Foto bij •• Hoofdstuk 2.15


Er viel een stilte, dit keer omdat Sam niks zei. Wat had ze te zeggen? Ze wist niet eens of ze Amelia geloofde, laat staan dat ze wist wat ze zou moeten doen of wat ze überhaupt kon doen. Moest ze om details vragen? Was daar wel tijd voor? Moest ze Ilse nu meteen waarschuwen? Maar wat moest ze dan zeggen, dat Amelia haar had gewaarschuwd, terwijl ze zelf niet eens snapte hoe het meisje aan die informatie was gekomen en waarom ze haar precies waarschuwde?
‘Nu?’ onzekerheid weerklonk in Sams stem en ze haatte het al voordat de woorden haar mond hadden verlaten. Waarom zou ze bang zijn? Waarschijnlijk had Amelia zich gewoon vergist, ook al leek haar dat sterk. Sam zou het gewoon kunnen geloven, er maar vanuit kunnen gaan, maar daar schoot ze nu niks mee op. Misschien maakte dat haar angst juist wel goed. Al was het niet echt per se dat het haar zoveel uitmaakte. Als ze maar niet zwak klonk. Ze wilde geen breekpunt hebben, dat mocht niet. Niet meer.
‘Ze zijn onderweg,’ Sam voelde een rilling over haar rug kruipen, ‘ik weet niet naar welk huis. Ik weet niet naar wie van jullie ze gaan,’ haar stem klonk haast wanhopig, ‘ik snap niet wat ze van jullie willen. H-Hij stond opeens voor mijn neus, vertelde dat ik er niet over mocht praten behalve met jou. Hij gaf me je nummer,’ hij? Wie was hij? Sam wachtte tot Amelia verder praatte. ‘Die jongen, met dat wapen die opeens op dook…’
‘Hak,’ Sam staarde naar haar vingers, alles werd ingewikkeld nu, ‘enig idee hoe hij aan mijn nummer gekomen kan zijn?’
‘Hij heeft Ilse gebeld.’
‘Hij, WAT?’
‘Haar huistelefoonnummer, via de musical. Ik weet niet precies hoe hij er aan gekomen is, maar hij zei dat Yona’s moeder-’
‘Anne-Mirthe.’
‘Yona de opdracht had gegeven om Ilses huistelefoonnummer te achterhalen. Waarschijnlijk heeft ze ernaar gevraagd, gewoon omdat ze zei dat ze een goede vriendin van haar was en haar nummer nodig had omdat ze het was kwijtgeraakt en ze Ilse zelf niet kon bereiken of iets dergelijks.’
‘Ze zouden het nooit zomaar geven…’
‘Yona gaf het door aan Hak en belde Ilse voor jouw nummer.’
‘En die gaf ze gewoon?’
‘Nee, ze werd enorm kwaad.’
‘Maar hoe heb je mijn nummer dan?’ Sam keek zenuwachtig in het rond, als ze onderweg waren, die mensen van gisteren, dan had ze nu waarschijnlijk niet zoveel tijd meer om te kletsen met Amelia.
‘Ik belde eerder met Ilse dan Hak, Hak gaf me Ilses nummer ook, hij had al verwacht dat ze het niet zou geven.’
‘Maar waarom belde hij dan alsnog, als hij mijn nummer al had via jou?’
‘Geen idee.’
‘En hoe weet je van de musical?’ wantrouwig staarde Sam naar het raam, naar de straat. Niemand.
‘Hij vertelde het vaag.’
‘Waar is hij nu dan?’
‘Ik weet het niet.’
Sam zweeg even, ze dacht een geluid te horen, maar waarschijnlijk had ze zich het gewoon ingebeeld.
‘Ik ga naar Ilse, nu meteen,’ besloot ze.
‘Ne-’ Maar Sam hing al op voordat Amelia kon uitpraten en stormde de trap af, waarna ze haar jas van de kapstok trok en de voordeur open gooide. Gelukkig hoorde ze niemand van het gezin vragen waar ze zo haastig heen vertrok, wat betekende dat het waarschijnlijk wat langer zou duren voordat ze er achter zouden komen dat ze niet in het huis was.
Nu haatte ze het dat Ilse zoveel straten verder op woonde, al was het slechts twintig minuten lopen, nu ze zo hard sprintte voelde ze wel dat haar conditie door haar zij absoluut verslechterd was en ze durfde geen aandacht te besteden aan het gevoel dat er een warme vloeistof langs naar zij stroomde, want ze vermoedde dat de wond open was gegaan -immers had het nog niet genoeg tijd gehad om dicht te gaan. En een bloedde zij kon ze zich nu even niet veroorloven, dus ze negeerde het maar gewoon.
Ze schrok zich bijna dood toen ze opeens achterover werd geduwd door een kracht waar ze tegen aan botste.
Zodra ze haar nu redelijk geschaafde handen op de grond zette en zich overeind duwde, merkte ze dat die kracht niet zomaar iets was. Ilse stond voor haar neus, even geschokt als Sam zelf. Waarschijnlijk had ze niet verwacht dat Sam met een rotvaart tegen haar aan zou rennen.
‘Ze,’ Sam hijgde nog van het rennen, ‘die mensen van gisteren. Ze komen. Amelia waarschuwde me.’
‘Wat?’ vroeg Ilse, duidelijk in de war gemaakt van die plotselinge informatie. Sam had die reactie verwacht, maar er was geen tijd voor uitleg. Ze had teveel tijd verspilt aan het bellen voor uitleg met Amelia, ze zou het later wel uitleggen aan Ilse.
Waar een fractie van een seconde geleden nog Ilses hoofd was geweest, die ze net de andere kant naar Sam had opgedraaid, zoefde nu een werpster. Het wapen had zo een vaart gehad dat het, ondanks dat het Ilses gezicht net niet geraakt had, wel een snee had veroorzaakt op Ilses wang, waar nu vloed uit droop.
Een tweede werpster die zijn doel niet meer kon missen kwam op Sam af, maar net voordat hij in aanraking zou komen met haar lichaam, was er een vreemd soort wapen voor haar gezicht geschoven die met een sterke kracht het wapen afwierp. Ze wist dat niemand anders zo een vreemd wapen had, wat leek op een kruising tussen een zwaard en een bijl en ze wist ook dat niemand anders een werpster met zo een vaart had tegen kunnen houden, dan Hak. De gespierde jongen stond naast haar en Sam kon geen enkel spoor van vermoeidheid vinden op zijn gezicht, niets dat vertoonde dat het hem moeite had gekost om met zo een enorm krachtige greep rond zijn wapen en de kracht die zijn benen en armen had op moeten vangen en af had moeten weren, dat het hem iets had gedaan. Het leek haast of zijn spieren niet eens aangespannen waren geweest, alsof hij altijd al zo een kracht had bezeten.
Nu vroeg Sam zich echt af waarom hij hen niet had beschermt in het vorige ‘gevecht’, maar ze had nu geen tijd om daarover na te denken. Er stonden dit keer namelijk geen vier mensen voor haar, zoals het eerst was geweest, maar vijf. Ze telde vier meisjes, één jongen. Haar blik bleef rusten bij het nieuwe meisje.
Ze wist dat Hak haar ook had gezien, ze zag hem wat terug deinen. Ze snapte wel waarom, het meisje keek haar aan. Een vreemde soort woede deed zich voor in haar ogen, net alsof vlammen brandde in haar pupillen. Sam wist wie het was. Ze wist niet waarom ze hen verraadden had of waar ze zich überhaupt bij aangesloten had. Ze wist niet waarvoor ze vechten, maar er was één ding wat ze wel wist. Ze was niet bang. Ze zou dit gevecht winnen.

Reacties (1)

  • Samanthablaze

    werpster

    VALERIE

    AAAAAHHH HOLLY LEEFT EN AAAAAAAAAAHHH HARTENDIEVEN

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen