Foto bij 3.1

Er was iets heel akeligs aan de kerkers van het kasteel. Ja, het waren kerkers, ze hoorden beangstigend te zijn, ze hoorden je het gevoel te geven dat je hier zeker nooit wilde belanden, maar toch… Er hing een sfeer die River nog nooit eerder had gevoeld. Hij wilde niet langer grimassen doordat hij met walging werd gevuld door het aanzicht van de grimmige cellen. Nee, hij wilde gewoon weglopen.
      Hij was bang.
      ‘Wie gingen we ook al weer bezoeken?’ Bezoeken was misschien een misplaatst woord, het deed uitschijnen dat ze langs gingen in een ziekenhuis om een geliefde te bezoeken. Het woord omvatte niet echt wat ze precies zouden doen: een cel binnenstappen en staren naar een monster.
      ‘Rowan,’ antwoordde Kyan zonder River aan te kijken. Zijn gezicht was geforceerd in een neutrale stand, maar zelfs River zag met zijn kleine portie mensenkennis dat Kyan zijn best moest doen om de angst te verbergen.
      ‘Wat heeft hij gedaan?’ River had het eerst niet durven vragen, maar nu ze zijn cel steeds dichter naderden, moest hij het weten. Hij moest zich op de een of andere manier kunnen voorbereiden op wat hij te zien zou krijgen.
      ‘Wat hij gedaan heeft maakt niet uit.’
      River bleef staan, koppig als hij altijd was geweest. ‘Het maakt wel uit. Ik wil me een beetje kunnen voorbereiden op de persoon die ik ga zien, als u dat niet erg vindt.’
      Kyan klemde zijn kaken op elkaar en draaide zich om, zodat hij River met een vernietigende blik kon aankijken. In eerste instantie voelde River de neiging om achteruit te deinzen, maar toen merkte hij dat de vernietigende blik niet helemaal op hem gericht was. Het was eerder alsof Kyan zichzelf iets kwalijk nam. ‘Ik praat er niet graag over,’ zei hij. ‘Het ligt gevoelig.’
      ‘Je kunt me niet gewoon in het duister laten tasten.’ Rivers onzekerheid sloeg terug toe en hij slaagde er niet langer in Kyan aan te kijken. Hij wendde zijn blik af en mompelde: ‘Je zei gisteren dat ik hem moest zien, dat ik voor hem moest oppassen, dat ik aan hem moest denken bij iedere beslissing die ik ooit zal nemen… Maar wie is hij? En wat heeft hij gedaan om zo te worden?’
      River zag hoe Kyan terug tot rust kwam. Zijn ademhaling werd minder gehaast en hij trok zijn schouders niet langer krampachtig op. ‘Vind je het heel erg als ik dat pas na ons bezoek vertel?’
      ‘Waarom niet nu?’
      Kyan kwam terug in beweging en River moest even zijn pas versnellen om terug naast hem te kunnen lopen. ‘Waarom?’ drong hij aan. Als Kyan nu niet zou antwoorden, zou hij het gewoon laten voor wat het was. Hij hield er niet van om aan te dringen bij een persoon die zoveel macht had als Kyan.
      ‘Omdat ik het niet aankan. Rowan mag geen enkel teken van zwakte zien, want zodra hij ook maar één sprenkeltje onzekerheid ziet… slaat hij toe.’ Bij die laatste paar woorden verhief Kyan zijn stem om het dramatische effect kracht bij te zetten. River bleef even staan, keek angstig om zich heen en beende daarna weer bij.
      ‘Is het dan wel zo verstandig om mij op hem af te sturen?’ vroeg hij. ‘Ik… ben niet bepaald een zelfzekere persoon.’
      ‘Dan is het simpel: kijk hem niet aan, en negeer alles wat hij zegt.’ Kyan bleef zo plots staan dat River, die vlak achter hem had gelopen, lichtjes tegen hem aanbotste. ‘We zijn er,’ meldde de koning. Ze stonden vlak voor een gigantische, zwarte deur, die versierd was met allerlei zilveren kronkels die woorden vormden in een taal die River niet sprak.
      ‘Wat staat er?’
      ‘Spreuken,’ zei Kyan. ‘Om hem zeker en vast binnen te houden.’ Kyan legde zijn hand op de deur en de zilveren woorden lichtten wit op. Het licht was zo fel dat River zijn ogen even moest afschermen. Zodra de hal weer gevuld werd met duisternis, keek hij naar Kyan, die de deur geopend had en gebaarde dat River moest volgen.
      Daar, in een kamer die geen enkele natuurlijke bron van licht toeliet, hing Rowan aan het kruis. Hij was vastgebonden met… dingen die iets weg hadden van een combinatie tussen een slangenlichaam en een boomwortel, maar dan zeker vijf keer zo dik. Zowel het materiaal dat hem aan het kruis hield gebonden als een deel van het kruis zelf (maar in mindere mate, waardoor River niet kon zeggen of het kruis zelf licht gaf, of het gewoon de reflectie was van de andere lichtbron) gaven een fel, onnatuurlijk groen licht af in dezelfde kleur als Rowans ogen.
      Rowan lachte en in tegenstelling tot wat River had verwacht was het geen woeste, beschuldigende, bespottende of waanzinnige glimlach, maar eerder een trieste glimlach, waar toch iets van vriendelijkheid in verborgen lag. ‘Hoi, Kyan. Sinds wanneer heb je een nieuwe zoon?’
      River had niet verwacht dat hij zo snel door de mand zou vallen. Kyan had deze uithaal duidelijk ook niet verwacht, want hij stond met zijn mond vol tanden.
      ‘Ik dacht dat Connors tweelingbroer bij de geboorte overleden was. Waar is Connor trouwens? Is hij er eindelijk vandoor gegaan? Dat werd tijd. Niets dan last met Connor.’
      ‘Zwijg, Rowan,’ beval Kyan, maar in zijn blik kon River aflezen dat Rowan er niet eens aan dacht om zijn woordenstroom stil te zetten.
      ‘Wie is de nieuwe?’
      ‘Zijn jouw zaken niet.’
      Rowan nam geen genoegen met dat antwoord en richtte zich tot River. River herinnerde zich nog wel wat Kyan had gezegd (dat hij hem niet moest aankijken), maar nu hij eenmaal in die onnatuurlijk groene ogen keek, kon hij zijn blik gewoon niet meer afwenden.
      ‘Hoe heet je?’ vroeg Rowan.
      ‘River,’ antwoordde hij haast onbewust. Hij had het gevoel dat hij zich in één of andere roes bevond.
      Kyan keek hem woest aan. ‘River, niet tegen hem praten.’
      ‘Waarom niet?’ sprak Rowan tegen. ‘Bang dat ik hem met mijn woorden ga betoveren? Als je niet wil dat ik praat, steek dan een prop in mijn mond of weet ik veel wat. Nadat je mijn vrijheid hebt afgepakt, is het vast niet zo moeilijk om ook nog eens mijn spraakzin af te pakken. Weet je wat, snij desnoods mijn tong eruit. Het is toch niet alsof ik hem ooit nodig ga hebben terwijl ik hier wegrot in deze kerkers.’
      ‘Rowan…’ Kyans stem klonk dreigend, maar Rowan was niet onder de indruk.
      ‘Wat ga je doen, uwe majesteit? Me opsluiten? Me martelen? Wel, het is niet alsof je me ook maar iets kan maken.’ Rowans vriendelijkheid was volledig opgelost en overgeslagen in haat.
      ‘Stop hiermee, Rowan,’ zei Kyan. ‘Je bewijst alleen maar dat het onmogelijk is om een gesprek met je te voeren.’
      ‘Hoe zou dat toch komen?’ Het sarcasme droop van zijn stem. ‘Misschien omdat ik hier al… vijftien jaar vastzit? Je moet me corrigeren als ik het bij het verkeerde eind heb, koning. Het is nogal moeilijk om te weten hoeveel tijd er gepasseerd is als je nooit de zon ziet passeren en niemand je echt op de hoogte houdt.’
      ‘Rowan…’
      ‘Of misschien komt het doordat je nooit eens iemand stuurt om een bezoekje te brengen? Je doet net alsof ik een echte crimineel ben.’
      ‘Dat ben je ook.’
      ‘Je liegt dat je zwart ziet, dat is een slechte eigenschap van een koning. Of een goede eigenschap. Daar is de hoge stand goed in, niet? Liegen?’
      ‘Waarom zit je hier dan, als je niets gedaan hebt?’ vroeg River, en hij kreeg meteen spijt van die vraag toen hij Kyans gezicht zag. Hij kromp in elkaar, bang voor de woordenstorm die er niet zou komen.
      ‘Geen idee, vraag dat eens aan meneer de alwetende koning, die genoeg lef heeft om een onschuldig kind voor de rest van zijn leven te verdoemen tot een duistere, eenzame kerker, maar niet genoeg lef om het te vermoorden.’
      ‘Je bent de zoon van je vader.’
      ‘Als je naar je eigen zoon zou kijken zou je weten dat die stelling niets betekent,’ kaatste Rowan terug.
      ‘Misschien omdat mijn zoon niet de kracht heeft om ons hele land van de kaart te vegen. Je bent een potentiële moordenaar.’
      ‘Iedereen die een mes uit een messenblok kan nemen is een potentiële moordenaar,’ zei Rowan bitter, en met die woorden keerde Kyan hem de rug toe, sleurde hij River mee naar buiten en sloot hij de deur.
      Eenmaal voor de gesloten deur zakte Kyan in elkaar en duwde hij zijn handen tegen zijn ogen. Iets later liet hij zijn handen terug zakken en keek hij met betraande ogen naar River. ‘Dit is precies waarom ik hem haat,’ snikte hij.

Reacties (5)

  • Grace

    Ik vind Rowan best cool eigenlijk, hij heeft leuke one-liners(cat)

    4 jaar geleden
  • JamesPotter

    Okay, so I just read all of it: GAAF! I really like it^^ even een abo nemen en een kudo.

    Ik ben echt benieuwd wat Rowan heeft gedaan. Zou het iets te maken hebben met Eli? Ik heb een vermoeden,
    En wat is de zwarte vloed. OF ROWAN HEEFT DAT GEDAAN. Yes, I'm sure about that. Rowan is duidelijk een heks.
    Nu ben ik benieuwd of ik gelijk heb^^

    4 jaar geleden
  • Value

    i donut understand but he's funny so it ok

    4 jaar geleden
  • Poehler

    Holy shit. Zo awesome.

    4 jaar geleden
  • ProngsPotter

    Is it bad that i like him :'D Oeps, haha

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen