•      •      •      •      •

      Dagen hadden zich aaneengeregen, waarin Vaslav zijn routine probeerde voort te zetten, maar zich er niet altijd toe kon brengen om de dans te dansen die intussen behoorde te beheersen. Ze zouden bijna het vaste land bereiken en hij wist niet of hij nog wel kon dansen als ze daar eenmaal waren aangekomen.
      Hij verlangde immens naar stilte, maar dat was op een schip als dit nauwelijks te verkrijgen. Waar de wind niet om hem heen raasde, waren er wel passagiers of scheepslui die zijn rust verstoorde. ’s Avonds waren het zijn eigen gedachten die zijn oren leken te teisteren en dan schreef hij die op, uren achter elkaar. Hij trok zich niet meer terug in zijn hut, wetend dat iemand hem daar zou storen om dingen tegen hem te zeggen waar hij niet van hield. Hij hield niet van geschreeuw of geweld en toch…
      Op een bepaalde manier voelde hij zich meer een met de wereld. Zoals hij in het maanlicht over het dek liep, was het alsof hij precies wist wat er om hem heen gebeurde. Het was alsof God hem inzicht gaf in zijn omgeving. Vaslav kon haast voelen hoe Hij zijn zintuigen langzaam scherper maakte, waardoor hij de harten van iedere afzonderlijke opvarende kon horen. Allemaal mensen.
      Iemand anders stapte ook het dek op. Het zou de eerste persoon zijn die hij sinds dagen in de ogen zou kijken als hij zich omdraaide. Daar voelde hij echter niets voor. Wel had hij de behoefte om te spreken.
      Étonne-moi. ‘Étonne-moi,‘ zei Vaslav zonder zich iets aan te trekken van het mogelijke onbegrip dat door die woorden zou heersen. Niemand van de Ballets Russes zou zich echter afvragen wat en wie hij met die woorden bedoelde.
      Vaslav voelde zich niet woedend genoeg om te vrezen dat hij iemand iets aan zou doen, maar toch omklemden zijn sterke vingers zich om de reling en keek hij strak uit over zee. Hij wist dat hij niet alleen meer was, maar kon een zijdelingse blik niet opbrengen. Water klotste tegen het schip, meters onder hem, wind en golven ruisten om hem heen en in de verte wierp het maanlicht glinsteringen op het onrustige wateroppervlak. Normaliter zou hij hebben gedacht dat geluiden en beelden als deze een mens konden kalmeren; dat een minder getalenteerd kunstenaar zich hiermee zou kunnen verzoenen en zich weer durfde te richten op het scheppen.
      Vaslav, wetend dat hij nooit écht in staat zou zijn om met zijn lichaam datgene te kunnen scheppen wat zijn hart verlangde, voelde echter niet veel bij de aanblik van de grote, grijze zee die alles omvatte. Het deed hem alleen maar denken aan Sergei en de dingen die hij nooit zou kunnen uitspreken, niet tegenover zijn mentor. Niet tegenover Sergei.
      Het gezelschap breidde zich uit en Vaslav spoorde zichzelf aan zich tot hen te wenden. De twee vrouwen keken hem aan. De een enigszins berustend, maar ook vastberaden. De ander met grote ogen, alsof ze bang was voor wat er zou gebeuren wanneer ze zou spreken. Vaslav slaakte een zucht, wendde zijn ogen niet af, maar sprak ook niet. Zijn zuster kende hem, hield van hem en zo voelde hij dat ook, maar de ander…
      Zij leek hem te kennen op een manier waar hij niet bij kon, alsof God haar inzichten had gegeven die hij niet kon bevatten. Hij wist dat hij haar liefhad en haar maar wat graag zou vertellen waar hij zo ontzettend bang voor was, maar als hij dat deed, waar zou het dan ophouden?
      ’Goed dat je hier bent.’ Bronislava sprak hem kalm en helder aan, zijn jongere zus, maar in sommige opzichten zo veel ouder dan hij. ‘Je hoeft niet met iedereen bevriend te zijn, maar ik zou je willen vragen of je niet meer je best kunt doen om ervoor te zorgen dat het gezelschap je niet van boord gooit.’ Ze keek even opzij en sprak: ‘Fijn dat jij hem gevonden hebt, Mikhailashka.’ Ze waren goed bevriend geraakt.
      Mikhaila zei niets, glimlachte wel en Vaslav voelde de aandrang opnieuw om weer naar de zee te staren. Eigenlijk wilde hij bewegen, maar omdat het bovendek daar geen ruimte voor bood, probeerde hij daarin te berusten door precies het tegenovergestelde te doen. Veeleisend was het wel, maar hij putte er maar weinig voldoening uit.
      ‘Étonne-moi,’ herhaalde hij uiteindelijk. ‘Weet je hoe vaak ik dat heb gehoord?’ Hij keek niet naar zijn zuster en niet naar Mikhaila. ‘Soms denk ik wel eens dat ik maar een lastdier ben. Ik ben gefokt om een kunstje te doen en iedereen klapt als ik het doe. Wat maakt dat mij?’
Bronislava zei niets. Ze beschikte over een zelfbeheersing waarvan Vaslav nog niet eens de helft bezat. Ze was rustig wanneer hij alleen maar kon draven en springen en toch vond hij het heerlijk als ze danste. Dat kon ze goed, met al die rust in haar lijf. Dat was anders bij Anna Pavlova die in iedere beweging liet merken dat ze niet alleen de techniek beheerste, maar ook haarzelf en beschikte over een dosis wilskracht die kon wedijveren met die van Romola.
      ‘Zou het niet heerlijk zijn om dit alles achter te laten en échte kunst te maken?’ Bij die woorden keek hij de twee recht aan. Broni’s gezicht verdeeld door de streep die haar mond was, Mikhaila’s houding die boekdelen sprak, nog meer dan haar gezicht. Zij was geen danser, ze was niet fit. Ze schreef en had zich met voor Vaslav onbekende woorden de Ballets Russes in gepraat. Sergei Diagilev had besloten dat hij iets in haar zag, ondanks dat haar talent en kunstzinnig inzicht voor Vaslav verborgen waren gebleven. Vaslav stelde zich voor hoe ze tot hen gekomen was om over het gezelschap te waken terwijl Sergei op het vasteland van Europa achterbleef. Zijn knokkels werden weer wit.
’Jij bent de Ballets Russes.’ Mikhaila had zachter gesproken dan de ruisende golven, maar Vaslav had haar gehoord en Bronislava ook. ‘Jij bent ons succes, dat maakt jouw kunstje van je.’ Ze richtte haar blik op de zee, met dezelfde verziende blik als hijzelf had gehad, alsof ze kon zien wat hij zag en God wist wat nog meer. Alles. Zijn hele wezen?
’Nou, daar heb je het!’ zei hij. ‘Étonne-moi. Étonne-moi!’
’Als je niet meer wilt, stop dan nu het nog kan,’ zei Bronislava met een stalen gezicht. Haar ogen vlamden.
Mikhaila’s ogen werden juist groter, alsof ze van angst vervuld was. ’Jij bent de Ballets Russes,’ fluisterde ze weer. ‘De wereld is van jou. Werkelijk. Verbaas me.’
      Haar woorden, Diaghilevs woorden. Het leek geen bevel, maar eerder een hoopvolle uitroep. Een langgekoesterde wens die ze nooit had durven uitspreken. Ze zei het niet zoals Sergei Diaghilev het gezegd zou hebben, zoals hij het altijd tegen Vaslav had gezegd. Ze zei het in het Russisch.
      Toen hij haar aankeek, zag hij meer bezorgdheid dan hij ooit bij een mens had gezien.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen