|| Romijn Lois ||

Verwonderend stond ik in mijn kamer, mijn onthaal was op ze zacht uitgedrukt, onbeschoft. Maar beschaafder dan bij Azgeda en Skykru. Ik werd niet vast geketend, niet verminkt, en of andere schade aangedaan. Ze sloten mij op, in een kamer. Een kamer dat gevuld stond met een groot Tweepersoonsbed, bij passende nachtkastjes, opbergkasten, dressoir, een driehoekbureau met een bijpassend bureaustoel, en een redelijk grote kledingkast.
Alles hadden ze op elkaar afgestemd. De meubels, meubilair, hadden ze gecombineerd.
Verwonderend begon ik mij tassen van mijn lichaam te trekken.
Aan deze kamer zou ik wel kunnen gaan wennen. Dit liet het mij een stuk comfortabeler maken. Mijn weekendtas open geslagen op bed begon ik mijn kleren in de kasten, laden te steken. Mijn zwaarden, messen, en andere Trikru gereedschap, had ik mooi weten te verbergen achter een losse plank in de muur. Een plek waar de mensen niet zo snel zouden gaan kijken. Mijn persoonlijke spullen begon ik op de kasten, dressoir en planken in mijn kamer te plaatsen. De sfeer wat meer thuis brengend, knikte ik keurend. Het was nog niet geheel Romijn, ik!
Maar dat zal met de tijd komen.
Een krakend geluid deed mij opschrikken. Mijn slaapkamerdeur, was geopend, en in mijn deuropening stond een gedaante. Op de tippen van mijn tenen draaide ik mij naar het gelaat. Liet mijn ogen kritisch, afwachtend over het lichaam glijden. Een gespierd, roestbruin, lang, persoon stond voor mij, zijn breed gespierde armen, afgetraind lichaam deed mij licht doen blozen. Zijn warme huidskleur, deed mij nieuwsgierig maken naar het zicht.
'Ik ben Embry Call' begon de warme tropische vriendelijke stem die ik eerder had gehoord.
'Het spijt mij je gelijk op je kamer te zetten' sprak de jongeman verder.
'Goed, ik zie dat je al bezig bent met uitpakken' de man fronste zijn wenkbrauwen. Dit gaf mij het teken hem verder te bewonderen, te bekijken. Hij liep stapvoets, haast schuifelend door mijn kamer heen. Naar de plekken waar ik al wat spullen had neergelegd. Ik hield hem nauwlettend in de gaten, zo op het eerste gezicht had hij warme hazelnootkleurige ogen, een streng, rechtvaardig, vriendelijk innerlijk.
'Ik heb een map voor je meegebracht. Hierin staan de regels van het instituut, en zo nog wat belangrijke informatie' sprak de man genaamd Embry Call, nadat hij merkte dat ik niet geïnteresseerd was. Legde de man de gele map op mijn bureau, gaf nog een vluchtige blik mijn kant in, waarop ik mijn blik direct afwendde. 'Goed, als er een blauw lampje gaat branden bij je deur, is het etenstijd' knikte de man wijzend, naar een vreemd systeem bij mijn slaapkamerdeur. Ik fronste kort mijn wenkbrauwen, knikte maar op zijn woorden, en hoopte vurig dat de man zou vertrekken.



Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen