Dit is hoofdstuk 1

Er zijn wel eens tijden geweest dat ik me beter voelde. Ik lag in een ruimte die donker was. Om de 4 seconden hoorde je een piepje. De gordijnen van het enige raam in de ruimte wiegden op en neer. Ik ademde langzaam en soms tilde ik mijn hoofd op als ik een geluid hoorde. Soms kwamen er een paar mensen bij me kijken of ik al wakker was, ik deed altijd alsof ik nog sliep. Ik had geen zin om de waarheid te weten waarom ik hier lag. Eens in de 4 dagen kwam er ook bezoek. Ik had geen familie zo ver ik wist, maar toch kwamen er altijd een paar mensen op bezoek: een lange man met een pak aan en een sigaret in zijn mond, en een vrouw die altijd keek alsof ze op het punt van sterven stond. Ik lette nooit op de mensen en negeerde hun als ze mijn kamertje binnen kwamen. Alle doktoren wisten niet wat ze met me moesten doen. Ik was stil, ik wou niks vertellen, ik deed alsof ik sliep, ik wou niet meewerken aan prikken, ik wou niet eten, ik wou niet drinken… Ik weet eigenlijk niet waarom ik zo eigenwijs doe. Waarschijnlijk heeft iets me aangetast bij het ongeluk dat ik heb gehad. Ik zou niet weten wat er is gebeurd, maar dat hou ik liever zo. Ik was niet echt nieuwsgierig over waarom ik hier lag. Eens in de week kwam er een zuster naar me toe en die vroeg of ik mijn geheugen begon terug te krijgen. Ik wist niks meer en ik loog niet naar haar. Ik zei iedere week precies het zelfde tegen Bente; Ik weet niks, ga maar weer iets anders doen. Elke keer nadat ik dat zei ging ze op de stoel naast mijn bed zitten. Ze pakte dan mijn hand vast en bleef ze 5 minuten op mijn kamertje. Dan liet ze mijn hand los en liep ze naar de deur en zei toen zacht: Meneer Houghton ik ga weer, gaat u maar weer slapen. Dan liep ze weg en en deed ze de deur zachtjes dicht. Ik zuchtte. Het ziekenhuis was niet eens zo heel slecht. Ik ging langzaam iets rechter zitten in het bed. Uiteindelijk moet ik toch weg uit het ziekenhuis. Ze zullen me een keer uitsturen… Ik zuchtte opnieuw. Ik klikte op het rode knopje naast het bed. Ik wachtte 10 seconden en er kwam al iemand naar mijn kamertje. Het was Bente: Kan ik iets voor u doen meneer Houghton? Ik knikte en zei toen: Ik wil weten wat er met me is gebeurd toen ik het ongeluk kreeg. Ik wil weten wat er is gebeurd. Ik wil weten of de pijn weg gaat. Bente keek me met open mond aan: Sinds waarneer wilt u dit allemaal weten Meneer Houghton? Ik dacht dat u het niet wou weten… Ik knikte en zei toen: Eerst niet nee, maar ik weet dat jullie me er vroeg of laat een keer uit het ziekenhuis sturen. Ik wil de waarheid weten. Bente knikte en zei: Ik laat u het zien.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen