De eerste schrijfopdracht voor de schrijfwedstrijd "The Truth" hier op Quizlet. Hieronder het raadsel en de door mij gekozen oplossing, welke ik in het verhaal moest verwerken.

Raadsel
Een vrouw veegt een rode vloeistof van een mes af, terwijl een glimlach haar gezicht siert. Ze had haar man eerder die dag gezegd dat ze geen geheimen voor hem had, al was dat gelogen geweest. Daarom bergt ze het mes snel op, zodra ze de man vanuit haar ooghoek ziet aankomen.

Oplossing 2
De vrouw bereidde het avond eten, maar was daarbij wat uitgeschoten, waardoor ze stootte tegen het wijnglas op het aanrecht. Snel ruimde ze de scherven op, veegde de rode wijn -wat de inhoud van het glas was geweest- van het aanrecht en haalde opgelucht adem zodra alles schoon was. Maar pas toen ze hoorde dat haar man thuis kwam, omdat ze het gedraai van een sleutel in de voordeur kon horen, viel haar oog op het mes. De wijn was ook over haar mes gegaan.
Haar man mocht niet weten dat ze wijn had gedronken, want ze hem vertelt had dat ze niet meer dronk. Immers was het nog steeds drinken van wijn, haar geheim en hoorde hij dat niet te weten te komen.

De vrouw kijkt me aan en ik heb niet eerder zo’n verwilderde blik gezien. Haar grote, kastanjebruine ogen zouden gewoonlijk ongetwijfeld rust en liefde uitstralen, maar nu is er niets van dat alles te zien. Ik veeg mijn klamme handen af aan mijn witte jas en slik de brok in mijn keel weg, voor zover dat mogelijk is. Deze gesprekken blijven het moeilijkst van mijn werk.
‘Mevrouw…’
‘Laat me met rust bitch.’ Ze zet haar tanden in haar gebarsten onderlip en duwt zich met haar armen omhoog.
Voorzichtig houd ik haar tegen door mijn hand op haar ranke schouder te leggen. ‘Mevrouw, u moet blijven liggen. Ik snap dat de afgelopen uren heftig voor u zijn geweest en het spijt me, maar ik kan niets anders dan u het vertellen. U…’
‘Ik zei’, de ogen van de vrouw lijken richting zwart te verkleuren, ‘dat je me met rust moest laten. Ik wil weg hier.’
‘Dat kan niet.’
‘Moet jij ’s opletten!’ Ze duwt zichzelf opnieuw omhoog, maar zakt dan terug. ‘Oké.’ Ze heft haar handen en ik kijk naar de littekens van dik, roze weefsel op haar polsen. Beschaamd wend ik mijn blik af. Deze vrouw zal het al ontzettend zwaar hebben gehad in haar nog jonge leven en nu dit erbij. Ik neem me voor de psychologe uit het ziekenhuis te betrekken na het slechte nieuws.
‘U heeft uw kindje verloren tijdens deze heftige gebeurtenis. Het spijt me.’
De vrouw vloekt en barst dan in huilen uit. De dikke tranen vloeien over haar wangen en zacht prevelt ze iets. Haar stem klinkt plotseling breekbaar, in plaats van hard en rauw.
‘Het spijt me,’ herhaal ik, omdat ik nooit de goede woorden kan vinden. ‘We hebben gedaan wat we konden.’
Plotseling verzacht de blik van de jonge vrouw, waarna ze haar ogen neerslaat.
Ik ga op de simpele, houten stoel naast het bed zitten en ik ben er dankbaar voor dat mijn dienst officieel al is afgelopen. Zwijgend scheld ik de man van deze dame uit. Waar is hij als zijn vrouw hem nodig heeft? Toch kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om deze vrouw alleen te laten.

‘Heb ik echt een miskraam gehad?’ De vrouw slaat haar ogen open. De wilde blik is verdwenen. Het is net alsof de rust iets is wedergekeerd nu ik haar het slechte nieuws heb verteld.
Voorzichtig knik ik, terwijl ik haar een glas water aanreik als ze begint te hoesten.
Ze neemt een slok en schudt langzaam haar hoofd. ‘Ik ben drieëndertig en ik wil al zolang ik weet moeder worden, maar…’ Ze krimpt ineen. ‘Laat het me alsjeblieft uitleggen, maar ik ben zo blij.’ De vrouw begint te huilen. Haar bruine haar hangt in sliertjes langs haar gezicht, wat haar een onverzorgd uiterlijk geeft. Een voortand is afgebroken, haar lippen zijn gebarsten.
Ik leg mijn hand op haar schouder. ‘Wat is er aan de hand?’
Ze kijkt op en veegt haar tranen weg. ‘Ik wilde niet zwanger zijn. Niet van hem. Hij…’ Ze kokhalst. ‘Een kind zou niet veilig zijn geweest bij hem.’
‘Nee?’ Het liefst zou ik alle informatie in één keer uit haar trekken, maar ik heb geleerd dat ik heel voorzichtig moet handelen in dergelijke situaties en zelf rustig moet blijven. Bovendien had ik het vermoeden al dat haar letsel niet van een ongelukkige val kwam.
‘Is hij al geweest?’ Ze krimpt ineen.
Ik schud mijn hoofd. ‘Ik blijf bij je, er kan niets gebeuren. Vertel maar, wat is er gebeurd?’
De vrouw begint te rillen, waarna ik opsta en een deken van het bed naast haar pak. Ik leg de gele deken over haar bovenlichaam. Ze glimlacht dankbaar, al is het flauwtjes.
‘Hij is vijf jaar ouder dan ik ben en is een aantal keren op uitzending geweest. Naar oorlogsgebieden. Toen kende ik hem nog niet en hij wil er niets over zeggen. Ik weet zeker dat hij getraumatiseerd is, maar hij heeft geen hulp nodig, zegt hij. Een kind is niet veilig bij iemand die zichzelf niet onder controle kan houden.’
‘Een vrouw wel?’ Ik schrik van mijn eigen reactie, aangezien het me ontglipt zonder dat ik er over na heb gedacht.
Ze kreunt en vouwt haar handen tegen haar buik. Dan schudt ze haar hoofd. ‘Maar ik kan het wel hebben. Ik laat me niet zomaar ondersneeuwen. Zo’n weerloos baby’tje kan zich niet verzetten.’ Ogenschijnlijk kalm ademt ze uit. ‘Ik walg van mezelf. Ik wilde het kindje niet. Tenminste: ik wilde het beschermen, maar dat kan ik niet. Ik heb nagedacht over een abortus, maar mijn man wist al dat ik zwanger was, dus dat zou niet kunnen. Begrijp me niet verkeerd, ik wil dolgraag moeder worden, maar dan wil ik hem of haar ook een liefdevolle, warme opvoeding kunnen bieden. Dat lukt me niet, niet bij hem in de buurt. Je hebt vast mijn littekens al gezien, die aan de buitenkant. Dat gebeurde er als ik het niet meer aankon. Een agressieve vader en een labiele moeder: welk kind zou daar gelukkig van worden? Ik wil niet dood, ik wilde hem of haar niet dood, maar ik wil geen pijn. Niet voor mezelf, niet voor het kindje. Daarom ben ik opgelucht, maar zelfs daar schaam ik me voor.’ Ze haalt diep adem. ‘Ik las dat alcohol de kans op een miskraam vergroot. Vanavond was ik stamppot aan het maken, omdat mijn man dat lekker vindt. Ik vind het niet te eten, maar goed. Ik heb bijna twee flessen rode wijn leeg gedronken. Nee, leeg gezopen. Ik stootte het laatste glas om en het viel overal overheen. Vluchtig heb ik het opgeruimd en ook het mes nog schoongemaakt. Ongelooflijk hè? Ik maakte het lemmet schoon en vervolgens heb ik…’ Ze kijkt me met grote ogen aan. ‘Ik heb mezelf echt gestoken hè? In mijn buik. Ik ben een moordenaar.’ Haar ogen blijven wijd open staan en ik zie haar hartslag veranderen op de monitor.
‘Chronische stress en angst doet veel met een mens.’ Ik pak haar hand vast en knijp er zacht in. ‘Dat je dit als enige uitweg zag, is ongelooflijk verdrietig. Maar je bent veilig hier en we gaan ervoor zorgen dat je na je herstel naar een passende plek kunt.’
‘Ik ga gewoon weer terug hoor.’
‘Waarom?’ Ik onderdruk de neiging mijn handen te heffen en tegen haar te schreeuwen.
‘Hij redt het niet zonder mij.’
‘Luister alsjeblieft naar me. Het is tijd om voor jezelf te kiezen. Jij bent niet verantwoordelijk voor zijn levensgeluk, alleen voor dat van jezelf.’ Gewoonlijk smeek ik niet, over het algemeen geef ik geen levensadviezen, maar dit gebroken hoopje mens lijkt iemand nodig te hebben waar zij eens op kan leunen.
Ze schiet overeind en schreeuwt het daarbij uit van de pijn. Direct weet ik dat het niet slechts fysieke pijn is, maar de rauwe emotie van verdriet en onmacht. ‘Ik had het mes in de lade gelegd toen ik zag dat hij thuis kwam. Ik heb mezelf niet verwond. Dat moet hij hebben gedaan.’ De tranen rollen over haar bleke wangen, maar ze snikt niet. De emotie overvalt haar, maar ze lijkt er niet eens aandacht voor te hebben.
‘Kun je het aan als er twee agenten komen om je verhaal aan te horen?’ Ik veeg haar tranen weg.
‘Als jij blijft.’ De vrouw lijkt zwaar vermoeid, terwijl ze de afgelopen uren alleen maar geslapen heeft. ‘Weet je dat je de eerste bent die voor me zorgt? Dankjewel daarvoor.’
‘Dat is mijn werk, mevrouw.’ Het voelt afstandelijk om haar niet bij haar naam te noemen, maar ik weet dat ik een manier moet vinden om niet haar pijn te dichtbij te laten komen. ‘Ik doe het graag.’
‘Je weet niet wat het voor me betekent. Blijf alsjeblieft bij me. Ik zal het vertellen. Alles.’ Haar adem stokt in haar keel. ‘Als me dat lukt, zijn de gevolgen niet te overzien.’ Haar blik is leeg.
‘Je kunt weer gaan leven.’ Ik wenk de agenten in burger die al de hele nacht staan te posten en ik ben blij dat deze vrouw zich eindelijk, voor het eerst in haar leven, veilig kan voelen.
‘Ooit word ik een goede moeder.’ Een voorzichtige glimlach breekt door op haar gezicht.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen