Foto bij •• Hoofdstuk 2.3


'Wat is er gebeurt?’ vroeg Ilses moeder toen haar ogen langs Sams verwonding gleed.
‘Een spijker,’ antwoordde Ilse langzaam, met een gespannen gezicht, in de hoop dat haar moeder het zou geloven, bedacht Sam zich.
‘Ik lette niet goed op,’ antwoordde Sam, wiens stem nog altijd schor klonk.
‘Het is een erg diepe wond,’ de vingers van Ilses moeder gleden over de wond, om hem goed te bestuderen, ‘heel indrukwekkend diep voor wat een spijker zou kunnen aanrichten.’ Sam slikte, ze wist dat Ilses moeder in de zorg werkte, dus ze zou het waarschijnlijk snel doorhebben dat als ze niet geloofde wat de spijker had aangericht, wat de wond dan wel had veroorzaakt. En ze wilde geen preken van haar ouders als Ilses ouders het aan die van haar zouden vertellen, ze wilde geen aangiften hoeven doen bij de politie. Ze wilde zelf weten wat die mensen van haar wilden zonder al het extra gedoe eromheen. En dat zou alleen maar gaan als niemand ontdekte dat er een mes in haar lichaam had gezeten, als niemand wist dat Hak opeens was opgedoken en dat ze oude jeugdvrienden was tegen komen. Alles duizelde haar nu, alles klopte niet meer. De waarheid was in diggelen gevallen, in slechts één dag. Hoe ze de dag had kunnen beginnen met het uitstellen van haar verwarming aandraaien, hoe ze nu op een bank lag te bloeden terwijl ze een verhaal loog samen met haar vriendin, wie dezelfde vreemde kracht had gevoelt als zij had gedaan, wie haar nog zo had geplaagd met haar liefde voor een jongen, wie ze vervolgens in zijn gezicht had geslagen. Het was allemaal zo vreemd en snel gegaan, dat de uren waren verstreken leken als jaren die waren ontsnapt uit het uurwerk, alsof het kapot was gesprongen aan de muur en alles, de milliseconden, de seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden en jaren, alle vormen van tijd, door elkaar waren gaan rennen. In paniek, in haar hoofd. Het was een chaotische zooi geworden en het was ook nog eens deels de schuld van Ilse en zijzelf. Misschien hadden ze toch de waarheid moeten zeggen, misschien hadden ze toch niet moeten liegen. Want wat schoten ze ermee op? Als ze eerst nou maar van die verdomde pijn af kwam, dan kon ze misschien nog redelijk redeneren over een oplossing, maar alles was nu te onduidelijk. Alles was nu een vage ondoordringbare mist die hing in haar hoofd en niet weg wilde gaan, hoe hard ze ook blies en wuifde.
Ilses moeder ontsmette en verbond Sams wond, al leek ze er niet echt gerust onder dat het zo weer zou genezen. Misschien dat ze het later nog zou hechten, maar het was duidelijk dat ze nu eerst met Ilse wilde ‘praten’, dus liet ze Sam wat eten en drinken en gaf ze haar pijnstilling, waarna ze Ilse meesleepte naar de gang.
Zodra ze verdwenen waren achter de deur, hurkte Hak naast Sam, die nog steeds op de bank lag.
‘Ik moet haar gaan helpen,’ mompelde Sam, zodra het geschreeuw van Ilses moeder duidelijk hoorbaar werd door het gehele huis. Ze probeerde meteen al recht op te gaan zitten, maar een golf van misselijk maakte haar duidelijk dat het misschien toch niet helemaal het perfecte plan was. Ze leunde naar achteren en bleef zitten. Opnieuw gaan liggen was echt geen optie, want ze had zich al toegeven aan de pijn en Hak had haar gedragen, wat ze -nu de ergste pijn wegtrok- niet echt waardeerde. Zeker niet, zelfs. Maar nu gaan lopen om Ilse te helpen was ook niet de juiste beslissing om haar zwakte goed te maken. Het zou haar alleen nog maar zwakker maken dat ze al was.
Zuchtend ontweek ze Haks blik, die die van haar steeds op leek te zoeken. Ze wilde hem niet aankijken, ze voelde gloeiende schaamte omdat hij haar zo gezien had en het vertrouwde gevoel van de stress golfde opnieuw door haar lichaam, als een steeds terugkerende wind waar ze niet doorheen kwam. Ze probeerde het geschreeuw dat nog steeds weerklonk door het gehele huis te negeren en zich te concentreren op Hak en op Amelia en Ada die ook nog in de kamer stonden. Ongemakkelijk ging ze wat verzitten, zodat er nog meer plek was op de bank. Amelia en Hak snapte de hint en namen plaats naast haar, maar Ada bleef staan. Ze staarde naar Hak.
‘Ik vind dat Ilse gelijk heeft, want wat deed je in het bos? Hoe heb je ons gevonden?’ wantrouwig en onwennig gleed Ada’s blik langs Haks contouren, Sam wist haar blik te volgen. Ze wilde Hak in bescherming nemen, maar ze voelde totaal geen afkeer voor Ada’s woorden. Misschien hadden Ilse en zij inderdaad gelijk, misschien was Hak niet te vertrouwen. Hij was een vreemdeling, hij was mysterieus, maar ze had geen zin om er lang over na te denken of om te geloven dat ze hem niet kon vertrouwen, want het werkte haar tegen. En ze was vermoeid, ze wilde niet dat haar hersenen nog lang moesten draaien over de informatie die ze al zo vaak tegen zichzelf had herhaalt om misschien wat meer te kunnen snappen van de hele situatie die deze dag had veroorzaakt. Dus ze keerde haar hoofd naar Ada toe, in de hoop een ander onderwerp aan te kunnen slaan. In de hoop duidelijk te maken dat ze er niet over wilde praten. Ada leek het te snappen, wat ze zei niks, maar ze keek nog altijd even afkeurend.
‘Het bos is nog steeds één van mijn favoriete plaatsten,’ verbrak Amelia de stilte. Sam knikte instemmend, en keek naar Hak, afwachtend of hij ook wat zou zeggen, maar hij was stil. Hij staarde voor zich uit, alsof hij dacht aan iets wat hem dwars zat en waar hij een oplossing voor moest bedenken. Maar ze besloot er maar niet naar te vragen, immers zaten ze nu net op een onderwerp die wat minder nadenken vergde dan onderwerpen als zorgen.
‘Denken jullie dat ze heel erg in de problemen zit?’ vroeg Sam, stilletjes luisterend naar het gepraat dat klonk vanachter de deur naar de hal. Hak schudde zijn hoofd.
‘Het maakt niets uit.’
‘Wat?’ Sam snapte niks van zijn opmerking.
‘Het maakt niet veel uit of ze in de problemen zit of niet. Iedereen is veilig daar gaat het om,’ nu ontweek ze zijn blik niet meer en staarde hun ogen naar elkaar, ‘voor nu.’

Reacties (1)

  • Samanthablaze

    Voor nu klinkt negatief AAAAAHHH IK VOEL DRAMA

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen