Foto bij STORGE – CHAPTER O1

“Rachel and Alice… They are inseperable.
Ah well… they used to be, anyway.”

RAY.
Sacramento was een herinnering geworden. Ray kende het alleen nog maar zoals een kind een sprookje kende: in haar hoofd, verdraaid tot iets beters dan dat het eigenlijk echt was. Maar toch, haar jeugd in Californië was nooit een droom geweest. Het is alleen zo lang geleden sinds ze er is geweest, waardoor haar herinneringen aan haar geboorteplaats langzaam zijn vervaagd. Het was alsof je naar een foto keek, maar iemand met slechte photoshop-skills de omtrekken vervaagd had, zodat je alleen net nog de figuren kon zien van de personen die erop stonden.
Echter, zodra ze het vliegtuig uit stapte, brachten haar voeten haar automatisch naar de juiste plek. Ze hoefde niet eens na te denken over waar ze naar toe wilde gaan.

Stof rees op in een wolk in de vorm van een atoombom toen ze de gordijnen van de ramen wegtrok. Hoestend stapte Ray achteruit. Licht verblindde haar en ze moest haar hand voor haar ogen leggen om te voorkomen dat haar netvlies het zou begeven. Langzamerhand begonnen haar ogen te wennen aan het licht en kon ze haar hand laten zakken.
De nog felle namiddagzon verlichtte de kamer van haar ouderlijk huis en liet pas echt zien hoeveel stof er rond dwarrelde in de kamer. Zelfs met witte lakens die moesten voorkomen dat het meubilair volledig weg zou rotten, was het een vieze boel. De verf bladderde van de muren af. Het was ooit wit geweest, maar het was veranderd in vies geel door krakers die hier ’s winters hadden overnacht. Op sommige plaatsen was graffiti op de muren gespoten. Het laminaat op de vloer was echter nog intact, al kraakte het verschrikkelijk waar je ook ging. De ramen waren nog heel maar zo stoffig en vies dat je er niet meer doorheen kon kijken. Ray durfde de kraan niet open te zetten in de keuken of de kastjes open te doen, in angst voor nare verassingen.
Met een hand ging ze door haar korte haar – dat gewoon weer terugveerde in dezelfde warrige staat – en blies langzaam de lucht uit haar longen uit. Ze zette haar handen in haar zij.
Er was veel werk te doen voordat ze hier überhaupt kon wonen, maar dat zou het allemaal waard zijn.

De volgende dagen spendeerde Ray met het slopen van het appartement, het kopen van nieuwe spullen waar ze het weer mee op kon knappen en de buurt verkennen. Het voelde bijna alsof ze weer een girl scout was die voor het eerst het kleine stukje bos achter het huis ging ontdekken. Het enige verschil was dat deze wegen haar bekend voorkwamen en het bos toen compleet nieuw was.
Haar skateboard bracht haar naar de plaatsen waar ze vroeger altijd graag kwam. De ijskraam op de hoek, waar ze zodra ze een paar dollar op straat had gevonden een ijsje ging halen en later, toen ze een baantje als afwasser had gevonden, er elke dag kwam. Het park tussen haar huis en haar oude middelbare school waar men de honden los mocht laten rennen. Het skate pleintje die ze eens grappend tot haar ‘tweede huis’ had gekroond. De groenteboer in het centrum waar haar moeder ’s zomers altijd aardbeien haalde. Tien jaar geleden waren de eigenaren – een vriendelijke oude man en zijn vrouw – al stokoud geweest. Toen Ray een appel ging kopen kort na haar aankomst, stond ze er versteld van dat ze nog achter de kassa stonden. De vrouw van de groenteboer gaf nog steeds stiekem snoepjes weg aan de kinderen die stonden te wachten terwijl de moeders afrekenden bij haar man bij de kassa.
Er was niks verandert.
Maar toch voelde het alsof ze hier niet meer thuishoorde. Misschien was het omdat ze vier jaar in het buitenland – Korea, om precies te zijn – had gewoond voor haar studie. Of misschien is ze zelf wel gewoon te veel veranderd om nog in het plaatje te passen dat onveranderd was. Ze was niet hetzelfde puzzelstukje meer dat gemakkelijk bij de rest hoorde. Ze was veranderd, of simpelweg opgegroeid – vervormd. Het was vreemd om haar oude wereld weer in te stappen, merkend dat er niks was veranderd terwijl ze weg was geweest.

Het feit dat ze terug was, verbaasde mensen meer dan het Ray verbaasde dat er niks veranderd was. Binnen twee dagen werd haar telefoon overspoeld met berichtjes van oude vrienden, kennissen en familieleden. Het was een spektakel dat Rachel Lee terug was in Sacramento, en dat moest gevierd worden.
Oude klasgenoten waarvan ze de naam alleen nog maar wist omdat ze ze nooit uit haar telefoon had verwijderd, appten haar plotseling om af te spreken, zelfs mensen waar ze eigenlijk niks mee had gehad toen ze jong was.
En dat was voor haar nogal een verassing. Ray had nooit populair geweest op school. In feite was ze altijd het buitenbeentje geweest. Ze had nergens bij gepast en werd ook niet geaccepteerd. Als kind die verder niemand heeft, was de middelbare school dan ook geen fijne herinnering. Gedeeltelijk waarom ze naar het buitenland was vertrokken, was om dat allemaal achter haar te laten en opnieuw te beginnen. Het feit dat al haar oude ‘vrienden’ opeens af wilde spreken om bij te praten liet haar niet opspringen van enthousiasme.

In de tussentijd was haar karakter ook veranderd. Het stille meisje die af en toe een gevatte reactie maakte in de klas was veranderd in iemand die wist wat ze wilde. Met de verandering van haar uiterlijk was ze zelfverzekerder geworden, wetend dat ze nu de persoon was en kon zijn die ze vanbinnen altijd al was geweest maar van buiten nooit kon zijn. Haar gevatte opmerkingen werden niet meer zachtjes gefluisterd maar ze zei ze luid en duidelijk, waardoor ze steeds vaker werd geprezen om haar humor. De opstandigheid die als een tiener in haar manier van doen en laten was geslopen was nog niet verdwenen en ze dacht niet dat het ooit meer weg ging. Ray was avontuurlijker geworden en liet zich leiden door haar hart, wetende dat die het altijd bij het rechte eind zal hebben.
Persoonlijk was ze blij met de persoon die ze was geworden, maar ze voelde er niks voor om dat te delen met mensen waar ze nooit iets mee heeft gehad. Ze waren het niet waard om haar ‘nieuwe ik’ te zien als ze haar ‘oude ik’ nooit hebben kunnen waarderen.
En de enige persoon wie ze graag zou willen zien, wil haar niet zien… In elk geval, anders had ze wel een bericht gekregen, toch?

Ray’s tactiek was om per kamer het huis op te knappen. Als eerste was de woonkamer aan de beurt, vervolgens de keuken en zo werkte ze haar weg naar boven op. Het duurde bijna drie weken voordat ze bij haar oude kamer aankwam. Het was de laatste kamer die moest worden geschilderd en ze had die voor het laatst bewaard voor een reden die ze eigenlijk niet goed kon benoemen. Het was geen angst voor de kamer zelf en tevens geen angst voor de achtergelaten jeugd die zich daar nog vestigde. Het was een vreemd gevoel dat zich in haar onderbuik had gevestigd en haar oncomfortabel maakte zodra ze er aan dacht om naar binnen te gaan en onbewust had ze haar eigen kamer vermeden.
Toen zij en haar moeder waren verhuisd naar een klein tweekamerappartementje in de buitenwijken van Seoul, hadden ze alles gehaast mee moeten nemen. De brief dat Ray was toegelaten aan de Seoul National University – kortweg SNU – was laat binnengekomen en het semester zou volgende week beginnen. Zo snel mogelijk hadden ze alles geregeld, waardoor ze uiteindelijk alleen de broodnodige spullen mee hadden kunnen nemen.
Sinds haar aankomst was ze nog niet in haar kamer geweest. Ze wist eigenlijk niet waarom. Je eigen kamer zou je aan moeten trekken, omdat het toch je eigen plekje was, je eigen stekkie waar je je zo vaak in terug getrokken had. Het was vertrouwd, vertrouwder dan welke plek dan ook. Maar Ray voelde er niks voor om naar binnen te gaan.

Ze kon het een paar dagen uitstellen terwijl ze de andere kamers af maakte, maar uiteindelijk was ze toch geforceerd om naar binnen te gaan.
Haar hand had zich om het koude handvat van de deur gesloten; het metaal koud tegen haar warme huid. Ze drukte die omlaag en duwde de deur open. Het hout had vroeger al gekraakt, maar nu was het nog erger. De scharnieren waren verroest en zorgden ervoor dat de deur maar stroef openging. Ray moest duwen. Ze zette te veel kracht, waardoor de deur openschoot en ze naar binnen tuimelde. Op haar knieën landde ze, proestend van het opspringende stof. Toen ze haar blik oprichtte, klopte haar hart snel in haar keel.
Haar kamer was niets veranderd, behalve de bergen stof die zich op het meubilair hadden verzameld. Anders dan in de woonkamer, lagen er hier geen witte kleden over de meubelen en waren de stoffen verkleurd van de zon. Haar witte bureau was nu vies geel en de posters op de muur waren verschoten. Het bed in de hoek hield nog steeds het oude matras omhoog waar ze nu nooit meer op zou willen liggen. De muren, die al baby-poepgeel waren toen ze hier nog woonden, waren nu bijna bruin. Het patroon van beertjes was bijna niet meer te zien. Gruwelend liet ze haar blik er even over heengaan. Als kind had ze het behang al niks gevonden, maar als tienjarige was het nog te doen geweest. Toen ze eenmaal in de puberteit was gekomen, was het een gevoelig onderwerp geworden, omdat haar ouders gewoonweg geen geld hadden om hun dochter een beter behang te geven. Wanhopig om de kinderachtige beertjes te verbergen, had ze een enorme verzameling posters opgehangen van bands waar ze niet eens van hield. Ze kreeg de afdankertjes van het kleine handje vol kinderen die wel redelijk met haar op konden schieten op school en ze was dankbaar voor elke poster, zelfs die van One Direction.
Toch had ze nooit kinderen mee naar huis willen nemen, bang voor hun reactie, beschaamd voor haar ouders en hun situatie, teleurgesteld in haar eigen leven. Niemand had aangedrongen toen ze hen vertelde dat het thuis nogal ingewikkeld was. Niemand had daarna haar kamer willen zien… Nou ja, er was één uitzondering geweest.

Ray stond op van de vloer en opende het raam. Ze herinnerde zich dat ze vanaf haar bed vaak door het raam naar de straat had gekeken, naar spelende kinderen, oude mensen die hand in hand voorbij liepen of gewoon naar niks.
Frisse lucht stroomde naar binnen en ze begon de posters van de muur af te trekken. Daar waar de posters hadden gezeten, was nog steeds dezelfde baby-poepkleur te zien en ze had gewild dat ze de posters erop had kunnen laten.
Ze landden op de grond en ze had geen intentie om ze op te pakken. Met een leeg, loom gevoel in haar maag, liet ze zich zakken op haar bed. Het kraakte, tot haar verassing. Ondanks de rest van het huis, had haar bed nooit gekraakt. Ouderdom was misschien een antwoord geweest, maar een bed kraakt niet als gebroken glas. Ray stond weer op en tilde het matras op.
Onbewust, hield ze haar adem in. Ze liet het matras tegen de muur steunen, zodat ze beide handen vrij had om het gebroken fotolijstje op te pakken dat onder het matras had gelegen. Ray liet zich op de grond zakken terwijl ze de oude foto bekeek, haar onderlip gevangen tussen haar tanden. Om ervoor te zorgen dat er geen tranen zouden opkomen, beet ze harder en harder op haar lip en aan de binnenkant van haar wang. Het werkte averechts en snel hield ze op terwijl ze met de rug van haar hand langs haar ogen veegde.
Met trillende handen hield ze het lijstje omhoog, zodat het licht erop scheen. Met moeite hield ze haar ademhaling onder controle. Haar vinger streek over haar eigen gezicht – zo jong nog, ze moest daar een jaar of vijftien geweest zijn – en dat van de persoon die tegenwoordig alleen nog maar een verdrietige, tegelijkertijd blije, herinnering was. De twee meisjes grijnsden naar de camera; Ray had haar op haar rug; Alice had haar armen om haar nek gevouwen en lachte haar beugel bloot, iets wat Ray herinnerde dat ze niet vaak deed omdat ze zich ervoor had geschaamd.
Voor ze zou gaan huilen, mikte ze het fotolijstje weg in de hoek. Het glas spatte omhoog en kwam overal te liggen, maar het kon haar niks schelen. Haar hoofd liet ze tegen het bed aan leunen en ze sloot haar ogen. Op haar netvlies flitsten de herinneringen met Alice. Een traan rolde uit haar ooghoek en brandde op haar huid terwijl het naar beneden gleed over haar wang. In haar oren klonken haar laatste woorden, keer op keer. De échte Ray zou mij nooit achterlaten. Jij bent niets meer voor mij. Jij bent niets meer voor mij. Jij bent niets meer voor mij. Jij bent niets meer voor mij…

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen