Foto bij 3.2

Het blijft riskant.’ Het was best ironisch dat net Connor dat zei, want zijn eigen plan was nog vijftig keer riskanter geweest.
      ‘Sorry dat het maar duizend keer minder gevaarlijk is dan jouw plan.’ Eli lachte. ‘Ik denk dat we het moeten doen. Ik geloof echt dat dit onze beste kans is om hier levend uit te komen. En met mijn magie… Ik ben niet enorm sterk, maar voor zo’n kleine afstand zou ik ons moeten kunnen beschermen.’
      ‘Je bent een tovenaar?’ Connor draaide zich om en zag daar een klein joch staan van ongeveer vijftien, dat Eli met enorm grote ogen aanstaarde. Het zou niet veel schelen of Connor zou durven beweren dat het kind zonet God had zien verschijnen.
      ‘Jep, dat ben ik.’
      ‘Gaan jullie proberen te ontsnappen?’ Connor had eerst niet geweten waar het kind vandaan kwam, maar toen hij die vraag hoorde, wist hij al hoe het kwam. Iedereen daarboven had vast lopen roddelen over de twee sukkels in de keuken die zouden proberen te ontsnappen. Het jongetje moest vast iets hebben opgevangen.
      ‘Correct,’ zei Connor.
      ‘Mag ik mee?’ Dat was de meest kinderlijke vraag die Connor ooit had gehoord en hij haatte het. Nee, als het aan Connor lag mocht hij niet mee. Ze konden een lastpost als hij wel missen tijdens hun vluchtpoging. Maar Connor was helaas niet de enige die besloot, en Eli kon enorm goed overweg met kinderen. Misschien was het omdat hij maar achttien was en slechts drie jaar scheelde met het jongetje.
      ‘Het zal gevaarlijk zijn,’ waarschuwde Eli.
      ‘Weet ik.’ De jongen staarde naar de vloer. ‘Maar ik wil niet sterven.’
      ‘Niemand wil sterven,’ zei Connor bits.
      ‘Wat is jullie plan?’ vroeg de jongen vervolgens.
      Eli wees naar het raam, dat aan het zicht werd onttrokken door een rood gordijn. Het was slim dat ze de ramen bedekten, zo zou de Zwarte Vloed minder snel binnen breken.
      ‘Langs dit hotel loopt een straat, dat weet je, hè?’
      Het jongetje knikte.
      ‘Toen we hierheen liepen, heb ik gezien dat er een riooldeksel was vlak voor de ingang. Ons doel is dus gewoon om van de ingang tot bij het rioolvenster te komen zonder opgegeten te worden.’
      ‘Het is drie meter,’ zei Connor. ‘Het lijken misschien maar drie passen, maar ik heb daarnet subtiel door het raam gekeken en het worden dus drie passen doorheen een tornado van mensetende insecten – ik vermoed vlinders.’
      ‘Vlinders?’ zei Eli verbaasd. ‘Dat is een hele stap terug in vergelijking met de vogels van de vorige Zwarte Vloed.’
      ‘Ik weet het,’ zei Connor, terwijl hij een diepe zucht liet ontsnappen. ‘En het bezorgt me rillingen omdat dit niet lijkt op de vorige Zwarte Vloed. Want we wisten wat we moesten doen bij de vorige Zwarte Vloed, maar nu…’
      ‘Laten we er niet te veel over nadenken,’ zei Eli. ‘We moeten er eerst en vooral voor zorgen dat we hier veilig uitkomen. Daarna kunnen we nog altijd piekeren over hoe en wat.’ Eli richtte zich tot de jongen. ‘Kom je mee met ons? Ik heb nu een antwoord nodig, want we gaan nu actie ondernemen, voordat het te laat is.’
      De jongen knikte. ‘Ik kom mee.’
      ‘Wat is je naam?’ vroeg Connor. Het verbaasde hem dat Eli die vraag nog niet eerder had gesteld.
      ‘Max.’ Hij lachte zijn tanden bloot. ‘Hoe heten jullie?’
      ‘Connor.’ Connor wees met zijn duim naar zijn gezicht. Daarna keerde hij zijn hand zodat zijn duim naar Eli wees. ‘En dat is mijn vriendje Eli, dus je blijft met je poten van hem af, begrepen?’
      Max glimlachte alsof het allemaal één grote, fijne bedoeling was. Maar wat was het niet, niets aan deze hele situatie was ook maar een beetje fijn.

Reacties (3)

  • Value

    you're a wizard, max(nerd)

    4 jaar geleden
  • JamesPotter

    Ik weet niet of dat een slim idee is...

    4 jaar geleden
  • Long

    Ik krijg zo'n slecht gevoel hierover :')

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen