaar,' zegt Acacia. Dan geeft ze Avon het lichtje. 'Avon, ik vertrouw erop dat jij goed voor dit lichtje zorgt. Stel me niet teleur.' Dat laatste met een knipoog.

Reacties (1)

  • Allmilla

    Dat vind ik nu een mooie oplossing...:)

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen