Foto bij In je macht

Oké misschien loog ik over nog drie hoofdstukken... -.-

En sorry dat het zo lang durfde voordat er een nieuw hoofdstuk kwam! Ik heb het best druk momenteel, en als ik tijd had leek ik maar gewoon ff niet verder te komen. Issues over wat in wel hoofdstuk en zo. ;-)

En nog even over mijn nieuwe story die ik zal gaan schrijven als ik klaar ben met deze:
Ik kan niet garanderen dat je het leuk zal vinden als dit verhaal bij je in de smaak valt!
Het zal veel meer worden als mijn vorige twee verhalen, geen fantasy dus. En hier over moet ik dus even een uitleg over Chastrifol geven:

Chastrifol is dus NIET een afkorting van De Betoverde Rijken Van Chastrifol. Chastrifol is de bedachte werken in mijn hoofd waar (behalve mijn eerste verhaal) al mijn verhalen zich ook afspelen. Chastrifol bestaat dan dus weer uit landen: De Acht Betoverde Rijken Van Chastrifol, en Yuki. Het eiland Ban en het kleine eilandje Imaginary Island zijn er ook nog, maar die horen bij Yuki. Het grote land/ eiland Yuki bestaat weer uit twee delen: oost en west Yuki. Ik heb een hele kaart op mijn I pad staan, endie koet ik maar weer een keertje bekijken, want ik weer even niet meer wat nou voor Oost Yuki en wat voor West Yuki geldt. ;-)
Maar in elk geval lijkt er eentje qua omgeving op het huidige Japan en de andere op het huidige Noord-Amerika met een Nederlandse mix er aan. Het eiland Ban is dan weer een mix van Yuki en De Acht Betoverde Rijken Van Chastrifol (waar ik zo nog wel ff wat info over zal geven). Zo leven er normale mensen, maar ook tovenaars, heksen en wisselaars. Imaginary Island is eigenlijk gewoon een soort eiland waar alle karakters van films, series, strips, boeken, ideeën, wat dan ook naar toe gaan en samen in min of meer harmonie samen leven. Of misschien ook niet...
En De Acht Betoverde Rijken Van Chastrifol is al wel redelijk duidelijk zo ver in het verhaal. Er leven dus van alle soorten fantasiewezens, mensen, en er groeien allemaal vreemde planten. Het bestaat uit de acht rijken: Het Rijk Van Het Witte Woud, Het Rijk Van Legenden, Rotsrijk, Windrijk, Het Dodenrijk, Woestijnrijk, Het Feeënrijk en Zonrijk. In welk aards jaartal het zou kunnen afspelen weet ik niet zo goed, je zou de late middeleeuwen kunnen zeggen, maar in sommige dingen zijn we veel verder. Er wordt bijvoorbeeld niet meer legaal gemarteld, kleren zijn moderner, homo huwelijk is legaal, en er zijn gewoon heel veel moderne uitvindingen die al bestaan. Maar in sommige dingen zijn ze dus weer ouderwetser.
En als laatste (daarna mag je weer het verhaal lezen hoor ;-) ) zal ik uitleggen waarom Yuki en De Acht Betoverde Rijken Van Chatrifol niet met elkaar in contact komen. De wereld Chastrifol is behoorlijk groot, maar bestaat voor 95% uit woeste zee. Dus je zult er überhaupt heel lang over doen om naar de andere wereld te reizen, maar dan is er ook nog die barrière die het tegenhoudt om in de andere wereld terecht te komen. Het is onmogelijk die voorbij te gaan, Chastrifol en zijn vrouw Ikaros waren de enigen óóit die dat konden en zullen dat ook blijven. (Je kunt wel vanuit Yuki naar Ban en Imaginary Island reizen) Ze hebben de barrière daar niet voor niks gezet, want wanneer een wezen van de ene in het andere land gezet zou worden zou het meteen sterven omdat alles zo anders is. Grotendeels de magie, maar ook de andere kleine details die je fataal kunnen zijn.
De landen weten wel van elkaar de ze bestaan, maar hoe de werelden er uit zien zijn de meningen verdeeld over omdat niemand er ooit is geweest.

Mijn ogen werden groot. Wat zei hij nou!? 'Nee!' Matsuda's lip trilde en ik voelde de tranen op komen. Waarom Obi?! Ik stond op en liep naar Matsuda toe. Ik pakte zijn handen en keek hem geschrokken in de ogen. Langzaam voelde ik de tranen mijn ogen vullen. Matsuda rukte zijn handen los en sloeg ze om mijn nek. Hij huilde tegen mijn schouder aan en zo stonden we voor een tijdje. Ik was zo geschrokken dat ik op een paar tranen na helemaal vergat te huilen. Toen hij uitgehuild was voelde ik een plotselinge steek van woede, zó heftig. 'Hoe is hij gestorven.' 'We denken dat hij vergiftigd vlees heeft gegeten.' 'En hoe is dat vlees vergiftigd?' Matsuda fronste zijn wenkbrauwen, maat toen werden zijn ogen groot. 'Denk je-' 'Ja, die zus is gearriveerd, en ze weet dus ook wie Astrea beschermt. Misschien wilt ze niet alleen wraak omdat ze naar de onderwereld is gestuurd.' 'Wat bedoel je?' 'Astrea had me verteld dat de andere beschermers boos waren dat Astrea ons helpt. Ze vinden dat wij het niet verdienen, omdat onze ziel niet puur meer is, omdat we gemoord hebben.' 'Ja maar dat was uit eigen veiligheid!' 'Weet ik, weet ik. Maar toch, ik denk dat misschien haar zus dat te horen heeft gekregen. Ook al zou ik niet weten wat het haar aan gaat, en waarom zij boos zou zijn.' Ik zuchtte. 'Maar waar zou ze nu zijn?' Ik schudde mijn hoofd. 'Ik weet het niet.' 'Dan moeten we haar gaan zoeken!' 'En wat wou je beginnen Matsuda? We weten niet hoe sterk ze is.' 'Ja nou en?! Ik wil gewoon weten wat er met Obi is gebeurd voordat er meer mensen van wie ik houd iets aan gedaan wordt!' 'Dat snap ik maar-' 'Als jij niet mee wilt, prima! Maar ik ga dat mens zoeken!' Ik beet op mijn lip. 'Natuurlijk ga ik met je mee, denk je niet dat ik om Obi gaf? Natuurlijk wil ik wraak, natuurlijk wil ik weten wat er is gebeurd! Maar is dit echt wel zo'n slim idee?' Matsuda zei niks en liep de kamer uit. Ik rende achter hem aan. 'Waar wil je beginnen?' 'Ik ga Vaizel doorzoeken, misschien is ze hier nog ergens. Misschien is ze nu wel iemand aan het aanvallen!' Hij wou de deur uit stormen maar ik hield hem tegen. 'Stop! Moet je je dolk niet meenemen?' Ik pakte die van mij en gaf die van hem aan. 'Jongens!?' 'Ma?' 'Wat gaan jullie doen?' Matsuda trok zijn mantel aan. 'We gaan de mordenaar van Obi vinden.' 'Moordenaar? Mat waar heb je het allemaal over?' 'Geen tijd om uit te leggen, ik zal het jullie later nog wel vertellen.' En we renden de deur uit. 'Jij gaat links, ik rechts.', zei Matsuda terwijl hij zijn kap over zijn hoofd trok. 'Denk je echt dat opsplitsen nu een goed idee is?' Hijschudde zijn hoofd. 'Je hebt gelijk.' We renden door de straten, ik merkte dat we richting het grote dorpsplein gingen. 'Denk je dat er iets op het plein is?' 'Ik weet het niet, maar ik heb zo'n gevoel dat er hier ergens sterke magie aan de gang is.' 'Je kunt dat voelen?' 'Iedereen kunt dat, jij ook. Voel je die trillingen niet?' Geen tijd om te antwoorden, we waren op het plein aangekomen. Iedereen was neergeknield en leek doodsbang. De enige die stond was een lange, dunne vrouw met wit haar en gloeiende ogen. Was dit haar? Ik keek Matsuda aarzelend aan, maar hij keek niet en rende het plein op. Ik rende hem achterna en trok mijn dolk. Ze keek op en klapte in haar handen. 'Erza, Matsuda! Jullie zijn er, wat leuk!' Hoe wist dat mens wie wij waren? Ze kon onze gezichten niet eens zien? Mijn adem ging snel, ik bereidde me voor op een gevecht. Het was lang geleden, misschien was ik zwak geworden. Ik had me desnoods niet eens kunnen verweren tegen Mick. 'Kom toch zitten!' De vrouw maakte een handgebaar en een enorme kracht dwingde mijn benen te buigen en duwde mijn rug omlaag. Ik vocht terug en zo deed Matsuda, weigerend te knielen. De vrouw lachte. 'Zo zo, we hebben twee sterke hier. Dus jullie willen niet luisteren?' Ze grijnsde. 'Wie zal ik eerst doden?' Ze bracht haar hand omhoog en het leek alsof een paar onzichtbare handen een meisje omhoog tilden aan haar keel. De vrouw kneep haar vingers samen en het meisje die ik nu als Saki herkende begon te hoesten. Ik keek Matsuda met grote ogen aan en wist niet hoe gauw ik neer moest knielen. 'Goed zo. En waarom precies zijn jullie hier?' 'Je hebt een hond vermoord!', riep ik boos. 'Haha, dus hij heeft het al gegeten! En hoe ging het?' Van onder zijn kap door zag ik Matsuda's gelaat vertrekken. 'Het was verschrikkelijk...', mompelde hij. 'En jij zult daar voor boeten!' Hij stond op en rende met geheven wapen op haar af. Achteloos zwiepte ze weer met haar hand door de lucht en Matsuda vloog weg. Hij bleef stil liggen. 'Matsuda!', riep ik. 'Houd je kop, die Matsuda heb ik niet nodig. Erza, ik kwam hier voor jou. Kom eens naar me toe.' Ze wenkte me, maar ik bleef zitten. Opnieuw die griezelige lach. Mijn hart sprong op toen er een harde knal klonk. Een wagen met meloenen vloog door de lucht en kwam met een klap op de grond neer. De kar brak en meloenprut lag overal. Ik zag een oude man op springen. 'Mijn meloenen!' Ik beet hard op mijn lip. Dit had ík veroorzaakt. Ik wou op staan, maar voelde de kracht nog steeds tegen mijn schouders duwen. 'Nu heb je je kans al verspild.' Nog een harde knal en ik zag het dak van een huis in zakken. 'Hou op!', gilde ik. 'Dus nu maakt het je op eens wél uit wat er gebeurd hé?' Opnieuw een knal en een kraampje met waaiers vloog door de lucht. 'Hou op!!! Hou op met mensen pijn doen die er niks mee te maken hebben! Stop met onschuldige mensen hun spullen te vernietigen!' En toen leek het alsof de hemel openbarstte. Een gigantische straal wit licht kwam uit de hemel en scheen neer op ons. Een rode gloed verspreidde zich over het plein en plotseling was het alsof er nisk gebeurd was, het huis heelde weer, en zo deed het kraampje en de wagen. Ik keek weer naar de vrouw en zag haar oplossen. Ik wreef in mijn ogen en knipperde. Werd ik gek? Alles was zojuist uit zichzelf gerestaureerd en ze was gewoon uit het niets verdwenen. Was het over? Ik zag Matsuda opstaan en naar mij toe lopen. 'Erza! Wat gebeurde er?' Ik schudde mijn hoofd. 'Al sla je me dood, de enige logische berlklaring waar ik op dit moment aan kan denken is Astrea. Ik denk dat ze ons op wat voor manier dan ook te hulp is geschoten.' 'Nooit geweten dat ze zo sterk is.' Ik schudde mijn hoofd. 'Ik ook niet.'

'Matsuda?' Ik was net terug gekomen van werk en het was midden in de nacht. Ik stond bij zijn bed en schudde zachtjes aan zijn schouder. Hij fronste en opende zijn ogen. 'Erza, wat is er? Waarom maak je me in hemelsnaam zo midden in de nacht wakker? Is er iets gebeurd?' Hij ging recht op zitten en wreef met zijn hand over zijn hoofd. 'Sorry, maar ik heb bij het werk mijn knie bezeerd. Ik struikelde en liet wat glazen vallen, ik kwam met mijn knie in de scherven terecht, maar volgens mij zit er nu ook drank in de wond.' Matsuda wreef in zijn ogen en stond op. Hij stak een kaars aan en ging weer op bed zitten. 'Laat me er eens even naar kijken.' Ik ging naast hem zitten en tilde mijn knie op. Hij pakte de kaars en hield het bij mijn wond. Ik kon de stukjes glas er in zien zitten. Behendig leunde hij over me heen en pakte een pincet uit de lade in zijn nachtkastje. Met de kaars in zijn hand en het pincet tussen zijn tanden maakte hij de wond schoon met een watje. Toen de scherven er uit waren vroeg hij slaperig: 'Hoe voelt het?' Ik fronste. 'Ik weet het niet, raar. Een soort van kloppende pijn, maar het is een beetje gevoelloos.' 'Dan gaan we morgen wel wat medicijnen halen, ik denk dat het geïnfecteerd is. Ga maar slapen, een paar uur wachten kan geen kwaad.' 'Oké, dank je wel.'

'Uitverkocht!?' We waren naar de kruidenwinkel gegaan de volgende dag, maar daar kregen we te horen dat het uitverkocht was. 'Het spijt me jongens.' 'Geeft niet, dank u wel.' 'Wat nu?', vroeg Matsuda toen we buiten waren. Ik dacht ook na. Mijn veen begon echt gevoelloos te worden het voelde niet goed. 'Innara!', zei ik toen. Natsud afkeek me vragend aan. 'Innara heeft een hele kast met medicijnen en kruiden, misschien kunnen we vragen of we van haar wat kunnen kopen.' Dus we liepen naar haar huis toe. Het verbaasde me dat ik nog wist waar ze woonde. Het was een donkere, bewolkte dag. Het leek te donker om zo warm te zijn, of misschien te warm om zo donker te zijn. De steentjes kraakten onder mijn voeten en dat geluid echode tegen de huizen. Maar het was nog vroeg in de ochtend, dus ik begreep de stilte. Naar mate we dichterbij kwamen leek het geluid terug te komen. Uiteindelijk herkende ik het als geschreeuw, en ik hoorde knallen. Wat was er aan de hand? Toen we dichterbij waren schrok ik. De mensen bleken om Innara's huis heen te staan en riepen en gooide met stenen en brandende objecten! Ik keek Matsuda geschrokken aan en sloop geluidloos dichterbij. 'Rot op enge heks!' pats De ruit was in gegooid. Een withete vlam van woede laaide in mijn binnenste op. 'Homo's! Rot op uit deze stad!' 'Kraai!' En zo ging het maar door. Met een rode waas van woede voor mijn ogen greep ik mijn dolk en drukte het van achteren tegen iemands keel. 'KOPPEN DICHT!!!', krijste ik. Matsuda kwam aanrennen en nam het van de over. Met geheven wapen ging ik voor het groepje staan, met mijn rug naar het huis. Het was stil. 'Laat hem met rust!', riep iemand angstig naar de jongen met het mes tegen zijn keel keek. 'Laat háár met rust.', zei ik dreigend, en wees naar achteren. 'Ze verdient het! Het is een creep! Eerst dat enge uiterlijk, dat staren en nu is ze ook al een vieze homo!' 'En wat is daar in godsnaam mis mee?!' Het was Matsuda's stem die schel over het plein klonk. Zijn handen trilden van woede en ik kon hem hóren hijgen. 'Wat is er in Chastrifol's naam mis met mensen die van elkaar houden?! Wat heeft geslacht er ook maar íets mee te maken?! Ik kan jullie toch ook gaan uitschelden als vieze hetero's hé?!', riep hij boos. 'Ohhh.', zei een meisje vals. De liep uitdagend op hem af. 'Ik zie het al, je bent zeker zelf homo? Dent dat je beter bent omdat je aders bent? Natuurlijk doe je dat, waarom zou je anders je haar zo vreemd verven? Jij wilt opvallen.' 'Laat hem met rust!', riep ik woedend. 'Dat ben ik niet.', zei Matsuda kalm. 'Maar één van mijn beste vrienden en Innara wel.' Ik hoef mijn dolk weer op. 'En nu wegwezen of ik zou me niet inhouden jullie strot er af te snijden!' Matsuda liet los en het groepje kinderen rende weg. Ik wou naar binnen gaan maar zag dat er een hoopje bradende doeken bij de deur lag waar we niet langs konden. 'Wat moet ik doen?!', vroeg ik in paniek. Straks brandde het hele huis af! Matsuda leek ook in paniek. 'Doe iets met magie!', riep hij. Ik keek naar het vuur alsof het een grote krokodil was die me probeerde op te eten. Hoe moest ik dit nou weer voor elkaar krijgen?! Moest ik Astrea om hulp vragen? Ik sloot mijn ogen en probeerde in contact te komen met haar en bad dat het vuur uit ging. 'Erza je hebt het gedaan!' Ik opende mijn ogen. 'Wat?' 'Het vuur is uit!' 'Astrea,', zuchtte ik opgelucht. 'Ik vroeg haar om hulp.' We renden naar binnen en troffen Innara en Saki op de grond onder het raam aan. Allebei doodsbang met de armen om elkaar. 'Het is oké, ze zijn weg.', zei ik zachtjes. Innara keek op en zag ons. Ze keek alsof haar net was verteld dat ze een hoofdprijs had gewonnen, zó opgelucht en blij. 'Jongens!' Ze gingen staan en schuifelden om het gebroken glas heen. 'We waren zo bang.', piepte Innara. 'Het is oké, ze zijn weg.', zei Matsuda geruststellend. 'Waarom zijn jullie hier eigenlijk? Waren jullie in de buurt?' 'Nou,', begon ik. 'We waren eigenlijk op zoek naar jou.' 'Naar mij?' Ik knikte. 'Heb jij toevallig ergens medicijnen? Ik heb een ontstoken wond en in de kruidenwinkel hebben ze het niet meer.' Innara liet de kruiden aan Matsuda zien en ze zeiden wat dingen die ik niet begreep. 'Hoeveel moet ik je geven?', vroeg Matsuda, en hij haalde wat munten tevoorschijn. 'Wat? Je wilt me betalen? Na alles wat jullie gedaan hebben?' Matsuda glimlachte naar haar. 'Je accepteerde het geld dus niet?' Hij haalde zijn schouders op en stopte het weer in zijn zak. 'Kom Erza, we gaan je knie behandelen.'

Reacties (1)

  • Allmilla

    Arme Innara, gelukkig moesten Erza en Matsuda bij haar zijn...:)

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen