|| Romijn Lois ||

Zuchtend, met mijn blik op oneindig, zat ik met mijn achterwerk, op de achterbank, van de rijdende taxi. Mijn wenkbrauwen ligt in een frons gedrukt, luisterde ik naar de muziek dat door de dopjes schalde. Ruw drukte ik op een knopje van mijn Mp3 speler. Het device versprong van tekst, en was er een andere melodie van muziek te horen. Mijn blik wat juist nog op de weg gefixeerd was, had ik ervan los getrokken. Verveeld keek ik naar de chauffeur die de taxi bestuurde. Vanaf de achterbank, had ik goed zicht op zijn achterhoofd.
Zijn grijskleurige haren stonden wild piekend op zijn hoofd, ineens voelde ik mij bekeken worden. Gleden mijn ogen richting de achteruitkijkspiegel waar de chauffeur zijn blik had in doen werpen. Bewonderend, nieuwsgierig, achterdochtig keek de oude, man mij vragend aan. Zijn dof staande grijze ogen, brede warrige wenkbrauwen, gerimpelde gezicht, en gescheurde lippen, keken mij op een aparte manier aan. Alsof de man mij probeerde te lezen, mij te doorgronden. Na een stilte, vormde zijn lippen enkele woorden.
Ik trok de dopjes muziek uit mijn oren, 'u zei' was mijn hese stem.
'Het gaat mij wellicht niets aan, maar waarom wordt u naar La-Push Instituut gestuurd' de oude man fronste zijn wenkbrauwen, vragend, oprecht nieuwsgierig, bewonderend keek de man mij nauwlettend afwachtend aan. Ik fronste mijn wenkbrauwen, beet op de binnenkant van mijn wang, nam een nieuwe frisse teug lucht. Dat was mijn verleden. Geschiedenis.
'Ze zeggen geboren te zijn' mompelde ik hees, antwoordend op de vraag van de oude man.
Alsof het mij niets deed, gooide ik in een sierlijke beweging wat los geschoten plukken haar over mijn schouder. Stopte ik de dopjes muziek in mijn oren en drukte vervolgens op het knopje play.


Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen