Foto bij • Hoofdstuk 1.15


Hak keek nu ook bezorgd naar Sam, die ongemakkelijk de andere kant op keek. Ze haatte het dat iedereen nu zo op haar lette, ze kon dit zelf gemakkelijk af.
‘Het wordt al laat,’ zei ze, tot haar verbazing klonk ze schor, ‘we moeten terug gaan.’ Ze probeerde op te staan en het lukte haar aardig, maar zodra ze recht overeind stond, wankelde ze gevaarlijk op haar benen. Ilse pakte haar arm vast, maar Sam trok zich los uit haar greep. Ze kon dit echt wel zelf af.
‘Kun je lopen?’ Ilse probeerde de wond te bekijken, maar Sam klemde haar arm ervoor zodat ze het niet kon zien. Ze wist niet precies hoe diep de snee was, maar ze wilde in ieder geval allesbehalve nog meer ogen die bezorgd staarde naar haar lichaam, ze had er zo wel genoeg haat aan gekregen. Geërgerd zette ze een paar stappen als bewijs dat ze zich kon voortbewegen, maar het viel haar tegen en een golf van misselijkheid overspoelde haar. Ze probeerde het zo goed mogelijk te verbergen, maar het was nogal lastig.
‘Het is niet zo slim dat je gaat lopen,’ mompelde Ada tegen Sam, ‘Je ziet hartstikke bleek en zo laat je het bloed alleen maar vanuit je zij stromen.’ Sam raakte nu echt geïrriteerd, dachten ze echt dat ze zich niet kon voortbewegen? Dat kon ze wel, dat kon ze echt wel. Ze wilde dat ze nu gewoon door zouden lopen, om misschien nog aan de totale duisternis die de nacht meebracht te kunnen ontkomen. Maar dan moesten ze nu echt doorlopen en een beetje snel ook. Dit schoot geen meter op. Misschien stroomde het bloed inderdaad uit haar zij, nou dan konden ze nu toch maar beter doorlopen, voordat ze straks geen bloed meer overhad dat kon stromen? Natuurlijk bedoelde ze het goed, maar wat had zij er nu aan? Of, wat had ze er sowieso aan? Niks, helemaal niets. Hun bezorgdheid zou haar niet genezen en dat was trouwens ook helemaal niet nodig. Haar wond was helemaal niks vergeleken met wat ze hadden kunnen oplopen. Misschien liepen die mensen nog door het bos, misschien waren er nog andere opzoek naar hen, ze moesten wegkomen. En wel nu meteen. Er was geen tijd te verliezen.
‘Laten we gaan,’ herhaalde Sam dus ook, ongeduldig. Maar Hak schudde zijn hoofd.
‘Je gaat niet lopen.’ Sam schonk hem een dodelijke blik en het kon haar voor eens niets schelen dat hij er prachtig uitzag en dat hij bezorgd was om haar. Normaal had ze het prachtig gevonden, maar nu verloor ze er alleen maar tijd aan. Bovendien nam de duizeligheid toe nu ze zolang stilstond. Koppig begon ze te lopen, met haar lippen op elkaar geklemd om niet te kreunen van de steken die elke stap bezorgde. Waarom moest dat wapen haar nou op zo een vervelende plek hebben geraakt? Kon het niet beter in haar arm zijn geweest? Dan had ze tenminste nog normaal kunnen lopen, maar dat was nu haast onmogelijk.
Maar ze zou zelf lopen, al moest het kruipend of op haar handen, en wel nu. Dus ze liep door, hoeveel pijn het haar ook deed. Haar tempo was ook nog eens redelijk snel en Ilse liep gauw achter haar aan om haar te ondersteunen als het nodig was. Maar Sam bleef haar hulp weigeren en probeerde zelf koppig door te lopen. Ada kwam aan de andere kant van haar lopen, en pakte nu ook Sams arm. Sam probeerde zich los te rukken, maar Ada klemde haar vingers alleen maar strakker om haar huid en Sam had niet genoeg kracht om haar greep af te schudden, dus besloot ze het over een paar stappen opnieuw te proberen. Het was duidelijk dat ze haar niet alleen durfde te laten lopen, al was haar wond niet eens zo ernstig. Het was echt niets. Waarom begreep niemand dat? Die duizeligheid kwam alleen omdat ze maar een klein beetje van haar bloed verloren was, zoveel was het nou ook weer niet.
Al snel viel er en stilte waardoor Sam niet eens meer door had dat ze liepen maar ze zich alleen maar concentreerde op haar voeten die ze vooruit moest zetten, anders kwam ze niet verder. Wat maakte het uit dat het haar pijn deed, dat ze het bloed langs haar zij naar haar rug voelde stromen? Dat ze voelde Ilse nu ook haar arm had vastgepakt? Het leek haast wel alsof ze allemaal wachtte op het moment dat haar benen het zouden begeven en ze zou vallen, alsof ze allemaal al klaar stonden om haar op te vangen als ze zou struikelen. En ondanks dat ze wist dat ze het alleen maar goed bedoelde en alleen maar het beste wilde voor haar, werkte het echt heel erg op haar zenuwen.
‘Gaat het nog wel?’ onderbrak Ilse haar gedachtes.
‘Ja,’ antwoordde Sam kort en vastbesloten, ‘waarom?’
‘Je probeert je niet meer los te rukken,’ Amelia kwam nu ook naast haar lopen, waardoor Sam zich nu ook begon te ergeren aan de drukte om haar heen. Waarom was ze naar het bos gegaan? Ze hadden veel beter meteen naar Ilses huis kunnen gaan. Dan was dit alles nooit gebeurt. Met één ruk probeerde ze haar beide armen los te krijgen, maar het veroorzaakte alleen maar nagelafdrukken op haar huid omdat Ilse en Ada haar niet wilde loslaten en hun greep verstevigden.
‘We zijn er al bijna toch?’ Haks blik gleed langs alle huizen in de woonwijk.
‘We moeten nog minstens een kwartier lopen, ‘antwoordde Ilse, ‘ik weet niet of ze dat volhoudt.’ Nu gaf Sam zo een onverwachte harde ruk dat haar arm wel bevrijd werd uit Ilses greep, maar Ada hield haar nog steeds vast.
‘Natuurlijk houd ik dat vol! Ik voel me prima,’ loog ze.
‘We hadden al een afspraak gepland bij de opticien, aangezien we alle vier bloed en je bleke gezicht zien, we vonden al dat het niet kon kloppen,’ zei Ada, terwijl ze Sam aanstaarde. Nu voelde Sam de warmte van Ilses vingers ook weer om haar arm. Zou ze dan ook nooit afkomen van dit stel mensen? Hak leek haar irritatie te zien.
‘Ze geven om je, ze laten je echt niet alleen lopen met deze pijn,’ zei hij, hij grijnsde vaag, keek recht in haar ogen en knikte bij zijn laatste zin, ‘ik ook.’

Reacties (1)

  • Samanthablaze

    WAAAAAAAAAAAAHHHHHH HAK IS ZO LIEF

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen