Kil kijk ik de man aan met mijn rode ogen. Moet ik nu báng zijn? Uitdagend trek ik een wenkbrauw op. Hij staat voor zijn vrouw die twee kleutertjes dicht tegen haar aandrukt. Het zijn twee meisjes die dezelfde huidskleur hebben als hun vader en moeder en ook hun zwarte haar hebben ze van hun geërfd. "Billy?" Hoor ik de vrouw zeggen. Het komt eruit als een bang gepiep. "Lieverd, hou Rachel, Rebecca en Jacob dicht bij je en zorg dat je kunt ontsnappen moest dat nodig zijn ik houd haar zolang wel bezig..." Hij zegt het zo zacht. Ieder ander normaal mens zou het niet hebben gehoort laat staan verstaan. Maar ik ben geen normaal mens. Hij had het over drie anderen buiten hun tweeën. Wie zou dat zijn ik zie alleen maar twee meisjes? Ik kijk wat beter naar het angstige hoopje. Nu zie ik het pas. In de armen van de jonge vrouw ligt een baby van ongeveer drie weken. Ach wat maakt het ook nog uit? Ik heb honger! Als een kat die speelt met haar prooi zo speel ik ook met hun. Ik blijf gewoon waakzaam voor hun staan. Klaar om aan te vallen bij de kleinste beweging. Genietend van hoe zij daar stonden. Te baden in het angstzweet. Ze wisten niet waneer ik zou toeslaan. Daar stond de man met zijn armen beschermend om zijn jonge gezin heen. Moest ik niet zo'n honger hebben ik zou me doodgelachen hebben. Het was echt net zo'n film cliché. Ik lik met het puntje van mijn tong over mijn bovenlip om ze nog meer op stang te jagen. "Billy wat gaat ze doen? Gaat ze ons opeten?" Licht geïrriteerd keek ik haar aan. Natuurlijk mens, wat denk je nu zelf dat ik hier voor de barbecue ben? Wil ik zeggen maar hou me nog net op tijd in om de bijna zichtbare spanning die in de lucht hangt niet te verbreken. Dat zou jammer zijn want ik manipuleer mensen graag daar ben ik toevallig heel goed in en ik weet dat dit moment voor hun onverdraaglijk is. Voor hun lijkt elke seconde uren te duren en ze kunnen bovendien niet de hele dag onbeweeglijk blijven staan. In tegenstelling tot mij, ik zou de hele week als een standbeeld in dezelfde positie kunnen blijven staan. Iedereen lijkt te weten dat ik bij de minste beweging ga toeslaan. Zelfs de kleuters huilen zonder geluid. Maar de vrouw kan het niet meer aan en beweegt. Één milliseconde houdt iedereen zijn adem in. De vader en de moeder van de spanning de meisjes omdat hun moeder bewogen heeft het pasgeboren babytje omdat hij bijna verstikt wordt doordat zijn moeder hem zo dicht tegen zich aangedrukt houdt, en ik? Ik omdat dat mijn laatste ademteug is voordat ik iedereen in dit huis vermoord. Maar net voordat ik hen wil bespringen verander ik van gedachten. Ik laat mijn ietwat gespannen houding varen en loop langzaam maar gracieus en met precisie op hun af. De man probeert zijn gezin dapper te beschermen maar is machteloos tegenover mijn kracht. De meisjes ruk ik uit de vrouw haar armen. Smijt ze in de oude zetel en richt me dan op de jonge vrouw en haar zoontje. Als ik dicht genoeg ben pak ik haar bij haar keel vast en trek haar zo naar me toe. Ik doe het niet te hard zodat ze nog kan ademen. Het is leuker als het bloed nog vol zuurstof zit en op volle vaart door de aderen stroomd. Bliksemsnel zet ik mijn tanden in haar nek. Het warme bloed blust het brandende gevoel in mijn keel een beetje maar net niet genoeg om het te laten verdwijnen. Ik slinger haar lichaam weg. Ik kijk even rond. Wie zou ik nu vermoorden? Een gemene grijns verschijnt op mijn gezicht als ik naar de man kijk die met een van afschuw en verdriet vertrokken gezicht kijkt naar zijn morsdode vrouw. Dat brengt me op een idee. Ik loop naar het lichaam van de vrouw en neem het pasgeboren kind uit haar armen. Ik wil mijn mond net naar zijn keeltje brengen als ik in zijn ogen kijk. Ze zijn warm donkerbruin en lijken wel gesmolten chocolade. Voor het eerst sinds mijn nieuwe leven voel ik weer een warm gevoel door mijn koude lichaam gaan. Voor het eerst voel ik mijn versteende gezicht iets verzachten.Zonder er bij na te denken spring ik met hem door het vensterraam naar buiten.Ik ren zo snel ik kan en verschans me in een boom.Ik kijk weer naar het fragiele kereltje in mijn armen. Gefascineerd kijk ik ernaar. Ik weet niet hoelang ik al naar hem zit te staren als hij plots zijn mond opentrekt en hartverscheurend begint te huilen. Paniekerig kijk ik om me heen. Ik wist niet wat ik moet doen. Ik spring uit de boom en laat mijn benen me ergens naartoe leiden. Als ik mijn bestemming heb bereikt zie ik dat het het huis is waar ik die vrouw heb vermoord. Wat doe ik hier? Vraag ik mezelf af. Het jongetje begint weer te huilen. "Ja.. Jacob..? Klinkt een gebroken stem vanuit het huis. Geschrokken kijk ik om me heen in de hoop te kunnen vluchten. Als ik voetstappen de trap af hoor denderen weet ik niet wat ik moet doen. Één seconde voordat de deur wordt opengedaan leg ik kleine Jacob voor de deur neer en spring in een boom. Met steken op de plaats van mijn hart kijk ik toe hoe hij door zijn vader wordt opgepakt en het huis in wordt gedragen. De vader kon het niet geloven dat het echt zijn zoon was. Waarschijnlijk dacht hij dat die ook vermoord was. Nog even blijf ik roerloos zitten luisteren hoe het jongetje met licht gejuich terug wordt opgenomen in de familie. Daarna kom ik in beweging en sprint weg. Mijn laatste gedachte is: weg van deze verschrikkelijke plek.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen