Foto bij •• Hoofdstuk 2.4


Zodra Ilses moeder en Ilse zelf de woonkamer weer binnen kwamen gelopen, stonden Amelia, Hak en Ada op het punt om weer te vertrekken naar hun eigen huizen. Nogal onwennig en ongemakkelijk namen Sam en Ilse afscheid van Amelia, Hak en Ada. Het waren totaal vreemden, vervreemd door tijd of, zoals Hak dat was, gewoon een onbekend gezicht, maar het had een paar kwartieren gevoeld alsof ze helemaal niet zo vervreemd van elkaar waren, alsof ze alles van elkaar wisten en elkaar goed kenden. Alle gebeurtenissen van deze avond hadden gewoon gemaakt dat ze zich verbonden voelden. Maar tegelijkertijd voelde Sam de neiging om terug te deizen. Ze kende Hak niet en wist ze zeker dat Amelia en Ada door de tijd heen heel erg verandert waren. Dus wat voor een afscheid moest ze nou nemen dan? Vertwijfeld mompelde ze wat woorden als ‘doei’ en trok zich al snel terug door diep in de bank te zakken.
Ilse daar in tegen knuffelde Amelia enthousiast -wie ook nog echt terug knuffelde- en wuifde naar Ada en Hak, waarna ze, ze haast de deur uit duwde en terug kwam lopen naar Sam, die had gestaard naar het hele tafereel.
Nu de rust in het huis was wedergekeerd greep Ilses moeder de kans om de twee dames te overhoren over hun avonturen tijdens de audities.
‘Hoe gingen de audities?’ vroeg ze dan ook.
‘Bij mij ging het goed,’ antwoordde Sam meteen, waarna ze een strenge en dodelijke blik wierp op Ilse, voor het geval ze het in haar hoofd haalde iets vreemds of verkeerds te zeggen, zoals dat haar audities grotendeels geïmproviseerd waren of iets dat te maken had met Hak –direct of indirect, het maakte haar niks uit. Zolang er maar geen woord over gezegd werd, was ze redelijk tevreden. Ze hoopte daarbij ook dat haar blik Ilse niet zou stimuleren om het juist wel te doen, juist hetgeen wat ze vroeg om niet te doen, dat Ilse juist datgene vond dat ze moest vertellen tegen haar moeder. Want Ilse kenende zou ze het misschien in haar hoofd halen indirecte -aangezien alleen Sam het zou snappen als het ging over Hak en niet Ilses moeder- opmerkingen te maken over het liefdesleven van Sam. En dat was één van de vele dingen die Sam nogal irritant vond aan het meisje.
Ilse glunderde haast en dat maakte Sam wat wantrouwig.
‘Was het de auditie die goed ging of was het H-’ voordat Ilse haar zin af kon maken, stond Sam op.
‘Ik ben nogal moe,’ mompelde ze, ‘misschien moeten we maar naar boven gaan,’ hintte ze naar Ilse. Vervolgens liep ze zo snel mogelijk de trap op, waardoor ze al hijgend, met steken in haar zij vanwege haar wond, bij Ilses kamer uitkwam.
Zodra ze de deur opengooide en in de nogal drukke en rommelige kamer van Ilse belandde, stroomde de herinneringen haar hoofd binnen en glimlachte ze weer.
‘Zou het toeval geweest zijn dat we Amelia en Ada tegenkwamen in het bos?’ vroeg Sam, toen Ilse de kamer ook was binnen gekomen en de deur had gesloten. Ilse haalde haar schouders op.
‘Misschien. Maar het was wel heel toevallig als het toeval was.’ Sam fronste haar wenkbrauwen. Het zou zeker heel toevallig geweest zijn, misschien wel iets te opvallend toevallig. Nogal wantrouwig en nieuwsgierig begon ze te peinzen. Alle reeksgebeurtenissen van de afgelopen uren stonden in verband met elkaar, wist ze, want alles had een grote invloed op elkaar gehad. Hak was bij de audities geweest, hij had aan haar gevraagd hoe het gegaan was, Ilse en zij besloten dat ze naar het bos zouden gaan, hoe ze Amelia en Ada daar tegen waren gekomen. Het was haast vreemd als het toeval was geweest, dus ze ging er maar niet vanuit. Maar wie of wat had ze dan naar het bos gelokt? Waarom was iedereen daar geweest? Wat had Hak ermee te maken? Waarom had zijn wapen gelegen in de boomhut, maar had hij schijnbaar twee van die wapens? Vragen overspoelde haar.
Ilse nam plaats op de grond en Sam volgde haar voorbeeld, waarschijnlijk zou er een lange discussie volgen en ze konden het zichzelf maar beter comfortabel maken.
‘Maar denk je dat het toeval was?’ vroeg Sam opnieuw.
‘Ja,’ antwoordde Ilse vertwijfeld, ‘en als het dat niet was dan hadden ze gewoon afgesproken of iets dergelijks. Ze hadden vast niet zulke kwade bedoelingen.’ Ongelovigheid vulde Sams lichaam en ze trok haar wenkbrauwen op, wat Ilse schijnbaar niet ontging.
‘Wat?’ vroeg Ilse onschuldig.
‘Je gooide een steen naar het hoofd van die jongen,’ wees Sam haar droog op de gebeurtenis. Ilse knikte langzaam, alsof ze de woorden voor het eerst had gehoord en het niet zelf had gedaan, waardoor ze alles even tot zich door moest laten dringen. Maar waarschijnlijk wist ze gewoon niets zo snel tegen dat argument in te brengen, vermoedde Sam.
‘Maar hij verdiende het!’ riep Ilse na een tijdje uit, ‘Ik sta het niet toe dat ze iets met je willen doen, wat het ook mag zijn!’
‘Je had best wat harder mogen gooien,’ vond Sam.
‘Ik gooide hard!’ Sam schudde haar hoofd. Ilse gooide helemaal niet hard, ze had veel harder kunnen gooien maar dat durfde ze natuurlijk niet. Ze snapte het wel, maar het was alsnog een beetje irritant dat ze niet eens durfde toe te geven dat ze niet eens haar best had gedaan om hem goed te raken, dat ze waarschijnlijk gehoopt had of verwacht had dat steen zou missen, maar ergens ook rekening hield met de kans dat ze hem wel raakte, wat maakte dat ze dus zacht gooide.
‘Niet hard genoeg, in ieder geval.’
‘Jawel hoor! Ze gingen toch weg?’
‘Dat was alleen omdat ze een fout hadden gemaakt, schijnbaar,’ was Sams tegen argument als verdediging voor haar standpunt, ‘het was niet de bedoeling dat ze een mes staken in mijn zij,’ ze keek verbitterd, ‘en toen gingen ze. Het had niks te maken met hoe belabberd jij de steen gooide in een poging ze weg te jagen.’
‘Maar als ik het niet gegooid had dan hadden ze niet direct een aanleiding gehad om aan te vallen!’
‘En dan had ik nu geen pijnlijke zij gehad,’ besloot Sam.
‘Oh ja… Sorry,’ mompelde Ilse, plots beschaamd, ‘maar Hak had ons moeten verdedigen! Hij had zelfs een wapen, waar hij waarschijnlijk nog goed mee kon omgaan ook! Hij kwam helemaal naar ons toe om nog eens niet te doen en ons niet eens te beschermen, ook! Het is zijn schuld dat je gewond bent, hij had ons tenminste kunnen behoeden voor hun wapens.’
‘Je had hem niet in zijn gezicht moeten slaan,’ Sam leek geërgerd, wat ze ook deels was, anderzijds had Ilse eigenlijk wel gelijk, al wilde ze dat liever niet toegeven aangezien Hak nog steeds haar hartendief was, ‘je had ook gewoon normaal kunnen zeggen wat je vond, hem meteen slaan was niet nodig.’ Ze had zelf eigenlijk niet eens verwacht dat ze dat ooit zou zeggen, maar Hak slaan was gewoon verre weg van acceptabel. En dat moest Ilse maar begrijpen, zodat ze er in het vervolg wat beter over na zou denken.
‘Maar hij verdiende het!' kaatste Ilse terug.
‘Nee, hij heeft niks verkeerd gedaan!’ Waarom begreep Ilse nou niet dat het misschien niet het beste moment was om Hak te gaan beledigen? Ze waren toch over een ander onderwerp aan het praten?
‘Jawel, hij heeft ons niet beschermt!’
‘Dat deed jij anders ook niet!’ De twee keken elkaar mokkend aan.

Reacties (1)

  • Samanthablaze

    Hey hey hey Ilse en ik zijn wel wat liever voor elkaarxD

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen