'Daar ben je eindelijk! Ik dacht dat je je had teruggetrokken.' zegt Roland zuchtend als hij ons ziet aan komen lopen.
'Vriend, het is vijf uur precies. Je zei gisteren dat Jonathan hier om vijf uur moest zijn.' zeg ik kattig.
'Sorry, ik moest nog even langs Celementia om alles uit te leggen, maar ik ben er helemaal klaar voor.' zegt Jonathan.
'Het vliegtuig doet het als het goed is weer perfect. Ik heb er niet voor niets zo lang aan lopen sleutelen. Ik verwacht dat we aan het einde van de dag zullen landen in het koninkrijk van koning Maurice.' vertelt Roland.
'Dan kunnen we onderweg nog de beste strategie bespreken om het plan uit te voeren.' zegt Jonathan.
'Er is geen strategie.' zucht Roland.' Ik lever de goederen af. Jij helpt mee. Jij blijft achter, terwijl ik weer terugvlieg naar huis. Dan bedoel ik echt naar huis, dus naar Greenlight bij mijn verloofde.'
Jonathan knikt teleurgesteld, maar ik zeg dan boos: 'Jij denkt ook echt alleen maar aan jezelf Roland. Je kan op z'n minst Jonathan wat aanwijzingen geven of hem op weg helpen.'
'Wat denk je dat ik nu aan het doen ben?' vraagt Roland geïrriteerd.
'Rustig dame en heer. Het geeft niet. We vragen al vrij veel van Roland. Het is goed. Ik moet het inderdaad alleen doen.'
'Jij bent echt veel te aardig Jonathan, je mag heus wel wat meer eisen.' Ik staar boos naar Roland.
'Het is goed Joy, echt. Het komt wel goed.' zegt Jonathan wat zenuwachtig.
'Jij hebt geen flauw idee waar je straks moet gaan zoeken. Er is geen plan. Straks wordt je door de maatjes van die koning Maurice gepakt en kom je nooit meer terug. Ik verdrietig, Celementia helemaal verdrietig. Het is dom!' zeg ik kwaad. 'Roland, jij moet gewoon helpen!'
'Ik weet ook niets van het Duisterdal oke. Ik ken geen routes en ik weet niet waar de strijdende soldaten zich bevinden. Ik weet net zo veel als Jonathan. Misschien iets meer, omdat ik weet op welk punt ik de goederen moet afleveren.'
'Dan weet je nog altijd meer.' zeg ik sceptisch.
'Laten we rustig blijven en onze stemmen niet verheffen.' oppert Jonathan. 'Straks horen mensen ons en is ons plan nu al mislukt.'
'Ik laat je niet eerder gaan, voordat Roland beloofd dat hij bij je blijft.' zeg ik nog altijd kwaad.
'Dat kun je niet van mij verwachten Joy. Je mag al van geluk spreken dat ik met dit plan heb ingestemd, ga nu niet nog meer eisen aan mij stellen.' Roland kijkt me fel aan.
'Jij hebt ook een verloofde. Je geliefde Joselyn. Stel je eens voor de dat de rollen waren omgedraaid. Jij was Jonathan en Jonathan was jou. Zou jij het dan leuk vinden als Jonathan zo kut deed, terwijl dit iets is wat hij doet voor zijn grote liefde. Jij geeft net zo veel om je grote liefde als Jonathan doet voor Celementia.' leg ik uit.
Roland zucht: 'Ik vind het heel naar, echt waar. Ik kan alleen niet meer betekenen. Ik heb ook mijn problemen. Joselyn weet niet waar ik ben. Misschien denkt ze dat ik dood ben. Ik moet zo snel mogelijk terug naar haar en kan niet te lang blijven plakken in dat nare Duisterdal. Dat snap je toch wel. Jij en Jonathan zijn niet de enige met problemen.'
'Hij heeft een punt Joy. Ik vind het al heel attent dat hij mij naar het Duisterdal wil vliegen. Dat is al veel gevraagd. Laten we de discussie eindigen. Het komt goed. Dat beloof ik.' zegt Jonathan dapper.
Roland loopt weg en pakt een vat olie die hij in zijn vliegtuig zet. Ook Jonathan laadt zijn spullen in. Nog steeds was ik er niet gerust op. Jonathan zou daar achter worden gelaten. Zonder plan, zonder enig idee waar hij naartoe zou moeten gaan en waar hij zou moeten zoeken. Bestonden er in deze tijd niet eens GSP signalen? Op z'n minst zo'n hele tekening van een plaats, waardoor je ongeveer kan zien waar je heen moet? Roland opent de schuifdeuren van het warenhuis. Langzaam rijdt hij het vliegtuig naar buiten. Het is nog steeds donker en heel Felfonkel heeft vast geen idee van wat wij hier aan het doen zijn.
'We kunnen gaan.' zegt Roland.
Jonathan kijkt nog even om zich heen en tuurt door de duistere straat. Achter op het grote veld gaat het vliegtuig straks opstijgen.
'Nou, daar ga je dan.' zeg ik zacht.
'Ja...' mompelt Jonathan.
'Vind je het eng?' vraag ik.
'Misschien, een beetje.' antwoordt Jonathan kort.
'Je zei zelf dat het goed komt.'
'Komt het ook, het is gewoon... Spannend. Ik voel me ook zo onwetend. Ik weet helemaal niet wanneer ik terug kom en hoe lang het duurt. Misschien wel weken of maanden.'
'Kan ik nog iets voor je doen?' vraag ik.
'Zorg goed voor Celementia.' zegt Jonathan meteen. 'Ga regelmatig bij haar langs en hou goede moed vast. Blijft positief. Dat heeft ze nodig!'
'Dat is beloofd.' zeg ik.
'En zorg ervoor dat de winkel een beetje in goede staat blijft, zodat we verder kunnen gaan alsof er niets gebeurd is als ik terugkeer.'
'Oke, ik ga mijn best doen.' knik ik.
'Schiet je op Kinsley? Ik wil vertrekken.' roept Roland vanaf het grote veld.
'Ik kom eraan, nog heel even.' roept Jonathan terug, dan kijkt hij naar mij: 'Joy, ik wilde nog even sorry zeggen dat ik je horloge niet heb kunnen maken en dat je hier nu vast zit. Ik weet dat je jouw eigen tijd mist, maar ik hoop dat de oorlog snel voorbij is en dat je kunt zien hoe mooi deze tijd kan zijn. Ik hoop dat je het zo minder erg gaat vinden dat je hier bent en dat je ook geluk kunt vinden. Dat verdien je namelijk.'
'Wat lief van je.' zeg ik met een brok in mijn keel. 'Voel je niet schuldig om dat horloge... Misschien is dit wel mijn straf, omdat ik de dag dat ik het horloge omdeed zo hebzuchtig was. Jonathan, het ga je goed. Kom snel terug.'
Ik omhels Jonathan kort en zwaai naar hem. Hij loopt richting het vliegtuig waar Roland ongeduldig in zit te wachten. Ik loop nog een stukje mee naar het grasveld. Ik wil het vliegtuig zien weggaan. Jonathan klimt in het vliegtuig. Snel loop ik nog naar de kant van Roland.
'Sorry dat ik zo naar tegen je deed. Bedankt dat je ons helpt, echt waar.' zeg ik snel.
'Het is al goed.' knikt Roland.
Roland wil de motor van het vliegtuig starten en checkt of alles gereed is.
'Zien jullie dat ook jongens?' vraagt Jonathan opeens.
'Wat moeten we zien Kinsley?' vraagt Roland, terwijl hij nog druk is met het controleren van het vliegtuig.
'Die flitsen in de lucht. Blauw met groene lichtstralen.' wijst Jonathan.
'Nee he, het gaat toch niet onweren? Dat kunnen we dus niet vliegen.' zegt Roland geïrriteerd.
Ik kijk naar de kant waar Jonathan op wijst en zie ook de blauwe en groene lichtstralen. Dat kan toch nooit onweer zijn?
'Joy, dat lijken wel dezelfde soort flitsen als toen jij verscheen.' zegt Jonathan opeens. 'Ik weet het nog precies, ik zag je naar beneden vallen.'
'Echt waar?' vraag ik verbaasd.
Opeens worden de flitsen heftiger en horen we een hele harde knal. Door de kracht van de knal, val ik op de grond. Jonathan en Roland stappen uit het vliegtuig en helpen mij meteen overeind.
'Wat is dat?' vraagt Roland verbaasd.
Een donkere schim loopt op ons af. Mijn ogen worden groot.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen